‘Goede zorg moet aansluiten bij de persoonlijke context van de patiënt’

mm
Lennard Bonapart
Redactioneel,
23 augustus 2017

De Radboud Universiteit heeft Maria van den Muijsenbergh per 1 augustus 2017 benoemd tot bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen en Persoonsgerichte Integrale Eerstelijnszorg aan de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc. Pharos, het landelijk Expertisecentrum Gezondheidsverschillen heeft deze leerstoel mogelijk gemaakt. In een interview met DOQ.nl sprak zij over de meerwaarde van een integrale aanpak van de zorg voor patiënten en de rol die daarbij is weggelegd voor huisartsen en andere (eerstelijns)specialisten.

Maria Van den Muijsenbergh merkte al tijdens haar studie dat huisarts het meest brede beroep is, waarbij je de mogelijkheid krijgt om patiënten goed te leren kennen. “Ik werkte een jaar bij gynaecologie, het was fantastisch, maar dan gaan patiënten weer naar huis en weet je niet hoe het verder gaat. Als huisarts blijf je een langere periode betrokken bij je patiënten en hun gezin. Ik ben nu zelf huisarts, onderzoeker, moeder en oma. Vanuit mijn contacten met patiënten ben ik lang geleden nieuwsgierig geworden naar waarom bepaalde dingen zijn zoals ze zijn. Ik wil dat alle mensen in Nederland een kans krijgen op een zo goed mogelijke gezondheid. Ik kijk daarvoor naar de medische zaken, maar ook naar de sociale achtergrond van mensen. Schulden en problemen hebben bijvoorbeeld invloed op de gezondheid van mensen.”

Onderzoek
Prof. dr. Van den Muijsenbergh over de rol van de huisarts: “De patiënt wil vaak iets anders dan wat je denkt vanuit je medische blik als huisarts. Ik wil weten hoe we als huisartsen tegemoet kunnen komen aan de werkelijke behoeftes, wensen en vermogens van patiënten. Ik ging daarom het onderzoek in. Ieder mens is namelijk anders. Wij leren binnen de opleiding veel over standaarden en protocollen, die handig en functioneel zijn, maar die de huisarts ertoe neigen te doen vergeten dat ieder mens uniek is. Ik heb net als andere huisartsen een diverse praktijk, van illegale buitenlanders tot een Nederlandse hoogleraar. Het is prachtig dat je als huisarts kunt zien dat al die mensen iets anders nodig hebben om goed voor de eigen gezondheid te kunnen zorgen. Hoe je echt zorg op maat kunt leveren aan migranten en laagopgeleide mensen wil ik nader onderzoeken.”

Hoogleraar
Als hoogleraar kan Van den Muijsenbergh meer aandacht krijgen voor een groep mensen die het minder makkelijk hebben in de samenleving en de zorg voor deze mensen verbeteren. “Het is niet het meest sexy onderdeel binnen het medische onderzoek. Ik vind geen nieuw medicijn tegen kanker. Je moet anders omgaan met mensen om de zorg te verbeteren. Het hoogleraarschap is een kroon op mijn werk, waarin alles bij elkaar komt, en ik mijn kennis ook kan uitdragen naar studenten. Huisartsen kunnen zich ondersteund en erkend voelen in hun dagelijkse zorg voor mensen van divers pluimage. Er zijn veel maatschappelijke problemen. Er moet meer helderheid komen om effectieve zorg te kunnen geven. Veel huisartsen weten bijvoorbeeld dat wanneer iemand geen Nederlands spreekt, je een tolk moet inschakelen. Veel huisartsen doen dat niet, omdat het te veel gedoe is, of omdat de patiënt dat zelf niet wil. Ik onderzoek hoe je dat beter kunt inpassen in de praktijk. Voor mensen die niet goed kunnen lezen, moet je veel plaatjes gebruiken bij de uitleg. Je moet iemand duidelijk maken wat je bedoelt. Ik hoop op die praktische manier bij te dragen aan de rol van de huisarts en de zorg in de eerste lijn.”

Integrale aanpak
Je moet volgens Van Muijsenbergh als huisarts altijd goed letten op de sociale context van de patiënt. “Bij schulden gaat iemand echt niet stoppen met roken. Huisartsen kunnen daar nog een hoop ondersteuning bieden door te vragen naar de financiële problemen en dan te verwijzen naar iemand van de gemeente of een sociaal wijkteam. Hoe je zo’n integrale aanpak in de praktijk het beste kunt organiseren en wat het oplevert, willen we vanuit de leerstoel onderzoeken, zodat we hiermee de dagelijkse praktijk kunnen ondersteunen. Pharos, waar Van Muijsenbergh sinds 2007 als senior adviseur/onderzoeker is verbonden geeft al veel nascholingen, en tevens heeft het Nederlands Huisartsengenootschap samen met PHAROS (Expertisecentrum gezondheidsverschillen) een boek uitgebracht voor huisartsen over de zorg aan laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren.1 Het zijn zaken waar de huisarts in de dagelijks praktijk iets aan hebben. Dergelijke tools worden ontwikkeld met huisartsen en patiënten. Het Radboud UMC heeft veel aandacht voor persoonsgerichte zorg en daar past mijn leerstoel goed bij. Zo zullen ook geneeskundestudenten leren over het belang van een integrale aanpak en persoonsgerichte zorg voor sociaal kwetsbare groepen.”

Internationale projecten
“Ook voor specialisten is persoonsgerichte medische communicatie heel belangrijk. Culturele verschillen spelen soms een rol bij het leveren van goede zorg. Die integrale aanpak werkt niet altijd, een vaatchirurg gaat zich echt niet bezighouden met de schulden van de patiënt. Nederland is een voorloper. In internationale projecten hebben we een voorsprong. De zorg voor kwetsbaren in de maatschappij is nergens in Europa goed geregeld. We kunnen dan wel veel leren van een land als Schotland. Nederland heeft wel kansen om er iets goeds in te doen.”

Persoonlijke context
Ik hoop dat er over 4 jaar meer dan nu algemeen bekend en geaccepteerd is dat goede zorg moet aansluiten bij de persoonlijke context van de patiënt. Over 4 jaar zou het normaal moeten zijn om na elk consult te vragen, wilt u mij vertellen wat we besproken hebben, dan kan ik horen of ik het goed heb uitgelegd. Huisartsen in achterstandsgebieden werken dan hopelijk beter samen met de gemeente, en mensen uit de wijk, en maken de zorg zo beter. En over 10 jaar zullen de gezondheidsachterstanden van deze groepen een stukje minder zijn. Niet alleen moeten de werkers in de eerstelijns zoals huisartsen, praktijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten, verloskundigen, enthousiast zijn, ze moeten ook de middelen krijgen. Er moet ondersteuning zijn. En er ligt een rol voor de gemeente. Die moet meer samenwerken met de huisartsen, om de gezondheid in grote groepen burgers te verbeteren.

Meer informatie:

1. M. van den Muijsenbergh & E. Oosterberg (red.). ‘Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk’ is een uitgave van Pharos en het NHG. ISBN: 978-90-5793-265-6; 406 p.

Auteur: Lennard Bonapart, medisch journalist

 

,
Deel dit artikel