Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Het gaat om mensen die nog een heel leven voor zich hebben’
Promovenda Jamie Verhoeven toonde aan dat patiënten die op jonge leeftijd een beroerte krijgen, in het eerste jaar na die diagnose vaker kanker blijken te hebben dan leeftijdsgenoten die geen beroerte hebben gehad. Zij onderzoekt nu de mogelijkheid binnen deze groep patiënten een risicogroep te onderscheiden met specifieke kenmerken die wijzen op een hoger risico op kanker vlak na de beroerte. Dit onderzoek zou kunnen leiden naar een screening op kanker als onderdeel van de zoektocht naar de oorzaak van de beroerte.
Screening is nog tien stappen te ver, beaamt Jamie Verhoeven, die in het Radboudumc in Nijmegen haar promotieonderzoek doet en in opleiding is tot neuroloog. “Maar nadenken daarover kunnen we al wel. Frappant is echter dat we wel allang standaard screenen op kanker bij een onverklaarbare diep veneuze trombose met bloedtesten, een longfoto, met een uitstrijkje en mammografie bij vrouwen en met een PSA-test bij mannen. Dat wordt in de richtlijn die het Radboudumc hanteert, geadviseerd. Maar de associatie tussen veneuze trombose en kanker is beter vastgesteld, dan de associatie tussen arteriële trombose en kanker.”
“Het absolute aantal patiënten is klein, maar wel veel meer dan in de algemene populatie”
Promovenda Jamie Verhoeven
Het promotieonderzoek van Verhoeven staat onder leiding van prof. dr. Frank-Erik de Leeuw. Verhoeven deed een administratief cohortonderzoek, onder bijna 28 duizend patiënten van 15 tot en met 49 jaar en bijna 363 duizend patiënten van 50 jaar en ouder die een beroerte hadden gekregen, naar het optreden van kanker tot tien jaar na de diagnose. Zij vond over deze periode een cumulatieve kankerincidentie van 3,7% bij de jongere groep en van 8,5% bij de oudere patiënten.
Vervolgens onderzocht ze of de incidentie van kanker in de eerste twee jaar na de beroerte afweek van die van een gezonde controlegroep. Daar zag ze dat bij jongeren met een herseninfarct in het eerste jaar erna 2,6 keer zo vaak kanker werd vastgesteld en bij de oudere patiënten 1,2 keer zo vaak. Na een spontane hersenbloeding was de kankerincidentie bij jongeren 5,4 keer zo groot en bij ouderen wederom 1,2. “Het absolute aantal jonge patiënten dat in het jaar na de beroerte de diagnose kanker krijgt is naar verwachting 30 tot 60 in Nederland, 1 tot 2% van de 3000 jongvolwassenen die jaarlijks een TIA, herseninfarct of hersenbloeding krijgen. Dat is hoger dan in de algemene populatie.”
Uiting van kanker
Hematologische maligniteiten, longtumoren en gastro-intestinale tumoren kwamen het meest voor bij de onderzochte groep. Verhoeven heeft wel wat hypotheses waarom dat zo zou zijn. “Het herseninfarct is waarschijnlijk een eerste uiting van de kanker. Andersom zou pathofysiologisch moeilijk te verklaren zijn in een periode van één tot twee jaar.” Bij hematologische maligniteiten heeft de kanker direct invloed op de stolling, vaak omdat door verdringing minder bloedplaatjes worden aangemaakt, of deze juist worden opgebruikt door een systematische activatie van de stolling. Gastro-intestinale en longtumoren kunnen ook impact hebben op de stolling, omdat kanker een immuunreactie opwekt die dan weer de stollingsneiging verhoogt of omdat enzymen van bepaalde tumoren de stolling activeren. Verder kunnen bloedpropjes op hartkleppen vast gaan zitten, daar uitgroeien tot stolsels en losschieten in de circulatie. Een laatste hypothese is dat de tumor ingroeit in bloedvaten en daar losraakt.
“Er zijn nog heel veel hordes te nemen”
Klinisch onderzoek
Zonder klinische data kan Verhoeven nog weinig zeggen over waarom jonge patiënten met een beroerte vaker kort daarna de diagnose kanker krijgen. “Het is cruciaal om te onderzoeken of er klinische kenmerken zijn die meer voorkomen bij beroerte -patiënten die kanker krijgen dan bij hen die geen kanker krijgen.” Verhoeven is al bezig met dit onderzoek en volgt jongvolwassenen die vanwege een beroerte zijn opgenomen en binnen een paar jaar al dan niet de diagnose kanker krijgen. Ze kijkt daarbij onder meer naar verschillen in stollingsfactoren, ontstekingsfactoren, de omvang, ernst en locatie van de beroerte op beeldvormend onderzoek, een voorgeschiedenis van diep veneuze trombose en risicofactoren als roken en overgewicht. Ze verwacht binnen een paar jaar over dit onderzoek te kunnen publiceren. Als er werkelijk een verschil blijkt te zijn dan moet ze nog in andere patiëntengroepen hetzelfde vinden, voordat ze de mogelijkheid van screening kan onderzoeken. “Er zijn nog heel veel hordes te nemen.”
“Het gaat om mensen die nog een heel leven voor zich hebben”
Beroerte
Opvallend is dat de incidentie van een beroerte op jonge leeftijd toeneemt. “In dertig jaar tijd is de incidentie in Nederland met ruim een kwart toegenomen en de verwachting is dat deze doorstijgt. Een verklaring daarvoor is niet sluitend maar het gaat om een veroudering van de jonge populatie doordat de effecten van roken, overgewicht en suikerziekte al eerder spelen en mogelijk spelen andere risicofactoren zoals drugsgebruik en luchtverontreiniging een rol.” Dat, en überhaupt de jonge leeftijd, geeft het onderzoek meer gewicht. “Het gaat om mensen die nog een heel leven voor zich hebben en hopen weer te kunnen werken en voor kinderen zorgen. Een jaar tijdswinst in de diagnose van kanker kan dan belangrijk zijn, ook omdat er waarschijnlijk meer behandelmogelijkheden voor kanker zijn.”