Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen
Artsen zijn trots op hun vak en halen er veel voldoening uit. Die bevlogenheid is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over de werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld. “De inhoud van het vak is prachtig. De vraag is: onder welke voorwaarden kunnen we dat plezier behouden?”
De nieuwe factsheet die De Jonge Specialist samen met de Federatie Medisch Specialisten en de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) heeft gepubliceerd, is bedoeld om dat gesprek op gang te brengen. De factsheet is gebaseerd op data uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024 en biedt handvatten om werkplezier bespreekbaar te maken binnen vakgroepen en opleidingssettings.

“Tot acht uur ’s avonds administratie doen, dát knaagt”
Voorzitter van De Jonge Specialist Kirsten Dabekaussen
Trots en bevlogenheid
“Wat in de cijfers opvalt, is dat over alle generaties heen de bevlogenheid en trots op het vak hoog zijn”, zegt Dabekaussen. “Artsen ervaren veel zingeving in hun werk en voelen zich bevoorrecht om hun vak te mogen uitoefenen.” Dat geldt voor aiossen én voor medisch specialisten verderop in hun loopbaan. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat de randvoorwaarden onder druk staan. Werkweken van 55 uur of meer, ooit normaal, worden door zowel jongere als oudere generaties steeds minder acceptabel gevonden. “Niet omdat mensen minder betrokken zijn”, benadrukt Dabekaussen, “maar omdat de werk-privébalans voor iedereen belangrijker is geworden.”
Niet het werk, maar de randzaken
Volgens Dabekaussen zit de kern van de frustratie zelden in de patiëntenzorg zelf. “Tot acht uur ’s avonds opereren hoort bij het vak. Daarvoor word je opgeleid. Maar tot acht uur ’s avonds administratie doen, omdat de dag is ‘dichtgetimmerd’ met patiënten, overleggen en registraties, dát knaagt.” Administratieve lasten, gebrekkige gegevensuitwisseling en dubbel werk drukken zwaar op het werkplezier. “Hoe makkelijk kun je je werk uitvoeren? Moet je eindeloos bellen om informatie boven water te krijgen? Dat soort randzaken kosten veel tijd en energie, en zijn beter te organiseren.”
Twijfel blijft te vaak onbesproken
De gevolgen zijn zichtbaar. Uit aanvullende enquêtes van De Jonge Specialist blijkt dat een kwart van de aiossen twijfelt over het voortzetten van de opleiding. Het grootste deel durft die twijfel niet te bespreken. “Je zit in een afhankelijke positie, moet continu presteren en weet dat een baan na je opleiding niet vanzelfsprekend is”, zegt Dabekaussen. “Dat maakt het moeilijk om hardop te zeggen: ik loop vast.” Die stilte is volgens haar risicovol. “Twijfel bespreken kan juist helpen om iemand weer op de rit te krijgen. In andere sectoren is coaching of intervisie heel normaal. In de zorg lopen we daar nog in achter.”
“Als opleiders hun eigen worstelingen delen, ontstaat ruimte”
Het gesprek als sleutel
De factsheet is daarom bedoeld als hulpmiddel om het gesprek over werkplezier op gang te brengen. Dat gesprek kan op verschillende niveaus worden gevoerd: tussen opleider en aios, binnen vakgroepen en ook breder in teams. Volgens Dabekaussen biedt het gesprek vooral ruimte om gezamenlijk te verkennen hoe het werk anders kan worden ingericht. Bijvoorbeeld door de werkweek flexibeler vorm te geven, afgestemd op de verschillende fases van de loopbaan. Zo verschuift de aandacht van individuele worstelingen naar gezamenlijke keuzes over hoe het werk is georganiseerd.
Ook rolmodellen zijn belangrijk. “Als opleiders hun eigen worstelingen delen, ontstaat ruimte. Dat vraagt om kwetsbaarheid, en levert veel op.” Daarnaast ziet Dabekaussen een grote kracht bij arts-assistenten zelf. “Zij durven bestaande werkwijzen te bevragen en komen vaak met creatieve oplossingen.”
Kleine veranderingen, grote impact
Die oplossingen zitten in kleine aanpassingen. Een kwartier later beginnen met de overdracht, bijvoorbeeld. “Dat lijkt marginaal, maar kan voor iemand met jonge kinderen een wereld van verschil maken.” Zulke veranderingen stuiten soms op weerstand, maar zijn volgens Dabekaussen noodzakelijk. Ook inhoudelijk valt winst te behalen. “Ga met elkaar na: welke handelingen zijn overbodig? Welke controles voegen weinig toe? Projecten als ‘Less is more’ laten zien dat je juist vanuit de beroepsgroep zelf met kritisch kijken tijd en energie kunt terugwinnen.”
“Werkplezier begint bij het actief uitstralen daarvan en inspireren van anderen”
Werkplezier actief uitdragen
Tot slot benadrukt Dabekaussen dat het gesprek over werkplezier van groot belang blijft. “We moeten blijven uitdragen hoe mooi dit vak is. Dat werkt aanstekelijk. Als wij alleen vertellen waar het knelt, wordt de zorg geen aantrekkelijke sector meer.” Die verantwoordelijkheid ligt bij iedereen. “Bestuurders, opleiders, vakgroepen, maar ook individuele artsen. Werkplezier begint bij het actief uitstralen daarvan en inspireren van anderen, door te laten zien waarom je ooit voor dit vak koos.”
Ruth Wouters
