Hoogleraar dr. Van Zanten: ‘Het wordt nog dikwijls onderschat hoe groot de waarde is van voeding in het herstel van ziekte’

mm
Gerben Stolk
Redactioneel,
12 augustus 2020

De juiste voeding op het juiste moment kan medebepalend zijn voor het functioneel herstel van patiënten tijdens een verblijf op de Intensive Care en in het eerste jaar erna. Dr. Arthur van Zanten wil de kennis hierover vergroten. De internist-intensivist van Ziekenhuis Gelderse Vallei bekleedt sinds juni de leerstoel ‘De rol van voeding bij het herstel van metabole stress’ aan de Wageningen University and Research.  

Voor de gemiddelde Nederlander weten we precies wat bijvoorbeeld de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden eiwitten, koolhydraten en vitamine D zijn. Maar hoe zit dat met ernstig zieke mensen? Patiënten bijvoorbeeld die worden behandeld op de Intensive Care of die na een IC-opname naar een verpleegafdeling of naar huis gaan? Dit zijn thema’s waarvan internist-intensivist en hoogleraar dr. Arthur van Zanten en mede-onderzoekers en -zorgverleners een verfijnder beeld willen krijgen in de komende jaren. 

Internist- intensivist Arthur Van Zanten

Verlies spiermassa 

“Als je iemand langdurig te weinig energie en eiwitten geeft, verlies hij onnodig veel spiermassa”, zegt Van Zanten. “De kans is groot dat een patiënt daarvoor een prijs betaalt na de IC-opname: zijn kwaliteit van leven is gedaald, omdat hij bijvoorbeeld minder goed kan lopen, traplopen en boodschappen doen en dus minder zelfstandig is. Vergeet niet dat mensen die tien dagen worden behandeld op een IC, tot 25 procent van hun spiermassa kunnen verliezen. Ze zijn er soms jaren mee bezig om dat te herstellen met training en eiwitrijke voeding. Maar menigeen keert niet meer terug op zijn oude plek in de maatschappij.” 

“Mensen kunnen na tien dagen IC-behandeling tot 25 procent van hun spiermassa verliezen. Ze zijn er soms jaren mee bezig om dat te herstellen” 

Interventies 

“Voor dit onderwerp is onvoldoende aandacht”, zegt de kersverse hoogleraar. “Ik denk dat voedings- en bewegingsinterventies op de IC en in de eerste zes tot twaalf maanden erna een enorme gezondheidswinst kunnen opleveren. Maar dat moet natuurlijk wel worden bewezen; er is bijna geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Ik wil onderzoeken wat de bijdrage is van voeding in het herstel van ziekte.” 

Verschillende voedingsregimes 

Een patiënt maakt op de IC eerst een acute fase door en vervolgens een chronische fase, vertelt Van Zanten. “Na het vertrek van de IC begint het herstel, dat ook weer verschillende fases kent. Wij denken dat in al deze fases een ander voedingsregime zou moeten gelden, omdat de patiënt in het beloop van zijn ziekte en herstel enorme variaties heeft in energiebehoefte. Op het ene moment zijn meer en andere macronutriënten en micronutriënten gewenst dan op het andere. In de huidige gezondheidszorg is die aandacht voor variatie er nog niet of nauwelijks. De diëtist kijkt naar iemands lengte, gewicht en sekse. Op basis daarvan wordt vaak bepaald hoeveel eiwit in kilocalorieën iemand standaard zou moeten krijgen over een langere tijd.” 

Niet te snel 

“Ik denk dat voedings- en bewegingsinterventies op de IC en daarna een enorme gezondheidswinst kunnen opleveren. Maar dat moet natuurlijk wel worden bewezen” 

Van Zanten illustreert hoe bepalend voedingskeuze kan zijn voor een patiënt. “Tijdens de eerste drie of vier dagen op de IC is er een enorme inflammatoire respons in het lichaam van de patiënt. We weten dat in deze fase enterale voeding, bijvoorbeeld sondevoeding, goed is voor de conditie van de darm en het immuunsysteem. Maar sinds kort weten we ook dat als je de patiënt in die eerste dagen te snel en agressief voedt, er bijvoorbeeld complicaties van overvoeding kunnen ontstaan. Dit is een nieuw inzicht. Altijd is gedacht: als je de patiënt veel voeding geeft, rem je de afbraak van bijvoorbeeld zijn spierweefsel en heeft hij een betere uitkomst. Dat is ook wel juist, maar in die eerste dagen blijkt toch iets ander beleid nodig te zijn. In die fase ontwikkelt het lichaam uit zichzelf een katabole respons. Het haalt veel glucose, aminozuren en vetzuren uit weefsels – en breekt dus spierweefsel af – om de strijd aan te gaan met de ziekte. Dien je de patiënt dan ook nog veel voeding toe, dan kan overvoeding ontstaan: de som van de eigen productie van de patiënt en wat hij exogeen krijgt toegediend.” 

Herstel thuis 

Na vier tot vijf dagen is het juist wel raadzaam de patiënt flink veel meer voeding toe te dienen, zegt Van Zanten. “Het is dus een kwestie van opbouwen: in het begin met mate en vervolgens minimaal 1,3 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht. Vaak is dit niet alleen nodig tijdens de chronische fase op de IC en het verblijf op de verpleegafdeling, maar ook gedurende het herstel thuis. We sluiten niet uit dat op sommige momenten zelf 2,2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht de optimale hoeveelheid is. Ter vergelijking: voor de gemiddelde Nederlander volstaat 0,7 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht.” 

Van Zanten streeft ernaar dat onderzoek naar IC-patiënten ook leidt tot een beter herstel van andere groepen. “Denk aan mensen die een grote operatie achter de rug hebben zonder op de IC te zijn beland. Of geriatrische patiënten met frailty: een combinatie van spierzwakte en verlies van spiermassa.” 

“Op het ene moment zijn meer en andere macronutriënten en micronutriënten gewenst dan op het andere” 

Beweging 

Het is belangrijk ‘voeding’ niet als afzonderlijk element te zien in het herstel, maar als speler in een groter geheel, benadrukt Van Zanten. “Ziekenhuis Gelderse Vallei en Wageningen University & Research hebben samen met andere ziekenhuizen en organisaties de Stichting Alliantie Voeding in de Zorg opgezet. Daarbinnen ontwikkelen we onderzoekslijnen voor voeding, beweging en slaap. Die drie houden nauw verband met elkaar. Een voorbeeld? Als je de kwaliteit van leven van een patiënt wilt verbeteren, is voeding zoals gezegd heel belangrijk. Maar het resultaat van voeding zal lang niet optimaal zijn als er geen beweegaanbod is voor de patiënt. Vergelijk het met krachtsporters: het is de combinatie van een eiwitrijk dieet en bezoeken aan de sportschool waardoor zij spieren kweken.” 

“Internisten zijn supergoed in behandelingen met geneesmiddelen, maar hebben over het algemeen nog te weinig aandacht voor voeding” 

Opleiding 

Van Zanten bepleit dat ‘voeding’ een belangrijke plaats krijgt in de opleiding van geneeskundestudenten en aankomende internisten. “Hoe zit het metabolisme in elkaar? Wat is optimale voeding? Ik denk dat dikwijls nog wordt onderschat hoe groot de waarde is van voeding in het herstel van ziekte. Internisten zijn supergoed in behandelingen met geneesmiddelen, maar hebben over het algemeen nog te weinig aandacht voor voeding. Daarbij vergeten ze ook dat de juiste combinatie van voeding en medicijnen gezondheidswinst kan opleveren.” 

, , , , ,
Deel dit artikel