Klinisch farmacoloog Jansman: zet in op betere medicatiebegeleiding kankerpatiënten

mm
Marc de Leeuw
Redactioneel,
7 juli 2021

Ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog dr. Frank Jansman is per 1 april 2021 benoemd als hoogleraar Klinische farmacie, in het bijzonder in de oncologie, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat zich vooral bezighouden met onderwijs en onderzoek rondom de medicatiebegeleiding van kankerpatiënten.

Jansman, werkzaam als medisch manager en opleider van de afdeling Klinische Farmacie in het Deventer Ziekenhuis, gaat zijn werkzaamheden als ziekenhuisapotheker combineren met onderwijs en onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Mijn praktijkervaring vanuit de ziekenhuisfarmacie neem ik mee het onderwijs en onderzoek in.”

Ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog dr. Frank Jansman

Inzet op oncologisch onderwijs

De leerstoel die Jansman gaat bekleden is ondergebracht bij de afdeling Pharmacotherapy, -Epidemiology & -Economics (PTEE) van het Groningen Research Institute for Pharmacy en de opleiding Farmacie. De benoeming van Jansman als hoogleraar aan de RUG vloeit voort uit de gastcolleges over oncologie die hij al gaf aan Groningse farmaciestudenten. “Antikankermiddelen hebben de afgelopen decennia een stevige opmars gemaakt. Sinds twintig jaar zijn de doelgerichte behandelingen beschikbaar en in de laatste tien jaar heeft immuuntherapie een hoge vlucht genomen. Dit rechtvaardigt dat er steviger wordt ingezet op het oncologisch onderwijs in de farmacie. Interessant met het oog op de oncologie is ook de komst van mRNA-vaccins voor COVID-19. Een bijvangst hiervan is dat er veel kennis over mRNA-vaccins is opgedaan. Dit kan het onderzoek naar mRNA-vaccins bij kanker een boost geven.”

Toename farmaciestudenten

Jansman verwacht vollere collegezalen in de toekomst. “Ik zie een belangrijke toename van farmaciestudenten. Waarschijnlijk komt dit doordat meer middelbare scholieren gaan studeren. Een andere reden kan zijn dat door COVID-19 de behandeling met geneesmiddelen meer in de belangstelling is gekomen. Maar dit is niet meer dan een vermoeden.”

We hebben inmiddels 350 mogelijke interacties gesignaleerd, waarvan er 150 beoordeeld zijn als klinisch relevant”

Expertise

In de apothekerswereld is Jansman vooral bekend om zijn expertise over interacties tussen ‘gewone’ geneesmiddelen en oncolytica. Hij heeft hiernaar al veel onderzoek gedaan en wil hier als hoogleraar ook sterk op blijven inzetten, want er zijn veel potentiële interacties die nog moeten worden uitgezocht. Jansman is al jarenlang voorzitter van de Nederlandse multidisciplinaire werkgroep die mogelijke interacties tussen oncolytica en ander medicatie beoordeelt. “Deze werkgroep bestaat al vijftien jaar en inmiddels hebben we 350 mogelijke interacties gesignaleerd, waarvan er 150 beoordeeld zijn als klinisch relevant. Deze zijn opgenomen in de G-Standaard (een databank die het voorschrijven, afleveren, bestellen, declareren en vergoeden van zorgproducten ondersteunt, red.).”

Interacties

Jansman noemt een aantal voorbeelden van interacties die de werkgroep in de achterliggende jaren heeft vastgesteld. “Denk aan de interactie tussen tyrosinekinaseremmers en protonpompremmers. Zo moet erlotinib, gebruikt bij longkanker, enige tijd voor de protonpompremmer worden ingenomen om te voorkomen dat de maag-pH teveel daalt en erlotinib minder goed wordt opgenomen. Een ander voorbeeld is abirateron, gebruikt bij prostaatkanker. Bij gelijktijdige inname met vet voedsel kan de bloedspiegel 10 maal hoger worden dan normaal. Een bekender voorbeeld is de interactie tussen paroxetine en tamoxifen. Paroxetine remt het leverenzym CYP2D6 en vermindert zo de omzetting van tamoxifen in de werkzame metaboliet endoxifen. Maar niet alleen kunnen ‘gewone’ geneesmiddelen de werking van oncolytica beïnvloeden. Het kan ook andersom. Bijvoorbeeld enzalutamide, gebruikt bij prostaatkanker, dat via inductie van CYP3A4 de werking van het antistollingsmiddel rivaroxaban kan verminderen.”
Er zijn nog veel meer interacties tussen geneesmiddelen en oncolytica die Jansman wil uitzoeken. “Daarnaast is ook veel onderzoek nodig naar interacties van oncolytica met voedsel, supplementen en kruiden.”

“Oncolytica-interacties moeten standaard in alle oncologische richtlijnen worden meegenomen. Daar maak ik me in multidisciplinair verband sterk voor”

Oncologische richtlijnen

Zit het oplossen van interacties bij apothekers in de genen, bij oncologen is aandacht voor interacties met oncolytica nog geen vanzelfsprekendheid. Al bespeurt Jansman wel een stijgende lijn. “Vroeger werden interacties met oncolytica wat gebagatelliseerd onder het mom van: patiënten zijn ernstig ziek, behandeling is nodig en eventuele interacties moeten we daarbij maar op de koop toenemen. Maar ik stel vast dat de aandacht hiervoor wel toegenomen is. Zo is in de richtlijn voor borstkanker de genoemde interactie tussen paroxetine en tamoxifen opgenomen. Maar dat is tot nu toe de enige oncologische richtlijn die een interactie vermeldt. Oncolytica-interacties moeten standaard in alle oncologische richtlijnen worden meegenomen. Daar maak ik me in multidisciplinair verband sterk voor.” 

Medicatiebegeleiding

Jansman gaat zich tijdens zijn hoogleraarschap ook verder richten op een betere medicatiebegeleiding van patiënten met kanker. De sleutelwoorden daarbij zijn ‘medicatieverificatie’ – klopt de medicatielijst van een patiënt? – en ‘medicatiebeoordeling’ – is de medicatielijst te verbeteren? Zijn er bijvoorbeeld interacties op te lossen, ontbreekt er medicatie of moet er juist nog wat bij?
“Medicatieverificatie vindt volgens de richtlijn van de inspectie plaats bij opname en ontslag. Maar dit gebeurt in ziekenhuizen niet standaard bij oncologische patiënten op de dagbehandeling. Daardoor weet de oncoloog niet altijd welke medicatie de patiënt thuis nog gebruikt. Zo worden mogelijk eventuele interacties gemist. Ik zou er daarom voor willen pleiten om ook medicatieverificatie en medicatiebeoordeling standaard in te voeren op de dagbehandeling. In het Deventer Ziekenhuis doen we dit in onderzoeksetting, waarna we dit mogelijk gaan standaardiseren.”

PIM POM-studie

Bij oudere patiënten met kanker bijvoorbeeld is er vaak nog veel te verbeteren aan de medicatielijst, zo blijkt uit de PIM POM-studie. Dit onderzoek van een promovendus van Jansman werd in 2021 gepubliceerd in het Journal of Geriatric Oncology. Bij 150 ouderen die in het Deventer Ziekenhuis een oncologische behandeling kregen, kwamen in totaal 180 PIM’s (potentially inappropriate medications) en 86 POM’s (potentially omitted medications) voor: respectievelijk medicatie die onnodig is of geen toegevoegde waarde heeft en medicatie die de patiënt niet gebruikt maar die juist wel nodig is. Een medicatiebeoordeling, waarbij de arts en de patiënt zijn betrokken, geleid door een apotheker, is bij uitstek het middel om PIM’s en POM’s te identificeren en de behandeling te optimaliseren, zo luidt de conclusie van dit onderzoek.

“Initiatieven rond zuiniger en efficiënter gebruik van oncolytica juich ik toe”

Farmaco-economisch onderzoek

Verder wil Jansman inzetten op farmaco-economisch onderzoek: welke patiënten hebben echt baat bij dure kankerbehandelingen? “Immuuntherapie bijvoorbeeld werkt fantastisch bij longkanker, maar dan wel bij een deel van de patiënten. Je zou dus alleen die patiënten willen behandelen. En dat niet alleen uit effectiviteitsoverwegingen, maar ook uit kostenoverwegingen. Anders wordt de kankerzorg onbetaalbaar. Daarom juich ik initiatieven rond zuiniger en efficiënter gebruik van oncolytica toe, zoals recent in het nieuws van het Erasmus MC in Rotterdam .”

“Probeer op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen rond oncolytica en houd kennis over oncolytica-interacties bij”

Toekomstwensen

Jansman heeft een aantal wensen voor de toekomst. “Ik hoop dat over vijf jaar in ieder geval medicatieverificatie en medicatiebeoordelingen ook standaard plaatsvinden op de dagbehandeling. Verder hoop ik dat de medicatiebewakingssystemen van de eerste en tweede lijn beter op elkaar gaan aansluiten. Intraveneuze oncolytica worden verstrekt via het ziekenhuis, orale oncolytica in de poliklinische apotheek en comedicatie in de openbare apotheek. Doordat medicatie van patiënten op veel verschillende punten wordt verstrekt, worden interacties met oncolytica nogal eens gemist. Op regionaal niveau zijn daarom goede afspraken nodig over de afhandeling van interacties.”
Hij besluit met een oproep aan de openbaar apothekers: “Ook al loopt de verstrekking van orale oncolytica door de overheveling niet meer via de openbare apotheken, probeer toch op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen rond oncolytica en houd kennis over oncolytica-interacties bij. De patiënt met kanker is immers meestal een ambulante patiënt die ook gebruikmaakt van de openbare apotheek.”

 

, , ,
Deel dit artikel