DOQ

‘Hopelijk is deze richtlijn aanleiding voor meer onderzoek’

Wat is de beste manier om bij een zwangere een operatie te doen die niet met de zwangerschap te maken heeft? Over deze niet-obstetrische perioperatieve zorg heeft de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) recent een richtlijn gepubliceerd. Anesthesioloog Floris Klerk (Diakonessenhuis Utrecht) hoopt dat de richtlijn handvatten biedt voor meer onderzoek naar het onderwerp.

De meest voorkomende niet-obstetrische ingrepen zijn het gevolg van een trauma of acute buikproblemen. Voorbeelden zijn een blindedarm- of een galblaasoperatie of behandeling van een botbreuk. Ook kan een oncologische ingreep nodig zijn die niet kan worden uitgesteld. Veelal is voor dit soort ingrepen anesthesie of sedatie nodig. Dat leidt vaak tot vragen, vertelt Klerk. “Vanwege de zwangerschap en mogelijk risico voor de baby, vragen veel behandelaars zich af wat wel en wat niet. Dat moeten we per situatie bekijken en bedenken. We weten het gewoonweg niet zo goed, en er is geen landelijk beleid. Dat was de aanleiding om een richtlijn te maken.”

“Zwangeren worden altijd uitgesloten van klinische studies”

Anesthesioloog Floris Klerk

Nauwelijks publicaties

Een multidisciplinaire werkgroep en de sectie Obstetrische anesthesiologie van de NVA gingen ermee aan de slag. Het samenstellen van een richtlijn begint altijd met het opzoeken en napluizen van relevante literatuur over het onderwerp. Dat was in dit geval erg lastig, want er zijn nauwelijks publicaties over. “Zwangeren worden immers altijd uitgesloten van klinische studies”, laat Klerk weten. “Bovendien willen fabrikanten van medicijnen zich niet branden aan gebruik van medicatie bij zwangeren. Heel veel medicijnen worden afgeraden voor zwangeren vanwege te weinig bewijs. Voor onze onderzoeksvragen was dan ook geen informatie te vinden. In de jaren ’60 is wel onderzoek gedaan met tramadol tegen pijn bij vrouwen die net na de bevalling borstvoeding geven. Dat is het weinige onderzoek over opiaten dat er is, waardoor nog steeds vaak tramadol wordt voorgeschreven en geen andere opiaten.”

“Er zijn voorkeuren over de trimesters van de zwangerschap waarin we liever niet of wel willen opereren”

Indirect bewijs

Vanwege de schaarste aan bewijs verliep het traject voor de richtlijn erg moeizaam, vervolgt Klerk. De twaalf werkgroepleden hebben er tweeëneenhalf jaar aan gewerkt. Er waren dertien uitgangsvragen, maar bij geen enkele daarvan kwamen bruikbare publicaties boven water. Klerk: “Het was voor iedereen moeilijk om er gemotiveerd voor te blijven. Uiteindelijk is deze richtlijn vrijwel niet evidence-based maar veel meer eminence-based: gebaseerd op indirect bewijs vanuit eigen ervaring en secundaire of afgeleide bewijsvoering vanuit de literatuur. Daarom zijn alle adviezen in de richtlijn zeer voorzichtig geformuleerd. Er is immers geen hard bewijs.”

De nieuwe richtlijn biedt handvatten voor artsen, zoals de meest geschikte anesthesietechniek, foetale monitoring en medicatie. Hierdoor kunnen zorgverleners betere beslissingen nemen bij perioperatieve zorg aan zwangere vrouwen.

Een begin

Klerk noemt de richtlijn slechts een begin. Er zijn in ieder geval dertien vragen geformuleerd die als kapstok kunnen dienen voor zorgvragen in de praktijk, maar ook zullen uitnodigen voor uitbreiding van de richtlijn met meer uitgangsvragen. “Vanuit de anesthesie zijn we inmiddels twintig jaar bezig om de obstetrische anesthesie in de opleiding meer vorm te geven. Daar hebben we de afgelopen vijftien jaar goede vorderingen mee gemaakt. Het besef is gegroeid dat zwangeren een aparte populatie vormen met eigen kenmerken, waarvoor goede zorg mogelijk is. We weten welke narcosemiddelen door de placenta bij de baby kunnen komen en welke middelen schadelijk kunnen zijn voor de baby. Er zijn ook voorkeuren over de trimesters van de zwangerschap waarin we liever niet of wel willen opereren.”

“Het heeft echt meerwaarde dat de richtlijn er is”

Goed gebruikt

Nu de richtlijn is gepubliceerd, merkt Klerk dat er goed gebruik van wordt gemaakt. “Men vindt het goed dat alles nu bij elkaar te vinden is, hoor ik in mijn omgeving. Dus het heeft echt meerwaarde dat de richtlijn er is. Ik vind het ook heel positief dat het gelukt is. Het maakt niet uit of dat vanuit de gynaecologie komt of vanuit de neonatologie of anesthesie. Ik hoop dat de richtlijn voor enthousiastelingen een beginpunt is voor meer onderzoek. Als dat gebeurt, hopen we meer bewijs te krijgen om onze adviezen kracht bij te zetten.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man met hematurie, mictieklachten en afwijkingen in de blaas

Een 66-jarige man bezoekt de polikliniek Urologie vanwege macroscopische hematurie en mictieklachten. Hij heeft al jaren een slappe straal en moeite met helemaal leegplassen. Ook moet hij één tot twee keer per nacht plassen. Wat is uw diagnose?

‘Elk specialisme moet op zoek naar zijn eigen fietshelm-project’

Marcel Aries combineert zijn werk als intensivist met een nieuwe rol als preventie-intensivist. Hij pleit ervoor dat iedere medisch specialist zich inzet voor preventie van vermijdbare aandoeningen en letsels. “Ik zie zoveel ellende die te voorkomen is.”

‘De Nutritheker’: medicatie­gebruik terug­dringen door verbete­ring van leefstijl

Rinske Pauw verruilde de ziekenhuisapotheek voor een praktijk waarin medicatie, voeding en leefstijl samenkomen. “Het heeft me altijd geboeid hoe je door preventie mensen gezond kunt houden, met zo min mogelijk medicatie.”

‘Dokter, hoe is het met mijn frame?’

Meer dan veertig jaar stond wielerarts Jos Benders midden in het peloton om acute medische zorg te verlenen. Nu hij het stokje overdraagt, blikt hij terug op een tijd vol mooie herinneringen én uitdagingen. “Ik was als eerste arts bij geletruidrager Fabian Cancellara.”

‘Claimende en eisende patiënten maken de werk­druk onhoudbaar’

Dermatoloog Annemie Galimont stopte met haar specialisatie ‘eczeem’. Het grensoverschrijdende gedrag waar ze mee te maken kreeg, werd haar te veel. “Jij hebt een weekendje getiktokt en komt míj vertellen hoe ik mijn werk moet doen?”

Patiënten positief over doorgebruik van thuis­medicatie in het ziekenhuis

In Rijnstate mogen patiënten hun thuismedicatie doorgebruiken tijdens een opname. Claudia Heijens vertelt wat dit oplevert. “We moeten niet voor 100% het proces willen controleren, maar ook dingen los durven laten.”

Nederlandse gezondheidszorg schiet tekort voor kwetsbare ouderen

Emiel Hoogendijk onderzocht hoe sociale isolatie en kwetsbaarheid elkaar versterken bij ouderen en geeft aanbevelingen voor aanpassingen in de gezondheidszorg die bijdragen aan ‘healthy ageing’. “De medische zorg en sociale zorg zouden beter geïntegreerd moeten worden.”

Casus: vrouw met jeukende getatoeëerde wenkbrauwen

Een 69-jarige vrouw met allergisch contacteczeem en hooikoorts bezoekt uw spreekuur vanwege jeuk en zwelling van haar getatoeëerde wenkbrauwen sinds een jaar. Behalve de zwelling ziet u ook een scherp begrensde, erythemateuze plaque en schilfering. Wat is uw diagnose?

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.