DOQ

Huidtest meet kwetsbaarheid van hart- en vaat­chirur­gische patiën­ten

Het meten van AGEs (Advanced Glygation End products) in de huid is een potentiële maat voor de biologische leeftijd en wellicht een biomarker voor kwetsbaarheid. Deze maat kan worden gebruikt voor inschatting van het chirurgische risico bij oudere patiënten die vaat- of hartchirurgie nodig hebben. Arts-onderzoeker anesthesiologie Rosa Smoor (St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein) is recent op dit onderzoek gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht.

Door de vergrijzing zijn er steeds meer mensen met hart- en vaatproblemen. Een deel van hen heeft een operatie nodig, maar niet iedereen kan zo’n zware ingreep aan. Een deel van de patiënten is extra kwetsbaar vanwege verminderde reserves en meer gevoeligheid voor stress van een operatie. Na de operatie hebben zij verminderde kwaliteit van leven, zijn beperkt in hun functioneren en zijn meer afhankelijk van zorgverlening. Het risico daarop wordt nu meestal ingeschat aan de hand van leeftijd en comorbiditeit.

“Kwetsbaarheid is vaak niet van buitenaf te zien”

Arts-onderzoeker anesthesiologie Rosa Smoor

Veel verschillen

Het promotieonderzoek van Smoor ging over kwetsbaarheid bij hartchirurgische en vaatchirurgische oudere patiënten. Kwetsbaarheid is geen vastomlijnd begrip, vertelt zij. “In het algemeen gaat het over verminderde tolerantie in het lichaam voor stress. Deze mensen komen na bijvoorbeeld een ingrijpende operatie niet meer terug op hun oude niveau van functioneren. Zulke kwetsbaarheid is vaak niet van buitenaf te zien of meetbaar aan de hand van comorbiditeit of leeftijd. Er zijn heel veel oudere mensen, met veel verschillen wat betreft gezondheid en conditie.”

Geen standaardmethode

Er is geen standaardmethode voor het meten van kwetsbaarheid. Smoor: “Er zijn wel vragenlijsten voor, maar die zijn vaak heel lang en er is kennis en kunde nodig van degene die de vragen afneemt. Er zijn ook wel testen voor ontwikkeld, zoals een test voor handknijpkracht of loopsnelheid. Maar een eenvoudige en efficiënte test is er nog niet. Daarom hebben we gezocht naar makkelijkere metingen die al in het ziekenhuis beschikbaar zijn en waarmee preoperatief eenvoudiger het risico voor een patiënt is in te schatten.”

“De test is objectiever dan een vragenlijst en kan in veel ziekenhuizen eenvoudig worden gedaan”

Grote database

Smoor had het geluk dat een van haar voorgangers een uitgebreide database had gemaakt met gegevens, vragenlijsten en metingen van 550 oudere hartchirurgische patiënten. Daarmee kon zij vervolgonderzoek doen. Een van de testen was een meting van eiwitten in de huid die zijn geassocieerd met het hebben van een chronische ziekte. Zo’n huidmeting geeft als het ware de biologische leeftijd ten opzichte van de kalenderleeftijd: hoe hoger de waarde, hoe ouder iemand inwendig is.

Deze huidmetingen waren onderdeel van de grote database waarmee Smoor onderzoek deed. “We hebben de metingen geanalyseerd om na te gaan of we het functioneren na de operatie konden inschatten. Bovendien hebben we zelf huidmetingen gedaan. In het St. Antonius is een speciaal preoperatief multidisciplinair overleg voor heel kwetsbare oudere hartchirurgische patiënten. Daaraan nemen een anesthesioloog, chirurg, cardioloog, geriater, fysiotherapeut, diëtist en apotheker deel. Zij bespreken verschillende kwetsbaarheidsfactoren, die wij vooraf hebben bepaald. Die patiënten konden we vergelijken met patiënten in de database die er al was. Daaruit bleek dat zo’n gespecialiseerd MDO leidt tot een kortere opnameduur en minder complicaties. Zo’n werkwijze heeft dus zin.”

Objectiever

In het onderzoek bleek dat een verhoogde waarde van de huidtest voor AGEs een relatie heeft met kwetsbaarheid op dat moment. Deze mensen kunnen thuis minder goed zelfstandig functioneren en hebben onder andere een lagere loopsnelheid. Smoor vond ook een relatie tussen een hogere waarde van de huidtest en het slechter functioneren na een jaar. “De test is objectiever dan een vragenlijst en kan in veel ziekenhuizen worden gedaan. Het is een eenvoudige test met een kleine machine waar de patiënt de arm op legt, waarna de uitslag volgt.”

“Samen met de fysiotherapeut en de diëtist kan preoperatief een behandelplan worden opgesteld”

Betere keuze maken

De test voor AGEs ondersteunt dus de selectie van patiënten voor cardiovasculaire chirurgie. Aan patiënten die te kwetsbaar zijn, kan een andere behandeling worden aangeboden, zoals dotteren of prehabiliteren met bijvoorbeeld fysiotherapie. “Met meer variabelen voor kwetsbaarheid kan de behandelaar die keuze beter maken”, aldus Smoor. “In het St. Antonius worden de speciale MDO’s al standaard gedaan. Het zou ook waardevol zijn voor andere ziekenhuizen. Een extra MDO kost de specialisten natuurlijk wel meer tijd, dus het kan lastig zijn om het te organiseren. Daarom is het advies om eerst een preselectie te maken van mogelijk kwetsbare patiënten. Die mensen kun je heel gericht uitgebreider bespreken. Bovendien kan samen met bijvoorbeeld de fysiotherapeut en de diëtist preoperatief een behandelplan worden opgesteld. We stellen dus een stapsgewijze aanpak voor.”

Spieromvang

Smoor heeft nog andere chirurgische aspecten onderzocht, onder andere bij aneurysmapatiënten. Bij hen wordt standaard een CT-scan gemaakt. Daarop is met speciale software de spieromvang bij de buik te meten, wat eveneens samenhangt met goede of slechte uitkomsten van de operatie. “Dat is eveneens een simpele meting, die veel informatie geeft over de prognose en snel is te implementeren in de praktijk. Dit soort stappen zijn heel relevant voor de klinische praktijk. Want het aantal oudere mensen neemt toe, en iedereen is zich ervan bewust dat we daar iets mee moeten.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”

‘Niet behandelen is ook een optie’

Existentieel behandelen gaat ervan uit dat een patiënt pas een weloverwogen beslissing kan maken als hij álle gevolgen kent. Tatjana Seute onderzoekt hoe dit het beste ingezet kan worden in de praktijk. “Het is belangrijk dat je als arts weet wie je tegenover je hebt.”


0
Laat een reactie achterx
Lees ook: Betere uitkomst voor oudere patiënten

Naar dit artikel »