DOQ

“Huisarts, denk aan de sportarts”

Interview met: Jessica Gal, Sportarts, Amsterdam

De sportarts is nog relatief onbekend bij de huisarts. Jessica Gal: “We zijn ook pas sinds 2016 erkend als medisch specialist, daarvoor vielen we onder de sociale geneeskunde, nu staan we in het register als Medisch. Dat is voor ons een positieve ontwikkeling waardoor je steeds serieuzer wordt genomen.”

Jessica Gal is bekend geworden als judoka, al is ze daar 16 jaar geleden in 2000 mee gestopt. Ze studeerde tijdens haar carrière geneeskunde en besloot om sportarts te worden. In 2009 is Jessica Gal voor zichzelf begonnen. Gal: “Ik huur momenteel ruimte in een Sportmedisch Centrum Fysiomed in Amsterdam. Er werken verschillende fysiotherapeuten, sportpsychologen, een diëtist, orthomanuele geneeskundigen, en podotherapeuten waar ik veel mee samenwerk. Per 1 november 2016 hebben wij ook een tweede vestiging geopend in het MC Slotervaart.

“Het stellen van de diagnose is bij sportblessures vaak relatief eenvoudig”, meent Gal. “Maar welke oorzaken een rol spelen bij het ontstaan van de klachten, en hoe je er weer vanaf komt, is een stuk moeilijker.” Gal: “Peesaandoeningen voel je in eerst instantie vooral tijdens de warming-up en na afloop van het sporten, maar tijdens het sporten gaat het meestal goed. In een latere fase ga je de pijn pas tijdens het sporten voelen. Daarom lopen mensen vaak veel te lang met klachten door. Bij peesaandoeningen is het van belang de belasting terug te brengen tot binnen de pijngrens, en dan op geleide van de pijn de belasting langzaam weer op te bouwen, daar kan de sportarts een belangrijke rol spelen.”

Nascholingen
Gal: “In verschillende nascholingen vertellen wij huisartsen wat de sportarts kan betekenen voor de huisarts. Huisartsen hebben allereerst vaak de neiging om te zeggen, hou maar rust, dan trekt het vanzelf weg.” Een tweede stap is meestal verwijzing naar de fysiotherapeut. Gal: “De fysiotherapeut heeft wel verstand, maar minder overzicht dan een sportarts. Een sportarts analyseert meer, en een fysiotherapeut is meer hands-on en van het behandelen. Als sportarts heb ik een coördinerende functie. Waarbinnen ik veel samenwerk met o.a. fysiotherapeuten en podotherapeuten.”

Lichamelijk onderzoek
“Wanneer een patiënt binnenkomt, stellen we een diagnose en maken we een behandelplan. Deze is gericht op het reguleren van de belasting, zodat een patiënt kan doen wat hij/zij wil doen zonder pijn te voelen. Houding en techniek zijn daarbij zeer belangrijk. Maar we kijken ook naar de sport die iemand beoefent. Hoe houdt iemand bijvoorbeeld zijn tennisracket vast? Wanneer we iemand enige tijd monitoren kunnen we zien of iemand de goede kant op gaat en eventueel de behandeling bijstellen. Bij ontstekingsreacties of acute overbelasting kan behandeling met ontstekingsremmers of verschillende soorten injecties ondersteunend werken. Tijdens de nascholingen besteden we veel aandacht aan het lichamelijk onderzoek. Wanneer een patiënt zich presenteert met liespijn, kijken artsen vaak vooral naar de lies. Wij kijken naar het hele lichaam. Het kan dan bijvoorbeeld ook aan de knie, heup of rug liggen. Wij zien het lichaam als geheel, en zien dan de verbanden. We kijken veel meer naar de functionele mens.”

Inspanning gerelateerde vraagstukken
Naast de gewrichten zijn er ook de inspanning gerelateerde vraagstukken, dat is een andere kant van het vak. “Bij klachten als vermoeidheid, kortademigheid, prestatieverlies of hartkloppingen doen wij een analyse naar de onderliggende oorzaak. Wij maken hierbij meestal gebruik van een inspanningstest met ECG en ademgasanalyse (spiro-ergometrie). Hiermee maken wij een differentiatie tussen onder andere het hart, de longen, of de spieren als oorzaak van de klachten, maar er kan sprake zijn van ongetraindheid of een disbalans/storing in de belasting en belastbaarheid van de patiënt. Bij sterke verdenking op een hart- of longprobleem moeten patiënten uiteraard naar de betreffende specialist gestuurd worden. Hij stuurt de patiënt door naar de cardioloog of longarts, maar als er geen sterke verdenking is op dergelijke pathologie, kunnen wij als sportarts een goede analyse maken. Zeker als de klachten gerelateerd zijn aan inspanning, en de belastbaarheid van de patiënt beïnvloeden, kan een verwijzing naar de sportarts een belangrijke stap zijn.

Medische keuringen
Gal: “Tot slot doen we ook preventieve medische keuringen bij mensen die marathons lopen of veel fietsen, of die op intensief niveau willen sporten. Zeker boven een bepaalde leeftijd loop je een verhoogd risico op inspanning gerelateerde problemen. Deze mensen kunnen zonder verwijzing direct bij ons terecht.”

Meer informatie:
Jessica Gal       
MC Slotervaart

Auteur: Lennard Bonapart

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?

In Search of Stories brengt levens­verhalen tot leven

Het onderzoeksproject ‘In Search of Stories’, geleid door oncoloog Hanneke van Laarhoven, brengt verhalen van ongeneeslijk zieke patiënten tot leven. “De analyse van deze verhalen biedt inzichten die met traditionele methoden vaak over het hoofd worden gezien.”

‘Het preferentiebeleid gaat binnen nu en vier jaar op de schop’

Het preferentiebeleid is volledig doorgeslagen en moet hoognodig op de schop, vindt Aad de Groot, directeur van Zorgverzekeraar DSW. “Het is lastig te berekenen, maar we vermoeden wel dat door de lage prijzen juist andere kosten kunnen toenemen.”

‘Dokters voelen zelf de paradox van samen beslissen in de spreek­kamer’

Samen beslissen kan patiënten tijdelijk veel stress en onzekerheid bezorgen, blijkt uit onderzoek van Inge Henselmans. “Wij staan helemaal achter de beweging van samen beslissen, maar vonden dat er ook oog moest zijn voor de negatieve aspecten ervan.”

‘Het ziekenhuis kan ook zonder lachgas’

Nicolaas Sperna Weiland geeft inzicht in de duurzaamheid van lachgas. “Ik denk persoonlijk dat er ook andere pijnstilling voorhanden is om kortdurend comfort te geven. Vaak met betere pijnstillende effecten en minder nadelige milieueffecten.”

Stop met jezelf onder­mijnen: vijf stappen tegen het imposter syndroom

Bang om door de mand te vallen, prestatiegericht, conflictvermijdend? Veel jonge artsen hebben last van het imposter syndroom. Moniek de Boer geeft praktische tips. “Het ontwikkelen van een gezonde werk-privé balans en het accepteren van kwetsbaarheid is cruciaal.”

Casus: patiënt met huidkleurige papel op de rug

Een 54-jarige vrouw meldt zich bij de huisarts met een huidkleurige papel op de rug. Mevrouw heeft in haar voorgeschiedenis een basaalcelcarcinoom (BCC) gehad van het gelaat. In haar familie komt geen huidkanker voor. Wat is uw diagnose?

Waarom moet ik als arts aandacht hebben voor lhbtiq+?

Zichtbaarheid en veiligheid zijn belangrijk bij het omgaan met lhbtiq+-ers in de zorg, pleit longarts Karin Pool. Ze geeft praktische tips voor zorgverleners en zorginstellingen. “Met kleine aanpassingen, bijvoorbeeld in taalgebruik, maak je al een groot verschil.”

De overgang: hormoon­therapie helpt, maar is geen wonder­middel

Gynaecoloog Dorenda van Dijken promoot hormoontherapie bij overgangsklachten, maar noemt het geen wondermiddel voor de gezondheid op langere termijn. “We kunnen als artsen zeggen dat je de overgang moet omarmen, maar ik vind dat elke vrouw dat zelf bepaalt.”

Casus: man met opgezette en verkleurde gewrichten en zwelling linkeroor

Een 52-jarige man klaagt over pijnlijke en stijve handen. De gewrichten van beide handen en vingers zijn opgezet en blauw-paars verkleurd. Verder heeft hij klachten van moeheid en malaise. Hij heeft geen koorts. Wat is uw diagnose?