Huisarts drs. Achterberg: ‘Gebruik van energiedrank soms aanwijzing voor probleemgedrag’

  • Redactioneel 
  • mm
  • Gerben Stolk
  • 6 september 2018

Nuttig je regelmatig een energiedrankje? Die eenvoudige vraag kan de huisarts soms op het spoor brengen van risicogedrag en problemen bij 13- tot 18-jarigen. Alcohol- en drugsgebruik of mishandeling bijvoorbeeld. Huisarts drs. Pim Achterberg houdt er voortaan rekening mee.

“Ik was er even behoorlijk ondersteboven van.” Dat zegt huisarts drs. Pim Achterberg over een tabel uit een begin juli verschenen rapport van het RIVM. Die leert bijvoorbeeld dat van de jongeren die per dag gemiddeld meer dan twee blikjes energiedrank nemen, 18 procent ooit harddrugs heeft gebruikt en 28 procent in de laatste vier weken hasj of wiet heeft gerookt. Bij leeftijdsgenoten die nooit of niet wekelijks energiedrank nuttigen, zijn de percentages fors lager: 0,3 en 1.

huisarts-Pim Achterberg-energiedrankEnergiedrank

“Vaak kun je op basis van gevoel en ervaring aardig inschatten welke jongeren vermoedelijk eerder risicogedrag zullen vertonen of met problemen te maken krijgen”, vertelt de huisarts uit Nieuwegein. “Denk aan tieners die overdag bij de ingang van de supermarkt staan met een zak chips en energiedrankjes. Maar de extreme correlatie die uit het onderzoek naar voren kwam, had ik niet verwacht.”

Vaker geweld ouders

Nog meer bevindingen uit het rapport ‘Gebruik en risico’s van energiedranken bij kinderen en jongeren in Nederland’? 13- tot 18-jarigen die dagelijks gemiddeld meer dan twee blikjes drinken, roken vaker (49% tegenover 2% bij de andere groep), zijn meer geestelijk mishandeld (16% tegenover 11%), lichamelijk mishandeld (12% tegenover 3%) en ondervinden vaker problemen vanwege verslaving van de ouders (10% tegenover 1%) en geweld tussen de ouders (8% tegenover 0,3%).

Belangrijk signaal

“Gebruik van energiedrankjes kan dus een belangrijk signaal zijn voor velerlei zaken”, zegt Achterberg. “Huisartsen zijn bijvoorbeeld traditiegetrouw alert op blauwe plekken. Die kunnen duiden op kindermishandeling. Nu kennen we ook de waarde van het thema ‘energiedrankjes’ in de anamnese, omdat die een verhoogde risicofactor vormen voor lichamelijke mishandeling.”

Vraag met weinig spanning

Achterberg vindt het soms lastig bij jongeren om botweg het onderwerp ‘drugs’ aan te snijden. Dankzij zijn kennis over energiedrankjes als risicofactor kan hij het thema voortaan voorzichtiger inkleden. “Bij een vermoeden van druggebruik zal ik voortaan dikwijls eerst ingaan op energiedrankjes. ‘Neem je regelmatig energiedrank?’ is een kleine vraag die weinig spanning geeft. Bij een positief antwoord kun je met kleine stapjes naar de eigenlijke kwestie toewerken. Denk aan een tussenvraag als: ‘Heb je vrienden die drugs gebruiken?’. Zo bouw je een gesprek op dat kan uitmonden in het aanbod hulp te bieden.”

Vermoeidheidsklachten

De gemiddelde 13- tot 18-jarige meldt zich niet zo vaak op het spreekuur van de huisarts als de doorsnee 65-plusser. “Inderdaad, veel jongeren die vaak een energiedrankje nemen, zien we niet”, erkent Achterberg. “Toch kunnen huisartsen en POH’s ggz soms hun voordeel doen met de nieuwe kennis. Heb je een tiener vóór je met vermoeidheidsklachten of psychische problemen? Een vraag naar het gebruik van energiedrankjes leidt misschien tot de conclusie dat de jongere veel blowt, verslaafde ouders heeft of lichamelijk wordt mishandeld.”

Basis-ggz

Verwacht Achterberg dat nu vaker verwijzing van huisarts naar basis-ggz volgt? “Dat denk ik niet. Daarvoor heb je een medische indicatie nodig, en daaronder kun je informatie over gebruik van energiedrankjes niet scharen. Maar het lijkt me wel nuttig dat in de basis-ggz ook de vraag over energiedrankjes wordt gesteld, bijvoorbeeld aan jongeren met somberheidsklachten.”