Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Huisarts Merlijn: ‘Minder 65-plus vrouwen met heupfracturen dankzij bevolkingsonderzoek’
Screening in de huisartspraktijk van vrouwen vanaf 65 jaar zou veel osteoporose-gerelateerde botreuken kunnen voorkomen. Dit is de belangrijkste conclusie uit onderzoek van huisarts Thomas Merlijn. “Deelname aan screening en behandeling zorgt voor een reductie van deze fracturen met twintig procent. Dat is belangrijke gezondheidswinst voor de doelgroep, en een dusdanige reductie van zorgkosten dat bijna het hele bevolkingsonderzoek eruit te financieren is.”

Screening in de huisartspraktijk van vrouwen vanaf 65 jaar zou veel osteoporose-gerelateerde botreuken kunnen voorkomen, blijkt uit het onderzoek waaraan huisarts Thomas Merlijn in 2010 begon en waarop hij binnenkort hoopt te promoveren. “Nu is alleen sprake van actieve screening bij vrouwen die al een botbreuk oplopen”, zegt hij. “In onze studie hebben we juist gekeken naar de meerwaarde van actieve screening. Bij vrouwen vanaf 65 welteverstaan, want bij mannen komt het probleem van osteoporose-gerelateerde botbreuken veel minder vaak voor.”
“In onze studie hebben we juist gekeken naar de meerwaarde van actieve screening bij vrouwen vanaf 65”
Reductie heupfracturen
Eigen onderzoek bleek niet geheel probleemloos. In de eerste plaats moesten meer vrouwen worden geïncludeerd (220 tegen de aanvankelijk vastgestelde honderd) omdat het risico lager uitpakte dan was ingeschat. In de tweede plaats was het animo onder oudere vrouwen – ook na het aanbieden van een taxiservice – beperkt. “De uitkomst van het onderzoek – waarbij een groep met risicofactoren actief werd behandeld en de controlegroep niet – leidde tot negen procent reductie van de osteoporose-gerelateerde botbreuken”, vertelt Merlijn, “en dat was niet statistisch significant. Maar toen we al een poosje met ons eigen onderzoek bezig waren, hoorden we dat soortgelijke onderzoeken liepen in Engeland en Denemarken. Dat maakte het interessant om de resultaten uit de drie onderzoeken in een meta-analyse bij elkaar te brengen. Daarmee ging het om in totaal 42.000 vrouwen die – vergeleken met een groep waarin alleen reguliere zorg werd geboden – gemiddeld vier tot vijf jaar werden gevolgd. De resultaten laten zien dat bevolkingsonderzoek vooral effect heeft om heupfracturen te voorkomen. Deelname aan screening en behandeling zorgt voor een reductie van deze fracturen met twintig procent. Dat is belangrijke gezondheidswinst voor de doelgroep, en een dusdanige reductie van zorgkosten dat bijna het hele bevolkingsonderzoek eruit te financieren is.”
“Voor preventieve behandeling en follow-up zijn de huisartspraktijken de logische plaats”
Gezondheidswinst en daling van zorgkosten
Op dit moment ligt bij de Gezondheidsraad de vraag of het mogelijk is het bevolkingsonderzoek daadwerkelijk tot stand te brengen. “Dit is de instantie die hiervoor verantwoordelijk is”, zegt Merlijn. “Een veel sterker bewijs dan we nu hebben geleverd voor de meerwaarde van screening gaat er niet komen. We hebben een degelijke onderbouwing geboden. Bevolkingsonderzoek levert weliswaar geen extra levensjaren op, maar wel gezondheidswinst en daling van de zorgkosten. Zeker als het op landelijke schaal gebeurt. De Gezondheidsraad moet dan ook nadenken over de vraag of, en zo ja om de hoeveel jaar het onderzoek moet worden herhaald. We weten uit de Dexa-metingen dat de situatie niet zo snel verandert als zich geen bijzondere factoren voordoen. Ook de vraag waar het werk moet geschieden, moet worden beantwoord. Voor de preventieve behandeling en follow-up zijn de huisartspraktijken de logische plaats. De POH’er zou hierin geschoold kunnen worden, en die heeft ook al ervaring in de follow-up bij diabetes en astma/COPD en de begeleiding bij chronische medicatie. Maar de screening moet ook worden georganiseerd. Een regionale aanpak op basis van leeftijdscohorten zou hiervoor mooi zijn.”
“Huisarts, maak werk van de actieve osteoporosezorg na een nieuwe fractuur, zoals de NHG-Standaard adviseert. Dan maak je al een hele slag”
Follow-up en therapietrouw
Wat kunnen huisartspraktijken nu al doen voor de doelgroep? Merlijn: “Werk maken van de actieve osteoporosezorg na een nieuwe fractuur, zoals in de standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap wordt geadviseerd. Dan maak je al een hele slag. Wat deze studie toevoegt, is dat bij vrouwen met andere risicofactoren voor fracturen ook ruimte is voor actievere aanpak. Dat zal in de nieuwe richtlijn moeten worden aangepast. We weten dat in de follow-up de therapietrouw na verloop van tijd afneemt. Dat onderstreept het belang van goede begeleiding hierin. Een optie voor vervolgonderzoek is dan ook hoe deze begeleiding het best kan worden vormgegeven.”