DOQ

Huisarts Roelofs: ‘Bespreek bij palliatieve zorg in een vroeg stadium wat iemand nog wel en niet wil’

Door de toenemende vergrijzing neemt het aantal palliatieve patiënten toe. Hoe je als huisarts mensen in de laatste levensfase het beste kunt ondersteunen, weet huisarts Els Roelofs (59) als geen ander. Zij is als kaderarts gespecialiseerd in palliatieve zorg en stimuleert andere huisartsen zich ook verder in het thema te verdiepen. Eerder dit jaar werd Roelofs uitgeroepen tot Kaderarts van het jaar.

Palliatieve zorg past perfect bij de taken van een huisarts, stelt huisarts en Kaderarts van het jaar Els Roelofs. “Als huisarts kijk je namelijk niet alleen medisch inhoudelijk naar een patiënt, maar krijg je ook te maken met sociale problematiek en zingeving.” Roelofs vindt het een illusie om te denken dat je alles met geneeskunde kunt sturen. “Als mensen leren omgaan met hun situatie, komt dat hun kwaliteit van leven ten goede”, zegt ze. “Een proces dat je samen met andere zorgverleners goed kunt begeleiden.”

Huisarts Els Roelofs, Kaderarts van het jaar
(Bron foto: E. Roelofs)

Meelopen in hospice

Roelofs specialiseerde zich in 2007 tot kaderarts en sindsdien bestaat de helft van haar werkweek uit (onder andere scholing in) palliatieve zorg. “Ik kwam op een punt in mijn loopbaan dat ik me afvroeg welke richting ik op wilde. Tijdens de kaderopleiding kon ik meedraaien in een hospice. Het was een eyeopener voor mij dat het echt niet alleen maar kommer en kwel is daar; er wordt ook veel gelachen. Het is een groot compliment als mensen aangeven dat hun naaste nog echt gelukkig is geweest in het hospice. Deze en andere ervaringen waren voor mij de motivatie om mij nog meer bezig te gaan houden met palliatieve zorg. Ik heb nog jaren in het hospice gewerkt.”

Elkaar sneller vinden

“In de tijd dat ik begon als huisarts, zo’n zesentwintig jaar geleden, was er nog weinig aandacht voor het thema in de huisartsenpraktijk”, zegt de huisarts. “De huidige lichting AIOS is over het algemeen beter geschoold in de palliatieve zorg dan ik toen was. Goede scholing voor huisartsen is de basis voor het leveren van goede palliatieve zorg.” Daarnaast is ook samenwerking met de wijkverpleging belangrijk. Roelofs adviseert: “Kijk eens naar deelname in een PaTz-groep (Palliatieve Thuiszorg): daarbinnen werken huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en andere deskundigen samen aan palliatieve thuiszorg. Door samen met deze disciplines de (aankomende) palliatieve patiënten uit de praktijk te bespreken, weet je elkaar sneller te vinden als het nodig is.”

Team rondom patiënt

Palliatieve zorg bieden kun je niet alleen, stelt Roelofs. “Je doet het met een team rondom de patiënt. Voor sommige aandoeningen zijn ketenzorgprogramma’s opgezet waar je als huisarts bij betrokken bent, zoals bij mensen met COPD of hartfalen. Dat zorgt voor een meer gestructureerde zorg. Voor de palliatieve fase hebben we dat nog niet. Wel aanbevelingen vanuit het Kwaliteitskader Palliatieve zorg, waarin wordt beschreven wat patiënten, zorgprofessionals en zorgverzekeraars verstaan onder goede palliatieve zorg.” Als handigheidje voor huisartsen om de palliatieve zorg nog beter en soepeler te laten verlopen, noemt Roelofs PalliArts. “Deze app bevat de landelijke richtlijnen palliatieve zorg en brengt tevens de hele sociale kaart rondom palliatieve zorg overzichtelijk in beeld. Je ziet bijvoorbeeld welk hospice in jouw regio een vrij bed heeft.”

Advance Care Planning

Volgens Roelofs is er vaak weinig tijd voor huisartsen om écht contact te maken met hun palliatieve patiënten. “Je moet immers al zoveel praktische zaken bespreken. Toch kan een gesprek vaak veel rust en duidelijkheid geven voor de patiënt en naasten. Probeer in een vroeg stadium tijd te maken voor Advance Care Planning; dit kan voorkomen dat er nog ongewenst behandelingen plaatsvinden. Ook geeft het de patiënt de gelegenheid zelf na te denken en nog te kunnen beslissen over belangrijke zaken, zoals wel of niet reanimeren en euthanasie, maar ook wat er nog echt belangrijk is in de periode die gaat komen. Vaak zie ik dat dorpshuisartsen makkelijker een familiegesprek plannen, omdat zij de sociale omgeving van een patiënt meestal beter kennen. Maar ook in een drukke praktijk in een grote stad kun je veel betekenen voor de palliatieve patiënt, als je het gesprek aangaat.”

Zorg goed voor jezelf

Het begeleiden van een palliatieve patiënt vergt veel van jezelf als huisarts, weet Roelofs. Zij adviseert collega’s om vooral ook goed voor zichzelf te zorgen. “Zo’n proces doet altijd iets met jezelf als arts. Zeker jonge huisartsen die een leeftijdsgenoot begeleiden, kunnen dat best pittig vinden. Mijn collega begeleidde eens een achttienjarige die haar te veel aan haar eigen zoon deed denken. Ze heeft de patiënt aan mij overgedragen. Als je merkt dat het je zwaar valt, is dat een goede beslissing. Patiënten snappen dat best. Wees niet te flink. In een hospice is er ondersteuning voor het team, maar in de huisartsenpraktijk moet je zoiets zelf regelen. Met de juiste begeleiding kan het zo mooi zijn om een stukje met mensen mee te lopen in de laatste fase van hun leven.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Meer aandacht nodig voor de basisarts

In de zorg zijn veel openstaande vacatures en de werkdruk stijgt. Een van de oorzaken: het tekort aan basisartsen. De Jonge Specialist probeert het tij te keren. Maar het is een complex vraagstuk, vertellen bestuursleden Phebe Berben en Leene Vermeulen.

Casus: vrouw die niet kan boeren

Een 23-jarige vrouw klaag over een lang aanhoudend drukkend gevoel achter het sternum, met name na de maaltijd. Het lukt haar dan niet om te boeren. Braken zorgt meestal snel voor verlichting van de klachten. Wat is uw diagnose?

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaat­kanker­behandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.