DOQ

Huisarts volgt bij astma en COPD in 60% van gevallen advies longarts op

Huisartsen in het noorden van Nederland kunnen patiënten met (een vermoeden van) astma of COPD verwijzen naar de Astma/COPD-dienst van Certe. Via deze service ontvangen zij advies van een longarts over de diagnose en het behandelplan, waaronder een medicatieadvies. In 60% van de gevallen volgen huisarts en patiënt het medicatieadvies daadwerkelijk op. Dat blijkt uit onderzoek van Niels Schipper, onderzoeker bij het General Practitioners Research Institute (GPRI) in Groningen.

“De Astma/COPD-dienst vormt een schakel tussen de huisartsenzorg en de ziekenhuiszorg”, vertelt Schipper, die ook werkzaam is als anios in het Medisch Spectrum Twente. “Huisartsen kunnen patiënten met (een vermoeden van) obstructief longlijden doorverwijzen. Een longfunctielaborant laat hen vervolgens spirometrie blazen. Daarnaast vullen de patiënten vragenlijsten in, zoals de Asthma Control Questionnaire (ACQ), de Clinical COPD Questionnaire (CCQ) en vragen over roken en voorgeschiedenis. De resultaten van deze onderzoeken worden verstuurd naar een longarts.”

Onderzoeker bij het General Practitioners Research Institute (GPRI) in Groningen Niels Schipper

“Zo nodig kan de huisarts de patiënt na verloop van tijd opnieuw insturen voor een tweede beoordeling”

Samen beslissen

De longarts stelt een werkdiagnose en geeft een behandeladvies. Schipper: “Dit wordt online teruggekoppeld naar de huisarts. Deze beslist uiteindelijk samen met de patiënt of zij het advies opvolgen. Zo nodig kan de huisarts de patiënt na verloop van tijd opnieuw insturen voor een tweede beoordeling. Dit in het kader van routinemonitoring of voor nieuwe vragen.”

Betere ziektecontrole

De Astma/COPD-dienst bestaat sinds 2007 en wordt aangeboden door het huisartsenlaboratorium van Certe. Huisartsen uit Groningen, Friesland en Drenthe kunnen er gebruik van maken. Eerder onderzoek toonde aan dat de dienst een effectieve en efficiënte manier is om huisartsen te ondersteunen bij de diagnose en behandeling van astma, COPD en het astma-COPD-overlap-syndroom (ACOS). Bij een tweede bezoek hadden patiënten voor wie de dienst advies had gegeven een betere ziektecontrole dan tijdens het eerste bezoek. Het was nog niet onderzocht hoe vaak het medicatieadvies van de Astma/COPD-dienst daadwerkelijk wordt opgevolgd.

3.800 patiënten

Dit was reden voor Schipper om het na te gaan tijdens een wetenschappelijke stage. Hij werkte hiervoor samen met het GPRI. Deze organisatie verricht wetenschappelijk onderzoek met de database van de Astma/COPD-dienst. Uit de 25.000 patiënten in de database selecteerde hij een groep van ruim 3.800 mensen. “Zij voldoen aan drie criteria”, vertelt hij. “Allereerst heeft de longarts bij hen een diagnose astma, COPD of astma-COPD-overlapsyndroom gesteld. Daarnaast gaf de longarts een medicamenteus behandeladvies. Tot slot stuurde de huisarts deze patiënten, op eigen initiatief, voor een tweede keer in bij de dienst. Bij deze patiënten keken we of zij, tijdens het tweede bezoek, het medicatieadvies volgden dat de longarts gaf naar aanleiding van het eerste bezoek.”

“De groep die niet werd behandeld volgens het behandeladvies, had tijdens het tweede bezoek meer ziekte-gerelateerde symptomen”

Groepen vergelijken

Zestig procent van de patiënten volgde het medicatieadvies van de longarts op. Schipper vergeleek hun kenmerken met die van de patiënten voor wie het advies niet werd opgevolgd. “De groep die niet werd behandeld volgens het behandeladvies, had tijdens het tweede bezoek meer ziekte-gerelateerde symptomen en vaker exacerbaties dan de eerste groep.” Op dit moment onderzoekt Schipper of de tweede groep ook meer medicatie is gaan gebruiken.

Moeilijk

Waarom in veertig procent van de gevallen het advies niet wordt opgevolgd is lastig te zeggen. “Onze database bevat alleen data van de Astma/COPD-dienst. We hebben geen huisartsendata uit de periode tussen het eerste en tweede bezoek. Dat maakt het moeilijk om hierover conclusies te trekken.”

“Door de inzet van de Astma/COPD-dienst houd je de zorg in de eerste lijn.”

Ondersteuning voor de huisarts

Schipper meent dat de Astma/COPD-dienst een mooie ondersteuning biedt voor de huisarts. “De Astma/COPD-dienst kan helpen om het volledige plaatje van de patiënt in kaart te brengen. Daarnaast kan de dienst, zeker tijdens de huidige coronapandemie, een belangrijke rol spelen. Door inzet van de Astma/COPD-dienst houd je de zorg voor astma- en COPD-patiënten in de eerste lijn. Er zijn minder ziekenhuisbezoeken nodig en de huisarts houdt de regie. Hoewel in veel huisartsenpraktijken het spirometrie-onderzoek nog steeds stilligt, kon de dienst, na aanpassingen, vlak na de eerste golf alweer starten.”

“Als je sneller de juiste diagnose kunt stellen en de juiste behandeling kunt starten, zullen patiënten eerder symptoomverlichting bemerken”

Therapietrouw

Tot slot draagt de dienst mogelijk ook bij aan een betere therapietrouw. “Als je door de inzet van de Astma/COPD-dienst sneller de juiste diagnose kunt stellen en de juiste behandeling kunt starten, zullen patiënten ook eerder symptoomverlichting bemerken. Ik denk dat dat een heel belangrijke factor voor therapietrouw is. Alles bij elkaar is een goede samenwerking tussen de huisarts en de Astma/COPD-dienst van groot belang voor het optimaliseren van de zorg aan patiënten met obstructief longlijden.” Het onderzoek van Schipper e.a. is hier te downloaden.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”