DOQ

Huisarts Wolfe over coronacrisis: ‘Stel het economisch belang weer voorop’

Piepjonge verzorgenden die in korte tijd de ene na de andere cliënt zagen overlijden. Kinderen die uit angst voor besmetting niet bij hun stervende ouders durfden te zijn. Huisarts Wendy Wolfe, tevens kaderhuisarts palliatieve zorg, weet het zeker: het coronatijdperk gaat heel wat psychische littekens opleveren. Mede daarom pleit ze ervoor dat de raderen van de economie weer gaan draaien. “Anders zullen nog veel meer mensen geestelijke schade oplopen.”

Kaderhuisarts palliatieve zorg Wendy Wolfe

U bent huisarts in Venhuizen, onderdeel van de gemeente Drechterland in Noord-Holland. Daar bezoekt u ook regelmatig verzorgingshuis De Bosman. Werd u in maart overrompeld door de ernst en omvang van COVID-19?

“We wisten dat corona op komst was en we zetten ons schrap. We schrokken dan ook niet toen op een gegeven moment een collega-huisarts uit een andere praktijk de eerste besmette patiënt in Drechterland had. Ik begon me meer zorgen te maken op het moment dat een dementerende man in het verzorgingshuis koorts kreeg. Hij had in de nabijheid van veel andere bewoners verkeerd, omdat hij vrij kon rondlopen in het huis. Als deze man besmet bleek te zijn, zou het virus waarschijnlijk snel zijn rondgegaan.

Dit scenario werd helaas bewaarheid. Meneer had corona, binnen een week kregen tien bewoners koortsklachten en na twee weken nóg meer bewoners. Van de 42 cliënten zijn er elf overleden (het interview is op 21 april, red.). Het heeft ons overrompeld en verbaasd hoe besmettelijk en dodelijk het virus is. Op één van de drie verdiepingen is in totaal ook tachtig procent van de verzorgenden ziek geweest, vermoedelijk ook door corona.”

“De manier waarop de verzorgenden met deze cliënten omgingen – dát is wat het meest indruk op mij heeft gemaakt. Zij hebben hen zó liefdevol opgevangen”

Wat heeft in de afgelopen periode het meest indruk op u gemaakt?

“Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet het meest geraakt door het overlijden van de bewoners van het verzorgingshuis. De reden? In het kader van advanced care-planning en de zogeheten surprise question had ik mezelf vóór de crisis de vraag gesteld of ik verbaasd zou zijn als deze mensen na een jaar nog in leven zouden zijn. Het antwoord: ja, ik zou verbaasd zijn. Dat zij stierven, kwam dus niet als een grote verrassing. De manier waarop de verzorgenden met deze cliënten omgingen – dát is wat het meest indruk op mij heeft gemaakt. Zij hadden een hechte band met de bewoners, vaak een jarenlange band, en hebben hen zó liefdevol opgevangen.

Je moet je voorstellen: dikwijls bekleedden de verzorgenden de troostende en begeleidende rol die normaal gesproken is weggelegd voor familieleden. Met het oog op de veiligheid mogen immers maximaal twee personen een stervende patiënt bezoeken om afscheid te nemen. Sommige mensen komen niet omdat ze bang zijn besmet te raken. Zo was er een bewoner van wie – op één na – de kinderen niet naar binnen durfden. En degene die wél ging, hield het waken bij de ouder niet lang vol. Het is ook niet niks: urenlang in dezelfde kamer verblijven als je stervende vader of moeder en die kamer niet mogen verlaten vanwege besmettingsgevaar.

Naar mijn mening waren de verzorgenden in die periode de soldaten aan het front. IC-verpleegkundigen hebben veel aandacht gekregen; terecht, want dat zijn ook toppers. Maar vanuit hun functie wáren zij al gewend met grote frequentie te worden blootgesteld aan stervende patiënten. Verzorgenden hebben daar in normale tijden ook mee te maken, maar niet op deze schaal. Het zijn vaak nog jonge meisjes die nog pril in het vak staan. Voeg daarbij de onderbezetting op de verdieping met veel zieke collega’s. Het huis benaderde vervangers – zzp’ers – maar die maakten meteen rechtsomkeert toen ze ter plekke hoorden over de situatie.”

“Maar nu, na ruim een maand, zeg ik: de psychische en economische schade in onze maatschappij worden té groot om deze koers te handhaven”

Wat had u graag anders gezien in deze crisis?

“Dat er vanaf het begin volop toestemming was geweest om te testen op COVID-19. Ik heb nog altijd contact met medestudenten uit de tijd dat ik de opleiding tot kaderarts palliatieve zorg deed in Cardiff, Engeland. Dan hoor je bijvoorbeeld dat er in Groot-Brittannië, Australië, Canada eenzelfde gebrek aan testen is als bij ons. Maar via krant en radio verneem ik dat Zuid-Korea en Duitsland wel meer testen hebben. Zeker in de beginperiode zou het fijn zijn geweest als wij dankzij testen meer houvast hadden gehad. Ik begrijp dat je bij schaarste zuinig moet zijn, maar misschien had er beter en ruimer kunnen worden ingekocht.”

“Als de huidige situatie nog lang voortduurt, lopen veel mensen littekens op voor de rest van hun leven”

Hoe hoopt u dat ons land er over drie maanden uitziet?

“Ik ben blij dat de overheid in eerste instantie heeft gekozen voor maatregelen om de druk op de gezondheidszorg onder controle te houden. Het was bijvoorbeeld zaak dat de IC’s niet kopje onder zouden gaan. Maar nu, na ruim een maand, zeg ik: de psychische en economische schade in onze maatschappij worden té groot om deze koers te handhaven. Ik heb in de afgelopen weken bijvoorbeeld gezien hoeveel psychische last kan ontstaan nu mensen langdurig samen thuiszitten. Denk aan moeders die hun kinderen niet meer aankunnen. Ik ben bang voor toename van mishandeling en misbruik; seksueel misbruik ook. In dit betoog noem ik ook de kinderen van de verzorgingshuisbewoners die niet waardig afscheid hebben kunnen nemen van hun ouders. Ik vrees verder voor de gezondheid en het welzijn van ondernemers die op het punt staan failliet te gaan. Kortom, als de huidige situatie nog lang voortduurt, lopen veel mensen littekens op voor de rest van hun leven. Stel daarom nu het economisch belang weer voorop.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?