ICS-gebruik resulteert in diverse veranderingen in longmicrobioom

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
1 december 2021

Er is steeds meer bewijs dat inhalatiecorticosteroïd (ICS) via meerdere mechanismen resulteert in veranderingen van het longmicrobioom. In een studie die in het blue journal verscheen, is voor de eerste keer op een longitudinale, gerandomiseerde en gecontroleerde wijze het effect van ICS-gebruik op het microbioom van de onderste luchtwegen in kaart gebracht.

Vanwege hun talloze effecten op het immuunsysteem zijn glucocorticoïden in staat om zowel infecties te vergemakkelijken als de uitkomsten daarvan te verbeteren. Een langdurige behandeling met orale glucocorticoïden is een bekende risicofactor voor infecties, zoals Pneumocystis-pneumonie. Glucocorticoïden dienen echter ook als aanvullende behandeling voor ernstige Pneumocystis-pneumonie, COVID-19-pneumonie en COPD-exacerbaties.

ICS-gebruik

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan het verband tussen langdurig ICS-gebruik en het risico op pneumonie bij COPD. Mogelijk mechanismen zijn een afgenomen interferon (IFN)-respons op virussen, remming van de door macrofagen gemedieerde klaring van bacteriën en een downregulatie van belangrijke oppervlaktemoleculen. Bovendien kan ICS antimicrobiële peptiden onderdrukken, wat in muizen blijkt te resulteren in een expansie van streptokokken. Bovendien zijn lagere niveaus van sommige antimicrobiële peptiden, zoals cathelicidine, gerelateerd aan ernstiger COPD-exacerbaties.
In sputummonsters gaat ICS-gebruik gepaard met een verhoogde bacteriële belasting en verminderde alfa-diversiteit met een verhoogde abundantie van Proteobacteria. Dat bacterierijk omvat ver

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, ,
Deel dit artikel