Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Leverablatie: iedere millimeter telt
Chirurgie was jarenlang de standaardbehandeling van levertumoren. Maar voor kleine en diepliggende tumoren blijkt leverablatie steeds vaker een minder invasief alternatief. Standaardisatie over hoe deze ablatie uit te voeren, ontbrak echter. Daar komt nu verandering in, stelt Kristian Overduin, technisch geneeskundige en onderzoeker in het Radboudumc.
Versnippering, zo typeert Overduin de behandeling van levertumoren middels ablatie in de afgelopen tien à vijftien jaar. “Wereldwijd is er veel variatie in hoe behandelteams de ablatie uitvoeren, met tal van lokale verschillen. Gevolg is dat we ook veel variatie zien in de uitkomsten van de ablatie.” Overduin klinkt kritisch, maar tegelijkertijd wijst hij erop dat ablatie van levertumoren van recente datum is. “Voorheen was chirurgie de gouden standaard, en voor levertumoren groter dan 3 cm in diameter is dat nog steeds zo. Nadeel daarvan is dat chirurgen een flink deel van de lever moeten verwijderen om bij de tumor te komen. Patiënten leveren dan leverfunctie in. Bovendien verloopt het herstel na een grote operatie trager.”

“Ablatie is even succesvol als chirurgie, maar wel veiliger”
Technisch geneeskundige en onderzoeker Kristian Overduin
Orgaansparende behandeling
Leverablatie daarentegen is een orgaansparende behandeling waarbij de interventie-oncoloog alleen de tumor behandelt, met een veiligheidsmarge rondom. Het omliggende gezonde weefsel blijft zoveel mogelijk gespaard. “Het herstel na behandeling verloopt bovendien voorspoedig. Patiënten kunnen veelal na één dag alweer naar huis. Voor patiënten is dat prettig.”
Bij leverablatie plaatst de behandelaar op geleide van beeldvormend onderzoek – veelal CT – een dunne naald tot in de tumor. Vervolgens brandt hij deze weg onder verhitting, ofwel thermische ablatie. Vooral bij diepliggende tumoren en levertumoren kleiner dan 3 cm heeft ablatie de voorkeur boven operatie, legt Overduin uit. “Diepliggende tumoren zijn chirurgisch lastiger te bereiken. Er moet dan veel gezond leverweefsel worden verwijderd. Dat doen we liever niet.”
Even effectief, mits…
Leverablatie is even effectief als opereren. Dat blijkt onder meer uit de COLLISION-studie, een Nederlands gerandomiseerd fase III-onderzoek dat chirurgie vergelijkt met thermische ablatie bij patiënten met kleine, operabele leveruitzaaiingen. Ook het onderzoeksteam van Overduin nam hieraan deel. “De studie toont aan dat ablatie even succesvol is als chirurgie, maar wel veiliger.” Op voorwaarde dat de ablatie op de juiste manier wordt toegepast, benadrukt Overduin. “Wat de juiste manier is, daar is echter veel discussie over. Zoals gezegd: er is veel variatie. Standaardisatie van de behandelwijze en behandeluitkomsten ontbreekt.”
Veiligheidsmarge
Zo is er discussie over hoeveel veiligheidsmarge rondom de tumor de behandelaar moet aanhouden om er zeker van te zijn dat de tumor volledig is verwijderd. “Zo’n veiligheidsmarge is nodig, omdat je rekening moet houden met onnauwkeurigheden van het beeldvormend onderzoek. Het kan zijn dat de tumor microscopisch iets groter is dan wij op de scan kunnen zien. Door een veiligheidsmarge in te bouwen, kun je daar rekening mee houden. Zo laten studies, ook die van ons, zien dat bij een veiligheidsmarge van 5 mm het risico op een tumorrecidief vrijwel nihil is.”
“Bij een succesvolle behandeling gaat het niet primair om tumorgrootte of -type, maar om millimeters”
Uniforme standaarden voor leverablatie
Een internationaal expertconsortium mede geleid door het Radboudumc heeft nu voor het eerst uniforme standaarden opgesteld voor ablatie van levertumoren. De consensus hierover is recentelijk gepubliceerd in The Lancet Oncology. “Deze consensus onderschrijft dat het bij een succesvolle behandeling niet primair gaat om tumorgrootte of -type, maar om millimeters: een adequate veiligheidsmarge rondom de tumor blijkt cruciaal te zijn voor genezing en het voorkomen van een recidief. Hoe groot die marge precies moet zijn, daar is nog geen consensus over. Mogelijk ligt de optimale afkapwaarde dus bij 5 mm, maar dat moeten vervolgstudies uitwijzen.”
Raamwerk
De expertgroep bereikte wél consensus over het meten en vastleggen van de gehanteerde veiligheidsmarges, liefst al tijdens de ablatie. “We hebben daarvoor een raamwerk opgesteld, bestaande uit een A0-, A1- en A2-classificatie. Deze classificatie geeft een mate van zekerheid dat we de hele tumor behandeld hebben. A0 betekent bijvoorbeeld dat we de gehele tumor verbrand hebben, inclusief de veiligheidsmarge die we wilden behalen. A1 betekent: de tumor is volledig behandeld, maar de marge is op sommige locaties krap. A2 betekent dat we een stukje van de tumor niet hebben behandeld.”

Controlescan
Het mooie is dat de interventie-oncoloog deze marges kan vaststellen op basis van de scans tijdens de ablatie, vervolgt Overduin. “We maken tijdens de behandeling een controlescan. Als we vervolgens een marge-analyse doen, kunnen we direct zien of de behandeling al dan niet gelukt is. We kunnen dan zo nodig – want de patiënt ligt nog op de behandeltafel – de ablatie aanpassen en het overgebleven stukje weefsel alsnog wegbranden.”
Meten is verbeteren, dus Overduin roept zijn collega’s op om voortaan tijdens de procedure de veiligheidsmarges te meten. “Alleen op die manier komen we tot optimale en betrouwbare uitkomsten van leverablatie.”
“AI om al tijdens de behandeling ablatiemarges te bepalen, dat is mijn stip aan de horizon”
AI als standaard
Daarmee is het werk niet klaar, vervolgt hij. Want het meten van de veiligheidsmarges tijdens ablatie is nu nog vooral het werk van de interventie-oncoloog. “Dat is het beste wat we nu hebben, maar het zijn tijdrovende analyses om de marge in 3D nauwkeurig te bepalen. Bovendien is dat per definitie een subjectieve beoordeling. De ene behandelaar kan tot andere marges komen dan de andere. Dit kan een uniforme toepassing in de weg staan.”
Vandaar dat Overduin werkt aan de inzet van AI om snel en objectief veiligheidsmarges te kunnen meten tijdens ablatie. “We kunnen dan direct een eenduidig antwoord krijgen of de behandeling gelukt is of niet. En daar, indien nodig, vervolgens op bijsturen. Zover zijn we nog niet, maar AI als standaard om al tijdens de behandeling snel en betrouwbaar ablatiemarges te bepalen, dat is mijn stip aan de horizon.”
Michel van Dijk
