Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Intensieve behandeling met bDMARD bij PsA niet effectiever dan standaardzorg
Vroege intensieve behandeling met de biologische DMARD secukinumab leidt bij een ‘treat-to-target’-aanpak niet tot betere klinische uitkomsten van patiënten met artritis psoriatica (PsA), vergeleken met standaardzorg. Dit concluderen internist en promovenda Gonul Hazal Koc van het Erasmus MC en collega-onderzoekers op basis van de STAMP-studie. Onlangs zijn hiervan de resultaten gepubliceerd in het toonaangevende vaktijdschrift The Lancet Rheumatology.
Eerder is aangetoond dat ‘treat-to-target’-strategieën de klinische uitkomsten van patiënten met PsA kunnen verbeteren. In de STAMP-studie onderzochten Koc en haar collega’s of vroege intensieve behandeling met de IL-17A-remmer secukinumab gunstigere klinische uitkomsten oplevert dan standaardzorg bij een ‘treat-to-target’-aanpak. “Onze gerandomiseerde ‘open-label’-studie is uitgevoerd in elf algemene ziekenhuizen en één universitair medisch centrum in Nederland. Bij het ontwerp van het onderzoek waren niet alleen onderzoekers, maar ook patiënten met PsA betrokken.”

“De ene groep werd vroeg intensief behandeld met secukinumab en de andere groep ontving standaardzorg”
Internist en promovenda Gonul Hazal Koc
Secukinumab vs. Standaardzorg
Volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerde PsA die voldeden aan de CASPAR-criteria, minimaal twee gezwollen gewrichten hadden en nog niet waren behandeld met een DMARD, kwamen in aanmerking voor deelname aan het onderzoek. “Deelnemers werden willekeurig verdeeld over twee groepen”, legt Koc uit. “De ene groep werd vroeg intensief behandeld met secukinumab en de andere groep ontving standaardzorg.” Patiënten in de secukinumabgroep kregen bij aanvang en daarna elke 4 weken secukinumab 300 mg s.c., wekelijks methotrexaat 15 mg p.o. gedurende maximaal 12 maanden, en eenmalig methylprednisolon 80 mg i.m. aan het begin van de studie. Patiënten in de standaardzorggroep kregen alleen wekelijks methotrexaat, in een dosis oplopend van 15 tot 25 mg na 6 weken, en één gift methylprednisolon.
Ziekteactiviteit
Elke 3 maanden beoordeelden Koc en haar collega’s de ziekteactiviteit. “Als patiënten in de secukinumabgroep geen minimale ziekteactiviteit hadden bereikt, zetten we de behandeling met secukinumab om in een TNF-α-blokker, gevolgd door eerst een tweede TNF-α-blokker en daarna apremilast indien nodig. Als patiënten in de standaardzorggroep geen minimale ziekteactiviteit hadden bereikt, intensiveerden we hun behandeling volgens een conventionele ‘step-up’-strategie: eerst methotrexaat in combinatie met sulfasalazine, gevolgd door een TNF-α-blokker en ten slotte een tweede TNF-α-blokker.” De primaire uitkomstmaat was het percentage patiënten met een klinische verbetering van ten minste 50% (ACR50) na 6 maanden.
Vergelijkbare ACR50-respons
Tussen 19 december 2019 en 19 oktober 2023 screenden de onderzoekers 130 patiënten, van wie 120 patiënten (gemiddeld leeftijd: 49 jaar; 41% vrouw; 98% van Nederlandse afkomst) werden gerandomiseerd tussen de secukinumabgroep (n=60) of de standaardzorggroep (n=60). Na 6 maanden bedroeg de ACR50-respons 42% in de groep die vroeg intensief werd behandeld met secukinumab en 35% in de groep die standaardzorg kreeg (relatief risico: 1,19; 95%-BI: 0,75-1,88; p=0,45). Na 12 maanden gaven beide behandelstrategieën een vergelijkbare klinische verbetering, met een ACR50-respons bij de helft van de patiënten. Er was nauwelijks verschil in het percentage patiënten met bijwerkingen tussen de secukinumab- en standaardzorggroep (50 vs. 53%). Ook het percentage patiënten bij wie ernstige bijwerkingen optraden was nagenoeg gelijk in beide groepen (10 vs. 8%). Geen van de patiënten overleed tijdens het onderzoek.
“De voordelen wijzen wel op een snellere en efficiëntere ziektecontrole”
Sneller controle
Aanvullende analyses lieten zien dat vroege intensieve behandeling met secukinumab gepaard ging met snellere symptoomcontrole en minder belasting voor de patiënt. Daarnaast was het bij patiënten in de secukinumabgroep minder vaak nodig om de behandeling te intensiveren. “Hoewel deze voordelen zich niet vertaalden in een hogere kans op een ACR50-respons na 6 maanden, wijzen ze wel op een snellere en efficiëntere ziektecontrole”, geeft Koc aan. “Dit geldt met name voor een selecte groep van patiënten bij wie naast de gewrichten ook meerdere andere ziekte-domeinen zijn betrokken, zoals de huid en de entheses. Onze bevindingen zijn relevant voor de gezamenlijke besluitvorming in de dagelijkse praktijk en bieden aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek naar vroege, gepersonaliseerde behandelstrategieën voor patiënten met PsA.”
Referentie: Koc GH, et al. Intensive biological DMARD-first strategy versus standard step-up care in psoriatic arthritis (STAMP): 1-year results from a multicentre, open-label, randomised controlled trial comparing two treat-to-target strategies. Lancet Rheumatol. 2026;8:e23-32.
Niels Elbert
