DOQ

Interventies voor en na slok­darm­operatie verbeteren herstel

Prehabilitatie voorafgaand aan de slokdarmresectie, en meteen na de operatie starten met eten. Deze twee interventies zijn sinds het promotieonderzoek van Laura Fransen standaardzorg in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Haar onderzoek liet zien dat beide interventies het percentage complicaties na de operatie aanzienlijk verminderen.

“Het is een kwestie van finetunen nu het herstel en de overleving na een minimaal invasieve slokdarmresectie goed genoeg zijn”, meent Laura Fransen. “Met deze interventies die winst geven op het postoperatieve herstel, bereiken we uiteindelijk een goede verbetering voor de patiënt. Daar ben ik wel van overtuigd.”

“Een naadlekkage is een gevreesde complicatie omdat de nieuwe aansluiting met de buismaag zich in de borstkas bevindt”

Onderzoeker Laura Fransen

Ontstekingsreactie of abces

Direct na de operatie starten met eten is al wel gebruikelijk bij andere grote buikoperaties. Bij een slokdarmoperatie zijn chirurgen nog terughoudend, aldus Fransen. “Een naadlekkage is een gevreesde complicatie omdat de nieuwe aansluiting met de buismaag zich hoger in de borstkas bevindt of zelfs in de hals. Als speeksel of voedsel naar de borstkas lekt, dan kan een ontstekingsreactie of een abces in de borstholte ontstaan.  Een sepsis of een insufficiënte ademhaling is dan mogelijk een gevolg. Ook kan aspiratie van voedsel en maagzuur een longontsteking veroorzaken, omdat bij de operatie de natuurlijke barrières met de maag zijn weggehaald.”

Eerste gerandomiseerd onderzoek

Fransen bouwde haar onderzoek voort op een kleinschalige pilotstudie, de NUTRIENT I studie. Daarin was aangetoond dat meteen starten met eten na de operatie veilig en haalbaar was. Het zorgde niet voor meer complicaties of overlijdens. De NUTRIENT II studie was de eerste gerandomiseerde multicenterstudie bij 132 patiënten. De patiënten in de controlegroep kregen de gebruikelijke zorg met de eerste vijf dagen sondevoeding via een jejunostomie, de interventiegroep startte direct met oraal voedsel volgens een opbouwend schema. In de interventie- en controlegroep kwamen evenveel postoperatieve complicaties voor. Ook de ernst van de naadlekkages was hetzelfde.

“We hadden verwacht dat direct starten met eten het postoperatieve herstel zou verbeteren”

Uitbreiding studie

Fransen: “We hadden verwacht dat met direct starten met eten het postoperatieve herstel zou verbeteren, maar het bleef hetzelfde.” Daarom breidde ze in het Catharina Ziekenhuis het onderzoek uit tot een prospectieve cohortstudie waaraan 196 patiënten deelnamen. Deze studie toonde wel een significante verbetering aan bij directe toediening van orale voeding. Bij patiënten die direct gingen eten bedroeg het percentage postoperatieve complicaties 30 dagen na de operatie 58,8% en met de gebruikelijke sondevoeding was dat 73%. De tijd tot functioneel herstel was twee dagen korter, evenals de opnameduur.

“In het Catharina Ziekenhuis is de prehabilitatie zonder voorafgaande studie ingevoerd in het zorgpad”

Fit de operatie in

Fransen combineerde de NUTRIENT-methode met een tweede manier om de perioperatieve zorg bij slokdarmresectie te verbeteren: patiënten zo fit mogelijk de operatie in laten gaan. “Prehabilitatie is steeds gebruikelijker aan het worden.” In het St Mary’s Hospital van het Imperial College in Londen was eerder een voorbereidend programma speciaal voor patiënten die een slokdarmoperatie kregen, gemaakt. Fransen en haar team namen over wat in Nederland goed toe te passen was. Zo kwam ze tot het zogenoemde PREPARE-programma.
Dit programma bestaat uit begeleiding door de verpleegkundig specialist oncologie, fysiotherapeut, diëtist, chirurg en anesthesist vanaf het moment van de diagnose. Het programma wordt op de patiënt aangepast. “In het Catharina Ziekenhuis was iedereen zo overtuigd dat dit programma de patiënt ten goede zou komen, dat het zonder voorafgaande studie direct in het zorgpad is ingevoerd”, vertelt Fransen. “Iedereen heeft er baat bij, zolang je rekening houdt met wat de patiënt aankan. De betrokkenheid van de patiënt motiveert hem omdat hij zelf ook een bijdrage kan leveren.”

“Als we ook effect van de interventies op overleving zien, hebben we het helemaal strak onderbouwd”

Dag eerder met ontslag

Fransen onderzocht het PREPARE-programma bij 52 patiënten en vergeleek de uitkomst van de operatie met die van 43 patiënten die al voor de implementatie van PREPARE waren geopereerd. Wederom was de uitkomst van de operatie verbeterd. Patiënten konden een dag eerder met ontslag, en het percentage postoperatieve complicaties nam af van 63 naar 46%. Het percentage klinisch relevante cardiopulmonale complicaties was 14% minder. De ernst van de complicaties was statistisch gezien gelijk, maar minder patiënt hoefden op de ic te worden opgenomen.   
Beide interventies zijn in principe over te nemen in andere Nederlandse centra voor slokdarmchirurgie. Inmiddels zijn al ziekenhuizen in Eindhoven komen kijken. Maar voor opname in de richtlijn is volgens Fransen meer tijd en onderzoek nodig. “We zitten nu op een follow-up van vijf jaar. We gaan nog naar de overleving kijken. Als daar ook effect te zien is, dan hebben we het helemaal strak onderbouwd.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”


0
Laat een reactie achterx