DOQ

Intra-arteriële trombectomie: steeds beter door samenwerking en onderzoek

In maart vond in het Maastricht UMC+ de 1.000ste behandeling plaats van een acuut herseninfarct met behulp van intra-arteriële trombectomie. Deze techniek, toegepast in Nederland sinds 2015, heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Goede regionale samenwerking en ontwikkelingen in de techniek liggen hieraan ten grondslag. Vasculair neuroloog Julie Staals en interventieradioloog Christaan van der Leij vertellen erover.

Een intra-arteriële trombectomie (IAT) is een veilige en effectieve methode voor de behandeling van een acuut herseninfarct, veroorzaakt door een bloedstolsel in de proximale intracraniële arteriën aan de voorzijde van de hersenen. Van der Leij: “Bij deze behandeling wordt het stolsel door middel van katheterisatie verwijderd. De katheter wordt ingebracht via de lies en via de halsslagader opgevoerd naar de hersenen. Daar wordt een beeldopname gemaakt om vast te stellen of er inderdaad een occlusie aanwezig is. Als dat het geval is, zijn er twee manieren om het stolsel te verwijderen. De eerste is om het weg te zuigen met een dun slangetje. De tweede manier is met behulp van een zogenaamde ‘stentretriever’, een stent met daaraan een draad die wordt ontplooid in het stolsel. Vervolgens kan het stolsel worden teruggetrokken in de katheter. Steeds vaker wordt een combinatie van deze twee technieken gebruikt.”

Interventieradioloog Christiaan van der Leij en Neuroloog Julie Staals

Effectief

Nederlandse onderzoekers toonden in 2015 als eersten ter wereld aan dat de IAT-behandeling veilig en effectief is bij de behandeling van herseninfarcten. Dit deden zij in de Multicenter Randomized Clinical Trial of Endovascular Treatment for Acute Ischemic Stroke in the Netherlands (MR CLEAN-studie).1 Staals: “Dit onderzoek heeft wereldwijd de behandeling van herseninfarcten veranderd. Intraveneuze trombolyse (IVT), een methode die al sinds de jaren ’90 wordt toegepast bij herseninfarcten, is minder effectief bij grote stolsels in de proximale intracraniële arteriën. Deze stolsels lossen vaak niet goed op waardoor een groot infarct ontstaat. Een IAT-behandeling is bij deze stolsels wel effectief in het herstellen van de bloeddoorstroming. Ook de uitkomsten voor de patiënt zijn beter. Patiënten scoren, drie maanden na de behandeling, beter op de RANKIN-schaal. Dit is een maat voor het zelfstandig functioneren.”

Samenwerking

Een grote succesfactor tijdens de MR CLEAN-studie, en voor de IAT-behandeling in het algemeen, is een goede samenwerking tussen de verschillende organisaties en zorgverleners. Staals: “Aan de MR CLEAN-studie deden 16 Nederlandse IAT-behandelcentra mee, verspreid over het hele land. Daarnaast waren er nog veel meer partijen betrokken. Denk aan de lokale ziekenhuizen waar patiënten zich in eerste instantie melden en de ambulancediensten die patiënten tussen locaties vervoeren. Ook zijn er verschillende medische disciplines betrokken. De neuroloog en het SEH-team vangen de patiënt in eerste instantie op. De radioloog maakt een hersenscan om het infarct vast te stellen. Vervolgens wordt de patiënt, als deze nog niet in een IAT-behandelcentrum is, per ambulance daar naartoe vervoerd. Daar staat eenzelfde team van zorgverleners klaar, plus een interventieradioloog die de IAT-behandeling uitvoert en een anesthesist die de patiënt monitort tijdens deze procedure. Na afloop brengt de ambulancedienst de patiënt weer terug naar het lokale ziekenhuis.”

“Er vindt regelmatig overleg plaats tussen de vertegenwoordigers van de ziekenhuizen en ambulancediensten in de regio”

Neuroloog Julie Staals

Goede communicatie

In het proces zijn veel overdrachtsmomenten en alles moet snel gebeuren. Staals: “Daarvoor is het ontzettend belangrijk dat je goed met elkaar communiceert. Al tijdens de MR CLEAN-studie zijn hiervoor regionale samenwerkingsverbanden opgezet. Ook nu vindt regelmatig overleg plaats tussen de vertegenwoordigers van de ziekenhuizen en ambulancediensten in de regio.”

“Mogelijk kan een deel van de patiënten ook nog baat hebben bij een behandeling later dan zes uur na aanvang van de symptomen”

Neuroloog Julie Staals

Onderzoek

Naast samenwerking speelt onderzoek een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de IAT-behandeling. Staals: “Een van de aspecten waar we ons momenteel op richten is de tijdsperiode waarin nog behandeling mogelijk is. Voor de MR CLEAN-studie was het criterium dat de IAT-behandeling werd gestart binnen zes uur na aanvang van de eerste symptomen. Mogelijk kan een deel van de patiënten ook nog baat hebben bij een behandeling later dan zes uur na aanvang van de symptomen. Het gaat dan om patiënten bij wie delen van het hersenweefsel wel bedreigd maar nog niet beschadigd zijn. Om deze patiënten te herkennen gebruiken we een nieuwe techniek: de CT-perfusiescan.”

“We willen onderzoeken of we ook stolsels in kleinere bloedvaatjes kunnen behandelen met de IAT-techniek”

Interventieradioloog Christiaan van der Leij

Kleinere bloedvaten

Een andere nieuwe ontwikkeling is het behandelen van stolsels in kleinere bloedvaatjes. Van der Leij: “Voor grotere stolsels weten we dat het effectief is om ze te verwijderen. Voor stolsels die zich wat verderop in de kleinere bloedvaten bevinden weten we dat nog niet zeker. Hoe kleiner het bloedvat, hoe groter de kans op beschadiging door de ingreep. Daar hopen we in een nieuw onderzoek meer over te leren.”

“Zeker bij dit soort acute zorg speelt de hele keten een rol”

Interventieradioloog Christiaan van der Leij

Groei

Het aantal IAT-behandelingen neemt nog elk jaar toe. Staals: “Toen de MR CLEAN-studie gepubliceerd werd in 2015 verrichtten we in het Maastricht UMC+ zo’n 20 behandelingen per jaar. Inmiddels zijn dit er jaarlijks ongeveer 175. In zeven jaar tijd hebben we een enorme groei doorgemaakt. Mede door het onderzoek hopen we steeds meer mensen te kunnen helpen met een IAT-behandeling.” Van der Leij: “De samenwerking tussen de verschillende zorgverleners in de regio is en blijft hierbij het allerbelangrijkste. Zeker bij dit soort acute zorg speelt de hele keten een rol.”

Referenties

  1. Berkhemer OA, Fransen PSS, Beumer D. A randomized trial of intraarterial treatment for acute ischemic stroke. N Engl J Med 2015;372:11-20. DOI: 10.1056/NEJMoa1411587.
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”