DOQ

Dr. Fuijkschot: ‘Invoering van Dutch PEWS maakt kinderafdelingen nog veiliger’

Komend najaar kunnen alle Nederlandse ziekenhuizen met een kinderafdeling één en hetzelfde signaleringssysteem implementeren dat zorgverleners vroegtijdig waarschuwt zodra de vitale functies van opgenomen kinderen gevaar lopen. Wie in de kindzorg werkt, kent dit systeem als Pediatric Early Warning Score, kortweg PEWS.

Momenteel zijn er in Nederland minstens 45 verschillende PEWS in gebruik. Ze zijn op lokale leest geschoeid, gebruiken een bonte variëteit aan parameters en zijn door gebrek aan wetenschappelijke validatie zelden bruikbaar voor deugdelijk onderzoek. Tot opluchting van alles en iedereen die de kindzorg een warm hart toedraagt, kan binnenkort een einde komen aan die situatie. Onder aanvoering van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) hebben de betrokken beroepsgroepen, Stichting Kind & Ziekenhuis en onderzoeksbureau NIVEL samen de weg vrijgemaakt voor Dutch PEWS. Joris Fuijkschot, voorzitter van de NVK-commissie Patiëntveiligheid en algemeen kinderarts in het Radboudumc: ‘Door invoering van deze zogenoemde Dutch PEWS kunnen onze kinderafdelingen nog veiliger worden gemaakt.’  

Maatwerk

Het belangrijkste onderdeel van het systeem is een uniforme kernset van metingen. De uitkomsten hiervan maken het mogelijk om onderling te vergelijken, conclusies te trekken en de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Deze set is ontwikkeld met hulp van >300 zorgprofessionals en ouders van zieke kinderen. De wijze waarop we dit hebben aangevlogen is daarmee uniek in de wereld. Eén kernset is noodzakelijk om heterogeniteit in Nederland aan te pakken. Maar, zegt Fuijkschot, er is bewust ruimte gelaten voor lokale aanpassingen: ‘De praktijk is niet overal hetzelfde. Daarom is nog altijd maatwerk mogelijk, per ziekenhuis of per afdeling. Als er goede redenen zijn om bepaalde zaken te meten die niet in de kernset zitten, dan kan dat.’ 

Wat wordt er gemeten?

De PEWS zoals die nu in gebruik is, registreert vitale functies zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk. De vernieuwde Dutch PEWS neemt meer factoren mee bij de registratie, zoals de context van de ziekenhuisopname en specifieke risico’s. Fuijkschot: ‘Denk bijvoorbeeld aan kinderen met astma of met het syndroom van Down. Zij presenteren zich bij ziekte vaak niet volgens het boekje, dus dat verdient extra alertheid. Ook het pluis/niet-pluisgevoel bij ouders of verpleegkundigen kan worden geregistreerd. Het scoren van al deze factoren helpt de zorgprofessional om extra waakzaam zijn bij kinderen met een hoger risico op een afwijkend ziektebeloop, zelfs als de vitale functies nog normaal zijn.’

Validatie

Initiatiefnemer en coördinator Joris Fuijkschot noemt het uniek dat de vernieuwde PEWS met steun van velen vanaf de werkvloer kon worden ontwikkeld. Na invoering volgt nog een periode van wetenschappelijke validatie. Dat Joris betrokken is bij deze ontwikkelingen is niet vreemd. In 2014 voerde hij als eerste in Nederland in het Radboudumc al het Pediatric Risk Evaluation and Stratification System (PRESS) in. Dit systeem nam ook de opmerkingen en het ‘niet pluis’ gevoel van de ouders serieus mee in signalering  en registratie. Als de behandelend arts bijvoorbeeld zag dat ouders ongeruster werden over hun kind, vinkte hij een rode vlag aan in zijn computer. Iedereen in het ziekenhuis wist dan dat ze bij deze patiënt extra alert moesten zijn. ‘Dit systeem heeft ons veel geleerd over het belang van de context; bijzondere omstandigheden die maken dat je een patiënt extra in de gaten wil houden. Die lessen hebben we meegenomen bij de ontwikkeling van de Dutch PEWS’.

Proeftuin

Joris: ‘We willen precies weten wat het systeem kan, maar ook wat het níet kan. Om dat te achterhalen, willen we starten met een aantal proeftuinen. Die helpen ons om concrete informatie van de werkvloer te krijgen.’


Aanmelden als proeftuin?
Stuur een mail naar
joris.fuijkschot@radboudumc.nl. Proeftuinen lopen voorop bij het valideren van hun PEWS. Ook zorgen de projectactiviteiten bij de medewerkers voor extra aandacht en betrokkenheid.

Bron: Radboudumc

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.