DOQ

“IPF is nog vaak een onderschatte dodelijke longziekte”

Dr. Marlies Wijsenbeek-Lourens is longarts aan het Erasmus MC (Rotterdam) en gespecialiseerd in interstitiële longziekten. Tijdens het ATS 2017 congres in Washington sprak zij onlangs over wat er komt kijken bij de allesomvattende zorg bij IPF, een dodelijke longziekte die nog vaak onderschat wordt. Wijsenbeek: “We hebben daarvoor recent een ‘ABCDE’ ontwikkeld.”

In Nederland zijn er circa 1.500 patiënten met Idiopathische Pulmonale Fibrose (IPF), waarvan er 1.000 in zicht zijn bij de longartsen. Wijsenbeek: “De 500 die van de radar vallen, krijgen wij laat binnen of die zien we niet. Vaak is er een vertraging bij de herkenning en diagnose van IPF. Een huisarts ziet een IPF-patiënt slechts een of twee keer in z’n of haar carrière, hierdoor ontstaat begrijpelijkerwijs regelmatig ‘onderherkenning’. De kans dat iemand van boven de 65 met kortademigheidsklachten, COPD heeft of een cardiaal probleem, is vele malen groter dan IPF. Het is echter goed om alert hierop te zijn, de combinatie van een patiënt met longklachten en ‘clubbing’ (trommelstokvingers) en crepitaties betekent dat verder onderzoek noodzakelijk is en dat doorverwijzing laagdrempelig moet zijn, ongeacht de leeftijd.”

ABCDE
“Wij hebben binnen het Erasmus een onderzoekslijn en zorgverbeteringsproject gericht op verbetering van symptomen en de kwaliteit van leven. Dat heeft geleid tot het ‘ABCDE van de IPF zorg’. De A staat voor ‘Assess’, waarbij je de behoeften van de patiënten vaststelt, maar ook de partners daarbij betrekt. De B is van ‘Back-up’, je moet de patiënt informatie over de ziekte geven, maar ook supportprogramma’s, coaching en vaccinaties aanbieden. De C staat voor “Comfort-Care and Co-morbidity”. We kijken goed wat qua symptoomlast reversibel en te behandelen is. Veel van deze patiënten hebben tevens andere problemen die hun kwaliteit van leven beïnvloeden zoals bijvoorbeeld cardiaal lijden of slaapapneu. De D, staat voor “Disease Modifying Therapy”, oftewel de fibroseremmers. De komst van deze medicijnen heeft de behandeling van IPF aanzienlijk veranderd. Zonder behandeling leven IPF-patiënten na diagnose gemiddeld 2 tot 3 jaar. Met de fibroseremmers wordt de achteruitgang van de longfunctie gehalveerd en de prognose verlengd met 1 tot 2 jaar. Het is belangrijk om op tijd starten met de behandeling, longfunctie die verloren is komt niet meer terug. Longtransplantatie valt ook onder deze groep”D”, maar is helaas geen geschikte optie voor het merendeel van de patiënten met IPF. De E staat voor ‘End of life care’. IPF is een dodelijke ziekte, onbekendheid en ongemak leiden vaak tot het te laat spreken over zaken die met het einde van het leven te maken hebben. Waar palliatieve zorg bij kanker uitgebreid bekend en geregeld is, staat dit voor de longfibrose nog nauwelijks op de kaart.”

 Cyclus
Het is belangrijk om als longarts of specialistisch verpleegkundige de cyclus van de ABCDE-letters steeds te blijven doorlopen, door het voortschrijden van de ziekte veranderen behoeften. Binnen de oncologie heb je daarvoor al goed gedefinieerde en gestructureerde zorgpaden. Binnen de IPF is dat vooralsnog een stuk minder.Er zijn dokters die denken dat mensen met IPF stabiel zijn, maar dat is volgens Wijsenbeek een bias. “Het is een uitzondering wanneer een patiënt al zes jaar op het spreekuur loopt en er is bovendien een ‘recall bias’. De patiënten die binnen drie maanden overlijden, zie je niet terug. Mensen realiseren zich niet hoe dodelijk de ziekte is en hoe snel het achteruit kan gaan. Je moet daarom vroeg starten met behandelen. Bij oncologie zou men juichen bij zo’n verbetering van de overleving, bij IPF wordt het door onbekendheid niet zo opgepikt, dat is best frustrerend.”

Oncologie
“Ik denk dat we nog veel agressiever moeten zijn bij de behandeling”, meent Wijsenbeek. . Het is een dodelijke ziekte, er is veel onzekerheid en ziektelast, dat vraagt om het vroeg inzetten van behandeling gericht op afremmen van de ziekteprogressie en daarnaast palliatieve programma’s. Uit grote landmark studies bij oncologie blijkt dat vroege palliatie ook de levensduur kan verlengen, maar tevens kan leiden tot een kwalitatieve levensverbetering.

Biomarkers
Wijsenbeek werkt momenteel mee aan een Nederlandstalige ‘position paper’. Het gaat daarbij om een aanpassing van de 2015-richtlijn. “Hierbij wordt het belang van goede communicatie en voorlichting aan patiënten benadrukt, naast de rol van de fibrose remmers bij IPF. Er is veel vooruitgang geboekt de afgelopen jaren, maar er is ook nog veel te doen, IPF blijft nog steeds een dodelijke ziekte. Kijkend naar de toekomst zouden we bijvoorbeeld graag voor de individuele patiënt de reactie op therapie kunnen voorspellen om meer gericht te behandelen. Ook zijn er veel meer soorten longfibrose en wordt nu onderzocht of deze middelen ook hier mogelijk een gunstig effect hebben.”

Wijsenbeek tot slot: “De stem van de patiënt zal de komende jaren steeds meer meetellen in de behandeling van IPF. Uiteindelijk willen de meeste mensen met een dodelijke ziekte zo lang mogelijk leven met een zo’n goed mogelijke kwaliteit van leven. Die balans is alleen samen op te maken.”

 

AUTEUR: LENNARD BONAPART, MEDISCH JOURNALIST

 

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?

In Search of Stories brengt levens­verhalen tot leven

Het onderzoeksproject ‘In Search of Stories’, geleid door oncoloog Hanneke van Laarhoven, brengt verhalen van ongeneeslijk zieke patiënten tot leven. “De analyse van deze verhalen biedt inzichten die met traditionele methoden vaak over het hoofd worden gezien.”

‘Het preferentiebeleid gaat binnen nu en vier jaar op de schop’

Het preferentiebeleid is volledig doorgeslagen en moet hoognodig op de schop, vindt Aad de Groot, directeur van Zorgverzekeraar DSW. “Het is lastig te berekenen, maar we vermoeden wel dat door de lage prijzen juist andere kosten kunnen toenemen.”

‘Dokters voelen zelf de paradox van samen beslissen in de spreek­kamer’

Samen beslissen kan patiënten tijdelijk veel stress en onzekerheid bezorgen, blijkt uit onderzoek van Inge Henselmans. “Wij staan helemaal achter de beweging van samen beslissen, maar vonden dat er ook oog moest zijn voor de negatieve aspecten ervan.”

‘Het ziekenhuis kan ook zonder lachgas’

Nicolaas Sperna Weiland geeft inzicht in de duurzaamheid van lachgas. “Ik denk persoonlijk dat er ook andere pijnstilling voorhanden is om kortdurend comfort te geven. Vaak met betere pijnstillende effecten en minder nadelige milieueffecten.”

Stop met jezelf onder­mijnen: vijf stappen tegen het imposter syndroom

Bang om door de mand te vallen, prestatiegericht, conflictvermijdend? Veel jonge artsen hebben last van het imposter syndroom. Moniek de Boer geeft praktische tips. “Het ontwikkelen van een gezonde werk-privé balans en het accepteren van kwetsbaarheid is cruciaal.”

Casus: patiënt met huidkleurige papel op de rug

Een 54-jarige vrouw meldt zich bij de huisarts met een huidkleurige papel op de rug. Mevrouw heeft in haar voorgeschiedenis een basaalcelcarcinoom (BCC) gehad van het gelaat. In haar familie komt geen huidkanker voor. Wat is uw diagnose?

Waarom moet ik als arts aandacht hebben voor lhbtiq+?

Zichtbaarheid en veiligheid zijn belangrijk bij het omgaan met lhbtiq+-ers in de zorg, pleit longarts Karin Pool. Ze geeft praktische tips voor zorgverleners en zorginstellingen. “Met kleine aanpassingen, bijvoorbeeld in taalgebruik, maak je al een groot verschil.”

De overgang: hormoon­therapie helpt, maar is geen wonder­middel

Gynaecoloog Dorenda van Dijken promoot hormoontherapie bij overgangsklachten, maar noemt het geen wondermiddel voor de gezondheid op langere termijn. “We kunnen als artsen zeggen dat je de overgang moet omarmen, maar ik vind dat elke vrouw dat zelf bepaalt.”

Casus: man met opgezette en verkleurde gewrichten en zwelling linkeroor

Een 52-jarige man klaagt over pijnlijke en stijve handen. De gewrichten van beide handen en vingers zijn opgezet en blauw-paars verkleurd. Verder heeft hij klachten van moeheid en malaise. Hij heeft geen koorts. Wat is uw diagnose?