Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Je moet soms echt vechten voor je patiënten’
Huisarts Marike Ooms werkt in de asielzoekerscentra in Hoogeveen, Hardenberg en Assen. Daar biedt ze zorg aan mensen die niet alleen kampen met medische problemen, maar ook met de onzekerheid van een onduidelijke toekomst en de last van hun verleden. “In essentie zijn deze patiënten niet anders dan patiënten in een reguliere praktijk. Maar vooral hun situatie maakt alles complexer”, zegt Ooms.
Een van de voornaamste uitdagingen waarmee Ooms te maken heeft, is de taalbarrière. “We werken altijd met tolken om misverstanden te voorkomen”, benadrukt ze. Ze ziet dat patiënten vaak eerder zorg hebben ontvangen zonder adequate vertaaldiensten. “Dat leidt tot miscommunicatie en verkeerde diagnoses.” Desondanks ervaart Ooms taal en cultuur niet als de grootste obstakels: “Als je iedereen open benadert, blijken de vragen en klachten vaak niet zoveel te verschillen van patiënten in een reguliere praktijk.”

“Ik zie soms dat iemand een telefonisch consult heeft gehad, terwijl er sprake van een taalbarrière is”
Huisarts Marike Ooms
Continuïteit van zorg
Wat zij wél als een groot obstakel ervaart, is de versnippering van zorg door frequente overplaatsingen. Mensen worden van het ene asielzoekerscentrum naar het andere verplaatst, soms midden in een behandeltraject. Behalve de verwarring en onzekerheid voor hen, heeft dit voor Ooms vaak tijdrovende gevolgen. “Ik zag laatst een patiënt die een afspraak had gehad bij een cardioloog in een ziekenhuis in Zuid-Nederland, maar hij was inmiddels overgeplaatst naar een azc in het noorden van het land. Hij wist zelf niet wat de vervolgafspraken waren. Dan moet ik uitzoeken: bij wie was die vorige afspraak, wat was de behandeling, wie kan hem nu verder helpen?”
Pleiten voor patiënten
Het gebrek aan kennis bij andere zorgverleners over de situatie in azc’s kan ook problemen veroorzaken. “Ik zie soms brieven waarin staat dat iemand een telefonisch consult heeft gehad, terwijl in dezelfde brief vermeld staat dat er een taalbarrière is. Dan vraag ik me af: hoe kan dat, hebben ze elkaar wel goed begrepen?” Ooms neemt in zulke gevallen contact op met specialisten om te pleiten voor betere zorg. “Je moet soms echt vechten voor je patiënten.”
Ooms wordt daarnaast regelmatig geconfronteerd met vooroordelen over asielzoekers. “Mensen roepen: ‘Ze komen hier om hun hand op te houden.’ Maar de mensen die ik spreek willen bijna allemaal aan het werk en een zelfstandig leven opbouwen.”
“Het is belangrijk om verder te kijken dan alleen medische oplossingen”
Psychosociale druk
Voor asielzoekers brengen de voortdurende overplaatsingen vaak een extra last met zich mee, bovenop de psychosociale druk die ze toch al ervaren. “Veel mensen kampen met klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid of algehele malaise. In een reguliere praktijk zou je advies geven over ontspanning en een gezonder levensritme. Maar hoe geef je iemand rust en structuur als ze in een druk azc zitten en zich zorgen maken over hun familie in oorlogsgebieden?”
Ze vertelt over een Syriër die elke week met lichamelijke klachten bij haar kwam. “Hij was voormalig wielrenner in zijn thuisland. Toen we een racefiets voor hem regelden, zag je hem opbloeien en verdwenen de klachten grotendeels. Het toont hoe belangrijk het is om verder te kijken dan alleen medische oplossingen.”
“Als ik het niet doe, wie dan wel?”
Tijdelijke pauze
De verhalen van asielzoekers die Ooms hoort, laten haar niet onberoerd. “Het is net alsof je een film kijkt: je ziet iets ergs, maar je moet een manier vinden om het niet persoonlijk op te pakken.” Vorig jaar besloot Ooms vier maanden te stoppen met haar werk, omdat ze merkte dat de schrijnende situaties waarin veel asielzoekers verkeren haar te veel raakten. “Ik werd boos op het systeem, op hoe mensen hier worden behandeld”, vertelt ze. “Als je hoort dat een vader zijn zoontje tijdens de oversteek nog net van de verdrinkingsdood heeft kunnen redden, begrijp je ineens veel beter wat deze mensen meemaken. Ik moest even afstand nemen om te bepalen hoe ik verder wilde.”
Overtuiging
Uiteindelijk keerde ze terug, gemotiveerd door haar overtuiging dat ze met haar werk een verschil kan maken. “De menselijkheid die ik kan bieden, is voor mij de drijfveer. Ik kan de oorlog niet stoppen, maar ik kan hier wel iets betekenen.” Na elf jaar in het vak, werkt ze nog steeds met passie. “Als ik het niet doe, wie dan wel?”
Meer weten? Lees de verhalen van Marike Ooms op LinkedIn
Ruth Wouters
