Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Kijk regelmatig kritisch naar het medicijngebruik van de MS-patiënt’
Mensen met multiple sclerose (MS) gaan gemiddeld vijf keer per jaar naar de huisarts, anderhalf keer zo vaak als iemand zonder MS. Naast de medicijnen om ziekteprogressie te remmen, krijgen MS-patiënten vaak extra medicijnen voorgeschreven. Een kwart van de MS-patiënten gebruikt vijf of meer medicijnen tegelijk. Dat zijn enkele uitkomsten van onderzoek in het Amsterdam UMC. “Huisartsen zijn erg betrokken in de zorg voor mensen met MS. Een nauwere samenwerking tussen huisartsen en neurologen kan de MS-zorg optimaliseren”, stelt neuroloog en promovenda Cynthia Lemmens.
Lemmens onderzoekt de impact van MS, zowel op de zorg als op het dagelijks leven van patiënten. Twee aspecten daarin zijn het vóórkomen van MS onder de bevolking en het gebruik van medicatie door patiënten. “Het blijkt dat de prevalentie van MS de afgelopen decennia flink is toegenomen. In Nederland heeft momenteel 1 op de 500 mensen MS. Onderzoek laat ook zien dat een derde van de MS-patiënten wel met deze ziekte bij de huisarts ingeschreven staat, maar niet door een neuroloog in het ziekenhuis wordt gezien in een tijdspanne van twee jaar. Die groep krijgt dus voornamelijk zorg van de huisarts. Daarom waren we benieuwd hoe vaak deze patiënten naar de huisarts gaan en hoeveel medicatie zij gebruiken.”

“Een groot deel van de MS-patiënten gebruikt maar liefst vijf of meer medicijnen tegelijk”
Neuroloog Cynthia Lemmens
Infecties
Het onderzoek is gedaan met gegevens uit de Nivel-huisartsendatabase over 2019, met informatie over meer dan 3.000 mensen met MS in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal huisartsbezoeken door MS-patiënten anderhalf keer hoger ligt dan gemiddeld onder de bevolking. Reden voor de bezoeken zijn vooral infecties, zoals griep of een blaasontsteking: daarvoor gaan MS-patiënten twee keer zo vaak naar de huisarts als mensen zonder MS. “Daarnaast hebben we het medicatiegebruik geanalyseerd”, vervolgt Lemmens. “Medicatie voor het remmen van MS wordt voorgeschreven door een neuroloog. Wij hebben ons gericht op medicatie die de huisarts voorschrijft tegen symptomen van de ziekte, zoals duizeligheid, obstipatie, vermoeidheid en cognitieve problemen. We vonden dat het gebruik van deze extra medicatie eveneens anderhalf keer hoger ligt dan gemiddeld. Een groot deel van de MS-patiënten gebruikt maar liefst vijf of meer medicijnen tegelijk. Het gaat om onder andere antibiotica, vitamines, maagzuurremmers, bloeddrukverlagers en laxeermiddelen.”
“Is al die extra medicatie wel nodig bij elke patiënt?”
Verhelderend
De uitkomsten van Lemmens’ onderzoek zijn wel verklaarbaar. MS is immers een ernstige ziekte met verschillende klachten waartegen patiënten medicijnen gebruiken. “Maar het is, gezien de toenemende zorgvraag, wel verhelderend om concreet te weten hoe groot de impact van MS is op de zorg en de patiënt, en wat de knelpunten zijn.” Een onderzoek roept altijd weer nieuwe vragen op. Bijvoorbeeld: is al die extra medicatie wel nodig bij elke patiënt? “Het is belangrijk om ook dat te onderzoeken, omdat bekend is dat polyfarmacie gecorreleerd is aan een hoger risico op vroegtijdig overlijden. Bovendien kunnen verschillende medicijnen interacties met elkaar hebben. Ook kan medicatie neurologische bijwerkingen geven, zoals (extra) vermoeidheid of cognitieve stoornissen. Door deze effecten kunnen patiënten eveneens eerder overlijden. Het zou raadzaam zijn als een huisarts, in samenspraak met een neuroloog en wellicht een apotheker, regelmatig kritisch kijkt naar het medicijngebruik.”
“Het is goed om de lijnen tussen de eerste en tweede lijn kort te houden”
Geen richtlijn
Er is voor huisartsen momenteel geen richtlijn voor de behandeling van MS. Lemmens: “Zo’n richtlijn opstellen is lastig, omdat de ziekte veelomvattend is en tot een scala aan chronische symptomen kan leiden. Hierdoor is een beknopte richtlijn voor de huisarts niet makkelijk haalbaar. Aan de andere kant zou een richtlijn voor huisartsen wel handvatten kunnen bieden, aangezien er veel MS-patiënten zijn die niet bij de neuroloog komen.”
Lemmens adviseert huisartsen om het medicijngebruik van patiënten die niet meer voor reguliere controle naar de neuroloog gaan kritisch te beoordelen. Bij vragen of twijfel kan overleg plaatsvinden met de neuroloog of een gespecialiseerd MS-verpleegkundige. Ook kan de huisarts de patiënt doorverwijzen voor een controle in het ziekenhuis. “Het is goed om de lijnen tussen de eerste en tweede lijn kort te houden. Ideaal is als de huisarts, neuroloog en apotheker op dit gebied nauwer gaan samenwerken. Dan kan meer persoonlijke zorg ontstaan, iets wat veel MS-patiënten ook willen.”
Referentie: Lemmens CMC, et al. Prevalence and incidence of multiple sclerosis in the Netherlands. Mult Scler Relat Disord. 2025;93:106207.
Kees Vermeer
