Kinderarts i.o. Loeffen: ‘Verminderen bijwerkingen behandeling kinderkanker vergroot overlevingskans’

mm
Astrid van den Hoek
Redactioneel,
4 juli 2019

De meerderheid van de kinderen met kanker geneest hiervan. Daarmee is de tijd rijp voor meer onderzoek naar het welzijn van kinderen die kankerbehandeling krijgen, stelt kinderarts i.o. Loeffen. Een deel van de kinderen overlijdt namelijk door bijwerkingen van de medicatie. Ook doen artsen er goed aan om kinderen meer regie te geven, bijvoorbeeld om pijn bij prikken te verminderen.

Nu zo’n 80 procent van de kinderen met kinderkanker daarvan geneest, is het volgens kinderarts in opleiding Erik Loeffen (Medisch Centrum Leeuwarden) tijd om verder te kijken dan onderzoek dat gericht is op genezing. Hij promoveerde recent aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift Perfect pitstops’. Daarin stelt hij dat er meer aandacht moet komen voor het welzijn van kinderen die worden behandeld voor kanker. “Er is echt nog winst te halen in het voorkomen van bijwerkingen.”

Kinderarts i.o. Erik Loeffen (Foto: Stephan Keereweer)

Voorkombare doden

Erik Loeffen verrichtte zijn onderzoek bij de afdeling kinderoncologie van het UMCG, waar hij tevens wekelijks als arts kinderen met kanker behandelde op de polikliniek. Zijn onderzoek is gefinancierd door de stichting Alpe d’HuZes. Een van de zaken die hij opmerkte, is hoeveel kinderen tijdens de behandeling al overlijden aan de bijwerkingen. Loeffen: “We hebben bijvoorbeeld gevonden dat bij kinderen met acute lymfatische leukemie er in de eerste vijf jaar na diagnose meer kinderen overlijden aan de effecten van de medicatie dan aan de tumor zelf. Dat zijn eigenlijk allemaal in onze optiek potentieel ‘voorkombare doden’.”

Levenslang rekening betalen

Kinderen die kanker hebben gehad, hebben volgens Loeffen bovendien meer risico op een secundaire maligniteit op latere leeftijd vanwege de chemo en/of de bestralingen. “Maar ook de bijwerkingen zijn heftig. Denk aan hartfalen dat uiteindelijk ook tot de dood kan leiden, of aan verminderde vruchtbaarheid. Dan betaal je je hele leven de rekening voor je genezing. Daarom vond ik het nodig om hier onderzoek naar te doen.”

Andere dosis over ander tijdsbestek

In samenwerking met experts en patiënten schreef Loeffen een richtlijn over anthracyclines, een type chemotherapie dat hartschade geeft. “Wij hebben gekeken naar onderzoeken over of je dat op een andere manier kunt toedienen. Een andere dosis of over een ander tijdsbestek. Een belangrijk punt dat daaruit naar voren kwam, is dat als je dit niet toedient op een spuit, maar via een infuus laat indruppelen over een periode van bijvoorbeeld vier tot zes uur, de hartschade op de lange termijn veel minder is. De patiënten hebben dan zo’n vijf keer minder kans om klinisch hartfalen te krijgen. Dus we hebben een richtlijn geschreven waarin we zeggen dat je die chemo over minimaal een uur verspreid moet geven, of meer. Het uniform maken van werkwijzen in Nederlandse ziekenhuizen is belangrijk voor een betere kindvriendelijke zorg. Dat kan tegenwoordig helemaal mooi nu alles gecentraliseerd wordt geregeld vanuit het Prinses Máxima Centrum (PMC).”

Pijn bij prikken: geef kind de regie

Ook publiceerde hij een richtlijn over pijn bij prikken. “Je kunt er veel aan doen om dat draaglijker te maken. De richtlijn raadt bijvoorbeeld aan om altijd verdovende zalf te gebruiken, beenmergpuncties altijd onder volledige narcose uit te voeren en altijd aan het kind te vragen hoe die afgeleid wil worden.” De onderzoeker wil poliklinieken dan ook meegeven hoe belangrijk het is om pas op de plaats te maken door met het kind in gesprek te gaan over hoe je dat kunt aanpakken. “Ik merk dat ik zelf in de praktijk ook geneigd ben om bijvoorbeeld standaard een boekje te geven ter afleiding en zalf te gebruiken en dat is het. Maar het is belangrijk om ook eens echt te vragen aan het kind wat het prettig vindt. Bijvoorbeeld terugtellen naar het moment van de prik of juist niet. Dus echt pas op de plaats maken voor het gesprek. Mede daarom heet mijn proefschrift ook ‘Perfect pitstops’.”

Hypnose tegen pijn

Loeffen is blij om te merken dat zijn onderzoek impact heeft op de manier van werken en wil een vinger aan de pols houden om te zorgen dat die koppeling met de werkvloer ook blijft. “Het is belangrijk dat zo’n richtlijn niet ergens in een la verdwijnt, maar dat er echt iets mee gedaan wordt. Neem bijvoorbeeld de richtlijn over pijn. Wat daar heel sterk uit naar voren kwam, is dat hypnose bij veel kinderen supergoed helpt om de pijn bij prikken te verminderen. Naar aanleiding daarvan gaat het PMC nu mensen opleiden om hypnose in die situaties te kunnen geven.”

Beter door behandeling loodsen

Een aantal van zijn bevindingen behoeven nog uitgebreider onderzoek, zoals het inzetten van VR-brillen, onder andere bij oudere kinderen. Ook wordt er nog een richtlijn afgemaakt over pijn door chemotherapie. Loeffen is nog voor 20 procent van zijn tijd betrokken bij het onderzoek en zoekt een nieuwe promovendus om op zijn werk voort te borduren. Hij hoopt ook dat de wetenschap zich hier verder in gaat verdiepen. “Niet alleen om het kind beter door die behandeling te loodsen, maar ook omdat het impact kan hebben op de overleving. Daar is echt nog winst te halen door de bijwerkingen te verminderen. En dan sla je eigenlijk twee vliegen in een klap. Je zorgt dat kinderen meer genezen, maar ook dat ze beter genezen.”

Auteur: Astrid van den Hoek

, , , , , , , ,
Deel dit artikel