DOQ

Kwart eeuw stamceltransplantaties in Isala

Een bijzonder jubileum, want 25 jaar geleden vond de eerste stamceltransplantatie met eigen stamcellen plaats in Isala. Internist-oncologen Juleon Coenen en Rien van Marwijk Kooy stonden beiden aan de wieg van deze behandeling. “Samen met laboratoriumarts Ellen Kramer”, benadrukken beide specialisten. “Een stamceltransplantatie is teamwork van het laboratorium en de afdeling Hematologie van Isala Oncologisch centrum.

Internist-oncologen Juleon Coenen en Rien van Marwijk Kooy
(Foto: Isala)

2 soorten stamceltransplantaties

Er bestaan twee soorten stamceltransplantaties. Van de eigen stamcellen, zoals in Isala gebeurt en van stamcellen van een donor, zoals in academische centra wordt gedaan. Voor welke behandeling een patiënt in aanmerking komt, hangt af van de ziekte en de conditie van de patiënt, legt internist-oncoloog Van Marwijk Kooy uit. “Een transplantatie van de eigen stamcellen is veiliger omdat deze het lichaam van de patiënt niet aanvallen. De patiënt herstelt dus sneller.” “Maar de cellen van een donor kunnen kankercellen opruimen”, zegt collega internist-oncoloog Coenen. “Alleen is de kans op schade groter of patiënten sterven na de transplantatie. Het liefst geef je patiënten dus de eigen cellen weer terug.” Een misverstand is dat de transplantatie met de eigen stamcellen de genezing is. Coenen en Van Marwijk Kooy: “Het is een manier waarop je patiënten kunt behandelen. De chemotherapie die je geeft om de kanker te bestrijden is zo zwaar, dat het je eigen beenmerg kapot maakt. Door na het infuus met de chemotherapie de eigen stamcellen terug te geven, kan het beenmerg zich weer herstellen.”

Routine

De transplantatie zelf veranderde niet, de afgelopen kwart eeuw. Van Marwijk Kooy: “Wel hebben wij nu voor iedere situatie een protocol. En na al die jaren van ervaring is er routine op onze afdeling en in het laboratorium. Daarnaast halen wij de stamcellen nu niet meer uit het beenmerg van de patiënt maar uit het bloed.” Coenen vult hem aan: “En die stamcellen doen het beter bij de patiënt, dan stamcellen uit het beenmerg. Wij zien al na 10 á 14 dagen herstel. Dat was met stamcellen uit het beenmerg vaak een week later. Bovendien is de zorg eromheen steeds beter geworden. We zitten er nu bovenop als een patiënt een infectie heeft. Het herstel na de transplantatie is nog steeds zwaar, maar wel aangenamer. Vanwege infectiegevaar, je afweer is immers afgebroken, lag je voorheen weken alleen. Onze verpleegafdeling is ruim en patiënten hebben naast een eigen kamer een gemeenschappelijke ruimte waar patiënten samen eten en aan hun conditie kunnen werken.”

Bewerken en bewaren

Isala is één van de drie niet-academische ziekenhuizen waar stamceltransplantaties met eigen stamcellen plaatsvinden. Coenen en Van Marwijk Kooy: “Wij behandelen dus ook regelmatig patiënten uit andere ziekenhuizen en hebben een belangrijke rol in de regio. Gemiddeld behandelen wij zo’n vijftig patiënten per jaar. Overigens is de transplantatie niet het moeilijkst. Denk ook aan het bewerken en bewaren van de stamcellen en de bijwerkingen van de chemotherapie. Dat maakt dat deze zorg uitdagend en intensief is.”

Bron: Isala
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oudere dame met opvallende moedervlek

Een 75-jarige dame komt op uw spreekuur om een nieuw ontstane, opvallende moedervlek op het bovenbeen te laten onderzoeken. Ze heeft er geen last van, maar vraagt zich af of het kwaad kan. Wat is uw diagnose?

Morele stress te lijf gaan door in actie te komen

In haar boek De dappere dokter behandelt huisarts, coach en auteur Marga Gooren morele en emotionele stress in het dokterschap. Ze biedt ook handvatten en oefeningen om daar iets aan te doen. “Mijn boodschap is dat je wél in actie kunt komen.”

Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie

Voor passende zorg is het overbruggen van taalbarrières essentieel. Hoe je dat doet, is te vinden in de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. Jako Burgers: “Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden.”

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.