Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Laboratoriumtest kan vermoeden foetaal alcoholsyndroom bevestigen
De gevolgen van een ongediagnosticeerd foetaal alcoholsyndroom (FAS) zijn groot. Onderzoekers van het Amsterdam UMC hebben samen met een internationaal team een laboratoriumtest ontwikkeld die artsen helpt FAS beter te herkennen. “Het is vaak lastig om FAS met alleen klinisch onderzoek vast te stellen”, zegt onderzoeksleider Peter Henneman, universitair hoofddocent bij de sectie Epigenetica van de afdeling Humane genetica. “Met deze test kunnen artsen hun vermoeden van FAS objectief onderbouwen. Zo krijgen kinderen sneller de juiste diagnose en hulp.”
FAS is de ernstigste variant van aandoeningen die vallen onder de ‘fetal alcohol spectrum disorders’ (FASD’s). Kinderen met FAS hebben een groeiachterstand, bijzondere gezichtskenmerken en neurologische afwijkingen. Ze ervaren vaak problemen met motoriek, denken, emoties, impulscontrole, aandacht en sociale interactie. Peter Henneman doet al sinds 2013 onderzoek naar het syndroom. “FAS ontstaat door alcoholgebruik tijdens de zwangerschap”, vertelt hij. “Bij kinderen met FAS kan geen genetische afwijking worden aangetoond, en er bestonden tot nu toe geen andere laboratoriumtesten om FAS en andere FASD’s te objectiveren. Dat maakt het erg lastig om de diagnose te stellen.”

“We ontdekten een specifiek patroon van DNA-methylatie bij kinderen met FAS”
Onderzoeksleider Peter Henneman
Gemiste of verkeerde diagnose
Om te achterhalen of de moeder tijdens de zwangerschap alcohol heeft gebruikt, is haar medewerking nodig. “Maar door het stigma geeft zij soms onjuiste of onvolledige informatie”, aldus Henneman. “Daarbij wonen veel kinderen met FAS in pleeggezinnen en is de biologische moeder niet altijd meer in beeld. De symptomen van FAS komen ook voor bij andere ziekten en bij aandoeningen als autisme en ADHD. Al deze factoren maken dat FAS regelmatig over het hoofd wordt gezien of verkeerd wordt gediagnosticeerd.”
Om de aandoening beter te kunnen herkennen, startten Henneman en zijn collega’s hun onderzoek. Ze werkten daarbij nauw samen met een Spaanse onderzoeksgroep en met het London Health Sciences Centre (LHSC) uit Canada. De onderzoekers analyseerden bloedmonsters van 93 kinderen met FAS en vergeleken deze met monsters van gezonde personen en patiënten met andere zeldzame aandoeningen. “Bij kinderen met FAS ontdekten we een specifiek patroon van DNA-methylatie”, vertelt Henneman. “Dit zijn chemische markeringen die genen aan- of uitzetten en zo de ontwikkeling van het lichaam en de hersenen beïnvloeden.”
Aanvullend hulpmiddel
De ontwikkelde laboratoriumtest is geen DNA-test, maar een DNA-methylatietest, benadrukt Henneman: “We nemen bloed af, halen daar DNA uit en bekijken het methylatieprofiel op het DNA. Zo kunnen we zien of het kenmerkende FAS-patroon aanwezig is.” De test vervangt geen klinische observaties, maar is een aanvullend hulpmiddel. “Als een klinisch geneticus vermoedt dat een kind FAS heeft, voert hij of zij eerst zorgvuldig klinisch onderzoek uit op basis van vier pijlers: alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, groeiachterstand, afwijkingen van het centrale zenuwstelsel en gezichtskenmerken. Blijft het vermoeden bestaan, dan kan de arts aanvullend de laboratoriumtest aanvragen. Een positieve uitslag bevestigt de diagnose FAS, maar een negatieve uitslag sluit FAS of een andere FASD niet uit. De klinische beoordeling blijft in dat geval leidend voor de diagnose.”
“Zodra duidelijk is wat er speelt, ontstaat er meer begrip voor kinderen met FAS”
Overschatting en onbegrip
“Kinderen met FAS zitten vaak jarenlang in de medische molen, omdat het syndroom niet wordt herkend”, vervolgt Henneman. “Ze krijgen behandelingen die weinig effect hebben, waarna weer iets nieuws wordt geprobeerd. Dat zorgt voor onnodig hoge zorgkosten. Met de juiste diagnose kan een behandelaar sneller een gerichte behandeling starten.” Voor de kinderen zelf en hun (pleeg)ouders is dat erg belangrijk. “De kinderen stuiten op school en in sociale situaties op overschatting en onbegrip. Hun gezinnen ervaren vaak veel frustratie over het gedrag en de beperkingen van het kind. Zodra duidelijk is wat er speelt, ontstaat er meer begrip voor kinderen met FAS.”
“We moeten zorgvuldig met de test omgaan, en het kind en de biologische moeder goede nazorg bieden”
Hoe implementeren?
De laboratoriumtest is vanaf de eerste helft van 2026 beschikbaar, en wordt opgenomen in het EpiSign-panel met laboratoriumtesten voor meer dan 200 aandoeningen, elk met een unieke epigenetische vingerafdruk. “De afdeling Klinische genetica van het Amsterdam UMC onderzoekt op dit moment hoe de test het beste geïmplementeerd kan worden”, vertelt Henneman. “Bied je hem standaard aan, tegelijk met de andere testen van het EpiSign-panel? Of beter los, zodat je kinderen en hun (pleeg)ouders kunt voorbereiden op een mogelijke FAS-diagnose? Aan die diagnose kleeft immers het label ‘schuld van de biologische moeder’. Ik vind het terecht dat die discussie nu wordt gevoerd. We moeten zorgvuldig met de test omgaan, en het kind en de biologische moeder goede nazorg bieden.”
De ontwikkeling van de FAS-laboratoriumtest is voor Henneman geen eindpunt. “Onze zoektocht gaat door. Ik ben optimistisch dat we deze test kunnen uitbreiden, en daarmee ook mildere varianten binnen het FASD-spectrum kunnen diagnosticeren.”
Referentie: Van der Laan L, et al. Discovery of a DNA methylation episignature as a molecular biomarker for fetal alcohol syndrome. Genet 0Med. 2025;27:101586.
Saskia Engbers
