‘Leefstijl-gerelateerde aandoeningen vragen om leefstijl-gerelateerde oplossingen’

mm
Lennard Bonapart
Redactioneel,
9 oktober 2017

Het is paradoxaal, maar artsen hebben ‘voordeel’ – namelijk inkomen – als mensen ziek zijn. Preventieve gezondheidszorg ligt eigenlijk veel meer voor de hand, concludeert huisarts Tamara de Weijer. Zij is groot voorstander van patiënten en artsen bewust maken van de gezondheidswinst die zij kunnen behalen met leefstijlinterventies en voedingsadviezen. “Patiënten willen graag iets veranderen, en ons werk wordt leuker met blijere patiënten op het spreekuur.”

“Ongeveer vijfenhalf jaar geleden was ik bevallen van mijn eerste kind”, vertelt huisarts Tamara de Weijer. “Ik woog twintig kilo zwaarder dan nu. De kilo’s was ik snel kwijt door een gezonde leefstijl met gezonde voeding. Maar ik voelde me tevens fitter na het afvallen. Ik had destijds last van een prikkelbare darm, waarvoor ik bij verschillende specialisten was geweest.” Ze moest er maar mee leren leven, was het advies. Maar na de switch naar gezonde voeding na de bevalling verdwenen ook deze klachten. “Dus toen ben ik veel gaan lezen over voeding en gezondheid en het ook voor andere mensen in de praktijk gaan brengen.” Voor haar was dit aanleiding om de Vereniging Arts en Voeding op te richten.

Geen medicatie, maar leefstijl
De Weijer is van mening dat meer (huis)artsen zich met leefstijl bezig zouden moeten houden, omdat er een enorme toename is van ‘volksziekten’, zoals obesitas en diabetes. “We behandelen deze aandoeningen voornamelijk met medicatie, maar dat lost het probleem niet op.” Is voeding dan niet een taak voor diëtisten en het Voedingscentrum? De Weijer: “Nee, want in 2015 is er een enquête gedaan onder 1500 mensen, en die gaven aan dat zij de huisarts de hoogste autoriteit vinden op het gebied van voeding en gezondheid. We weten er niet zo veel van, maar mensen vertrouwen ons het meest.” De cijfers zijn glashelder, schrijft De Weijer in een artikel hierover in Huisarts & Wetenschap: ‘We weten dat wanneer mensen met diabetes type 2 met een geschikte leefstijlinterventie starten, ze binnen een paar maanden met insuline kunnen stoppen, dat COPD-patiënten dan minder exacerbaties doormaken en het aantal valincidenten bij ouderen kan afnemen.’ 1

Zelfmanagement
De huisarts moet daarbij volgens De Weijer echter niet de plek van de diëtist innemen, maar wél beter signaleren waar voeding en leefstijl een rol kunnen spelen. “Mogelijk kan dan een coach, diëtist of fysiotherapeut de patiënt vervolgens verder helpen.” De Weijer wil overigens niet wachten tot de zorg beter is, maar begint nu al in haar spreekuur met leefstijladviezen. “Diabetes is een mooi voorbeeld. In de Standaard staat dat je een half jaar de tijd hebt om met voeding en leefstijl aan de slag te gaan, en dan pas hoeft te starten met medicatie. Echter, wij doen vaak stap 1: medicatie geven en verwijzen vervolgens iemand door naar een diëtist. In de praktijk gaat een patiënt dan zelden naar de diëtist, wat een enorm gemiste kans is. In de Voedingsrichtlijn staat het beschreven, maar we zijn er ons als huisarts niet genoeg bewust van. Het is de toon die de muziek maakt. Ik riep zes jaar geleden, als huisarts, dat de klachten zouden kunnen toenemen met medicatie en dat mensen op een gegeven moment mogelijk insuline moesten gebruiken. Maar tegenwoordig leg ik uit wat diabetes type 2 is, en dan kan de patiënt kiezen tussen medicatie of leefstijlverandering. We weten dat mensen met pre-diabetes binnen acht tot tien jaar diabetes ontwikkelen. Diabetes is één van het kwartet, want deze mensen hebben vaak allemaal hoge bloeddruk, cholesterol en overgewicht. Het zijn leefstijl-gerelateerde aandoeningen en dat vraagt om leefstijl-gerelateerde oplossingen.”

Gezondheidsbewustzijn
Werken met leefstijl-gerelateerde oplossingen vergt volgens De Weijer veranderingen in het gezondheidsbewustzijn van artsen en patiënten. “Het is mijn ervaring dat je mensen het sterkst kunt grijpen wanneer ze een aandoening of klachten hebben. Je komt op mijn spreekuur met buikpijn, ik geef je een laxeermiddel, of het advies om beter te eten en te drinken. Ik laat mensen drie dagen bijhouden wat ze eten en drinken. En of ze voldoende bewegen en slapen. Vragen over het rook en drinkgedrag, dat doen we allemaal per e-mail, dat geeft veel informatie over iemand z’n leefstijl en gewoonten en daardoor kun je als arts kijken waar de problemen zijn en welke zorgverlener je daaraan moet koppelen. Voor artsen bieden wij nascholingen. We hebben er net vijf gehad. De focus ligt momenteel vooral op diabetes. We doen dit samen met Langerhans (diabetesnascholing). Naast de nascholingen organiseren wij een congres, en bieden we een ‘leefstijlanamnese’, zodat andere zorgverleners er ook mee kunnen werken. Het onderwijsprogramma voor geneeskunde, daar moet meer voeding en leefstijl in. We werken veel samen met beleidsmakers, zorgverzekeraars, en onze focus ligt daarbij op de dokters van de toekomst.”

Salaris bij gezondheid
De Weijer constateert dat artsen worden betaald om patiënten ziek te houden. “Hoe zieker iemand is, hoe meer geld wij als huisarts of specialist in het ziekenhuis krijgen. Dat is een raar systeem. Mijn droom zou zijn dat over twintig jaar wij met een soort aangepast beloningssysteem werken. Dat zou deels op die van de oude Chinese dorpsdokters kunnen lijken, die kregen geld als iedereen gezond is. Ze werden gekort als mensen ziek waren. Uiteraard gaat dat laatste voor ons te ver”, zegt ze. “Maar een dergelijk zorgsysteem zou een stap in de goede richting zijn voor huisartsen en specialisten in ziekenhuizen. Ik zie bij jongere collega’s de bewustwording toenemen. Patiënten willen graag iets veranderen. Er is tegenwoordig veel aandacht voor gezond eten en leefstijl. Je werk wordt er leuker van, het is fijner werken, met blijere patiënten op het spreekuur. Blije patiënten maken een blije dokter.”

Wetenschappelijke Bron: https://link.springer.com/article/10.1007/s12445-017-0295-1#CR3

Meer informatie: http://www.artsenvoeding.nl

 

Auteur: Lennard Bonapart, Medisch Journalist

 

,
Deel dit artikel