Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase
Natuurlijk verlenen verpleegkundigen in het ziekenhuis ook emotionele zorg – zéker aan patiënten die op sterven liggen. Toch blijkt een vrijwilligersservice voor emotionele bijstand in de laatste levensfase positief bij te dragen. “Vrijwilligers brengen een stukje warmte en menselijkheid in een ziekenhuisomgeving”, zegt Anne Goossensen, hoogleraar Luisteren & Kwaliteit van samenleven aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en Lector Zorg rond het levenseinde bij Hogeschool Avans.
Anne Goossensen focust zich al lange tijd op de rol van vrijwilligers in de laatste levensfase. Vanwege haar kennis op dat gebied werd haar gevraagd mee te denken in het iLIVE-project, dat is geïnitieerd door Agnes van der Heide van het Erasmus MC. “Dat project is uitgevoerd in elf landen, met als doel om de palliatieve zorg te verbeteren. Een deel van het project was gericht op de rol van vrijwilligers in de laatste levensfase. In steeds meer settings helpen vrijwilligers mensen die palliatieve zorg krijgen of die in de laatste fase van hun leven zijn. Niet iedereen die sterft heeft namelijk in de laatste levensfase voldoende steun van een sociaal netwerk. Deze vorm van vrijwilligerswerk in ziekenhuizen is nieuw én belangrijk. Maar er is weinig bekend over hoe mensen het werk ervaren; zowel de vrijwilligers zelf als de zorgprofessionals die met hen samenwerken.”

“Sommige vrijwilligers hadden een sterven meegemaakt dat niet goed was verlopen”
Hoogleraar Luisteren & Kwaliteit van samenleven Anne Goossensen
Er zijn
Hoe denken vrijwilligers en zorgverleners over vrijwilligersdiensten voor zorg aan het levenseinde? Onderzoekers wilden dit graag beter bekijken, nadat er binnen het iLIVE-project een vrijwilligersservice was opgericht. Ze bekeken daarvoor ziekenhuizen in vijf verschillende landen. In Nederland werd een eerste vrijwilligersservice opgezet in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Dagelijks liepen daar op de afdelingen vrijwilligers rond die aan het bed gingen zitten bij mensen om er ‘te zijn’, soms hun hand vast te houden, met hen te praten, of om voor te lezen. Met als doel: van waarde zijn voor diegene die op sterven ligt. Elke vrijwilliger had het onderwerp sterven al eens van dichtbij meegemaakt. “Sommigen hadden een sterven meegemaakt dat helemaal niet goed was verlopen”, zegt Goossensen. “Zij wilden het dus beter maken voor anderen. Maar er waren er ook die juist een mooi sterven hadden gezien en dat ook voor anderen zo wilden verzorgen.”
Ogen en oren
De vrijwilligers kwamen te werken op acht verpleegafdelingen waar ook de zorgprofessionals aan het werk waren. “Die verzorgden uiteraard ook emotionele ondersteuning. We wilden voorkomen dat zij het idee zouden krijgen dat er werk van hen afgepakt werd. Of dat ze de vrijwilligers wegzetten als onkundig. Gelukkig bleek dat allemaal mee te vallen. De vrijwilligers zijn grondig getraind in twaalf kennisonderdelen die met sterven te maken hebben. De verpleegkundigen hebben het project mede daardoor als ondersteunend ervaren. Vrijwilligers bleken de ogen en oren van de staf te zijn die gelijk werd geroepen als de situatie van de stervende veranderde. Het scheelde de verpleegpost tijd.” Ook families reageerden positief. “Ze gaven aan dat ze het fijn vonden en wilden dat de vrijwilliger bleef tot de patiënt overleden was.”
“Vrijwilligers zorgen voor een gevoel van nabijheid dat lijkt op wat familie of vrienden bieden”
Rustig in contact
De onderzoekers hielden groepsgesprekken met vrijwilligers en zorgverleners. Ze spraken met hen over hun ervaringen en gevoelens bij dit werk. Uit de gesprekken kwamen verschillende hoofdthema’s. Zo bieden vrijwilligers unieke steun. “Ze zorgen voor een gevoel van nabijheid dat vaak lijkt op wat familie of vrienden bieden.” Ook weten de vrijwilligers contact te maken met een patiënt ondanks dat een ziekenhuis vaak druk en onrustig is. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda. Tot slot bleek uit de gesprekken dat vrijwilligers hun aandacht af weten te stemmen op de persoon die ze bezoeken. Ze luisteren naar wat iemand echt bezighoudt. Niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel, existentieel of spiritueel.”
Verder uitrollen
Goossensen adviseert om verder te kijken hoe ziekenhuizen door heel Nederland deze vrijwilligersdiensten structureel kunnen inbedden. “De draaiboeken voor implementatie zijn klaar. Het is nu een kwestie van dit onderwerp onder de aandacht brengen. Er hebben zich al verschillende ziekenhuizen gemeld. Wij zijn klaar om met hen aan de slag te gaan.”


