Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp
Ziekenhuisapotheker Rehana Rahman promoveerde recent op de rol die medicatie speelt bij een bezoek op de spoedeisende hulp. Ze ontdekte dat 17% van de SEH-bezoeken die niet resulteerden in een ziekenhuisopname verband houdt met medicatie. Meer dan een derde van deze bezoeken was vermijdbaar. Medicatiebeoordelingen kunnen helpen om te voorkomen dat deze patiënten opnieuw op de SEH terechtkomen.
Rahman, werkzaam bij AHZ Farmacie in Den Haag, vult met haar onderzoek een leemte op. Uit het onder apothekers zeer bekende Hospital Admissions Related to Medication (HARM)-onderzoek uit 2006 was al bekend dat 5,4% van de acute ziekenhuisopnames medicatiegerelateerd is. Ongeveer de helft daarvan was ‘vermijdbaar’: ziekenhuisopname had voorkomen kunnen worden. “Nog niet bekend was echter welk percentage van de bezoeken aan de spoedeisende hulp (SEH) dat níet leidde tot een ziekenhuisopname gerelateerd was aan medicatiegebruik. In samenspraak met mijn promotor Patricia van den Bemt, in het UMCU én een van de HARM-onderzoekers destijds, besloot ik deze vraag op te nemen in mijn promotieonderzoek.”1

“Herkenning van medicatiegerelateerde bezoeken aan de SEH zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken”
Ziekenhuisapotheker Rehana Rahman
Vermijdbaar SEH-bezoek
In het eerste deel van haar onderzoek keek Rahman hoeveel SEH-bezoeken te wijten zijn aan ongunstige effecten van geneesmiddelen, of deze te voorkomen zijn en of artsen op de SEH deze achterliggende oorzaak ook juist herkennen. “Bij elk medicatiegerelateerd SEH-bezoek is onderzocht of dit vermijdbaar was. Was de oorzaak bijvoorbeeld therapieontrouw of overbehandeling met een geneesmiddel, dan werd dit aangemerkt als een ‘vermijdbaar’ bezoek. Betrof dit bijvoorbeeld een bijwerking, dan was het SEH-bezoek als zodanig niet vermijdbaar.” Rahman voerde dit onderzoek uit bij in totaal 449 patiënten die in het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam of in het HagaZiekenhuis Den Haag de SEH bezochten.
Helikopterblik
Uit dit onderzoek bleek dat 155 patiënten (17%) een SEH-bezoek hadden dat was te koppelen aan een ongunstig geneesmiddeleffect. “Ruim een derde hiervan (37,4%) was te voorkomen. In 98 gevallen (63,2%) herkende de arts op de SEH niet dat de oorzaak lag in de medicatie. De meest voorkomende redenen dat mensen met een vermijdbaar medicatiegerelateerd probleem op de SEH kwamen, waren hoge bloeddruk, flauwvallen, buikpijn, duizeligheid en verstopping. Vaak kwam dit door het verkeerd innemen van hartmedicatie of door overbehandeling met bloeddrukverlagers. Relatief vaak herkenden artsen medicatie niet als de oorzaak van het SEH-bezoek, wat ook wel te begrijpen is, omdat er vaak meerdere factoren meespelen. Maar die herkenning zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH, iets wat nu nog niet standaard in Nederland gebeurt. Apothekers hebben een soort helikopterblik en kunnen bepaalde klachten vaker snel linken aan de medicatie die op het lijstje van de patiënt staat. Een geautomatiseerd detectiesysteem, geïntegreerd met AI, zou hen kunnen helpen dit efficiënt te doen.”
“Zowel het uitleggen als het vastleggen van medicatieaanpassingen behoeft nog verbetering”
Verbetering nodig
Verder keek Rahman hoe goed patiënten aanpassingen van hun medicatie begrijpen én onthouden nadat ze ontslagen zijn van de SEH. Ook onderzocht ze hoe apothekers en huisartsen deze aanpassingen vastleggen in de dossiers van hun patiënten. “Uit telefoongesprekken die we binnen drie dagen na het SEH-bezoek voerden bleek dat nog ongeveer 80% van de patiënten de wijziging had onthouden en nog 72% van hen begreep waarom de medicatie was aangepast. Een vijfde had de wijziging niet onthouden; dat is dus best veel. Verder bleek dat medicatieaanpassingen op de SEH in 98% van de gevallen in de ontslagbrief naar de huisarts stonden vermeld, maar uiteindelijk in slechts 62% van de patiëntendossiers in de huisartsenpraktijk en in 73% van de patiëntendossiers in de apotheek werden vastgelegd. Zowel het uitleggen als het vastleggen van medicatieaanpassingen behoeft dus nog verbetering. Dit kan door de patiënteducatie beter te structureren en door de samenwerking tussen de tweede en eerste lijn te verbeteren. Deze oplossingen vragen verder onderzoek.”
Meerwaarde
In het tweede deel van haar onderzoek keek Rahman of medicatiebeoordelingen bij patiënten met een medicatiegerelateerde ziekenhuisopname na SEH-bezoek kunnen helpen om mogelijk nieuwe medicatiegerelateerde SEH-bezoeken te kunnen voorkomen. In het eerste onderzoek is bij 101 patiënten van 70 jaar en ouder die wegens een val of een ander ongeluk op de SEH terechtkwamen de impact van klinische medicatiebeoordelingen onderzocht. Bij 74 van hen was de trauma-gerelateerde opname te wijten aan medicatie, bij 27 niet. “Deze patiënten kregen een medicatiebeoordeling. In de eerste groep kwam daaruit bij 69% minimaal één medicatieadvies naar voren, in de tweede groep 69%, statistisch een niet-significant verschil. Hieruit blijkt dat medicatiebeoordeling bij deze totale groep van 70-plussers mogelijk meerwaarde heeft.” In het tweede onderzoek is bij 104 patiënten met een medicatiegerelateerde opname na SEH-bezoek onderzocht wat het effect van een klinische medicatiebeoordeling is. Zes maanden na de medicatiebeoordeling bleek dat 65% van de daaruit voortkomende medicatieaanpassingen nog steeds van kracht was, vergeleken met 56% in de controlegroep die deze interventie niet kreeg, een statistisch significant verschil. Ook bleken deze beoordelingen kosten te besparen.
“Apothekers uit de eerste lijn vinden het vaak een ‘crime’ om contact te leggen met de tweede lijn”
Samenwerking
Een take home-message die Rahman uit haar onderzoek haalt is dat goede samenwerking tussen de eerste en tweede lijn noodzakelijk is om medicatiegerelateerde bezoeken aan de SEH te voorkomen. “Dit kan bijvoorbeeld door een periodiek transmuraal overleg te organiseren. Hierbij zijn nog wel belemmeringen te overwinnen. Tijd hiervoor vinden is een uitdaging. Ook is het vaak lastig om contact te leggen. Uit een NIVEL-rapport is gebleken dat apothekers uit de eerste lijn het vaak een ‘crime’ vinden om contact te leggen met de tweede lijn.2 Ook moeten we wellicht meer gaan focussen op secundaire preventie van SEH-bezoeken bij patiënten met een verhoogd risico hierop, zoals kwetsbare ouderen. Maar we zijn nog op zoek naar de populatie waarbij dit het meest effectief is.”
Referenties:
1. Rahman, R. Medication-related Emergency Department Visits. Universiteit van Groningen, 2026.
2. Heringa M, Vervloet M, Bakker-Verdoorn S, et al. Eindrapport. Optimaliseren van medicatiegebruik bij ouderen: een evaluatie in opdracht van het ministerie van VWS. 29 februari 2024.
Marc de Leeuw
