Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’
Zes op de tien patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die mogelijk niet langer passend is. Daarnaast krijgt een derde van de patiënten in deze fase bij het gebruik van een opioïd geen laxans. Dat blijkt uit de onlangs verschenen factsheet ‘Voorschrijven van medicatie door de huisarts in 2023’van Nivel in samenwerking met PZNL.“De bevindingen laten zien dat we voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep moeten nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.
“Met dit onderzoek brengen we in kaart hoe huisartsen voorschrijven in de laatste drie maanden van het leven van hun patiënten”1, aldus Yvonne de Man. “De cijfers zijn bedoeld om zorgprofessionals en beleidsmakers te stimuleren tot reflectie en verbetering.” De factsheet maakt deel uit van de reeks ‘Palliatieve zorg in Nederland: feiten en cijfers’ en sluit aan bij eerdere edities uit 2017 en 2021.

“Het voortzetten van niet-passende medicatie kan onnodige risico’s met zich meebrengen”
Senior onderzoeker Yvonne de Man
Meer kans op bijwerkingen
Het Nivel voerde het onderzoek uit in samenwerking met Stichting Palliatieve Zorg Nederland (PZNL). Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) maakte het mede-mogelijk. “PZNL heeft in 2023 een set van zeventien indicatoren vastgesteld om de kwaliteit van palliatieve zorg te meten”2, vertelt De Man. “Een van die indicatoren gaat over het voorschrijven van medicatie in de laatste levensfase, en specifieker over medicijnen die vanuit klinisch oogpunt in die fase niet passend zijn.” Ze noemt als voorbeelden statines, bloeddrukverlagers, medicijnen tegen botontkalking, vitamine D en calcium. “Het voortzetten van dergelijke medicatie kan onnodige risico’s met zich meebrengen: meer kans op bijwerkingen, een lagere kwaliteit van leven en soms zelfs extra ziekenhuisopnames. Om te kunnen monitoren hoeveel patiënten in de laatste drie levensmaanden nog herhaalrecepten krijgen voor niet-passende medicatie, waren nieuwe, actuele cijfers nodig.”
Fors probleem
Uit het onderzoek blijkt dat het aandeel patiënten dat in de laatste drie levensmaanden een herhaalrecept kreeg voor mogelijk niet-passende medicatie, daalde van 70% in 2017 naar 63% in 2023. “Een stap in de goede richting”, merkt De Man op. “Maar ondanks deze daling blijft het probleem fors. In 2023 kreeg nog steeds zes op de tien patiënten in de palliatieve fase een herhaalrecept dat niet langer passend was. Bij patiënten jonger dan 65 jaar werd niet-passende medicatie in de laatste drie levensmaanden vaker stopgezet dan bij mensen van 85 jaar en ouder. Patiënten met orgaanfalen ontvingen het vaakst een herhaalrecept voor niet-passende medicatie.”
“Het blijft cruciaal de palliatieve fase tijdig te signaleren. De ‘Surprise Question’ kan hierbij helpen”
Weglaten is ook behandelen
Waarom sommige huisartsen deze medicatie kort voor overlijden toch blijven voorschrijven, is niet precies bekend. “Mogelijk is het voor hen niet altijd duidelijk wanneer de palliatieve fase begint”, zegt De Man. “Het blijft cruciaal deze fase tijdig te signaleren. De ‘Surprise Question’ kan hierbij helpen: zou het mij verbazen als deze patiënt binnen twaalf maanden overlijdt? Is het antwoord ‘nee’, dan is het moment aangebroken om samen met de patiënt en diens naasten te praten over doelen, wensen en het medicatiebeleid: gaat het nog om levensverlenging of is comfort nu het belangrijkst? Durf medicatie die geen bijdrage meer levert te stoppen. Weglaten is ook behandelen. Werk als huisarts samen met apothekers en specialisten om overbehandeling te voorkomen.”
Gesprekken met patiënten en hun naasten over stoppen met medicatie kunnen confronterend zijn, benadrukt De Man. “Wensen en verwachtingen lopen soms uiteen. Daarom is het belangrijk dat huisartsen nagaan of ze voldoende vaardigheden hebben om gesprekken te voeren over het naderende overlijden en welke medicatie dan nog zinvol is. Hebben ze een steuntje in de rug nodig, dan kunnen ze collega’s raadplegen of scholing volgen om deze gesprekken beter te leren voeren.”
“Passende zorg in de palliatieve fase draait om comfort, kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven”
Opioïden en laxantia
Een andere bevinding uit de factsheet gaat over het combineren van opioïden met laxantia bij patiënten in de laatste drie maanden van hun leven. “Goede pijnmedicatie is een belangrijk onderdeel van palliatieve zorg”, vertelt De Man. “Uit ons onderzoek blijkt dat in 2023 65% van de patiënten die een opioïd gebruikte, ook een laxans kreeg. In 2017 was dat 68% en in 2021 66%.”
Opioïden veroorzaken bijna altijd obstipatie. Daarom adviseren richtlijnen standaard een laxans toe te voegen. Toch gebeurt dit bij een derde van de patiënten nog niet. “Ook daar is ruimte voor verbetering”, meent De Man. “Passende zorg in de palliatieve fase draait om comfort, kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven. Met een ogenschijnlijk kleine, maar belangrijke maatregel − het combineren van een opioïd met een laxans − kunnen artsen een groot verschil maken voor hun patiënten.”
Referenties:
- De Man Y, et al. Voorschrijven van medicatie door de huisarts in 2023. Palliatieve zorg in Nederland: feiten en cijfers. Utrecht: Nivel; 2025.
- Cramer C, et al. Indicatorenset voor de palliatieve zorg. Palliaweb. 23 november 2023.
Saskia Engbers
