Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Meer aandacht voor impact van blaaskatheters op patiënttevredenheid en levenskwaliteit
Het is belangrijk dat zorgverleners zich bewust zijn van de impact van verschillende blaaskatheters op de patiënttevredenheid en de kwaliteit van leven van mensen die langdurig katheteriseren. Dat vindt arts-onderzoeker Coen Christiaans (Erasmus MC), die onderzoek deed op dit gebied. “Deze informatie kan van toegevoegde waarde zijn in de gezamenlijke besluitvorming rond langdurige katheterisatie.”
In de afgelopen twee decennia is het gebruik van blaaskatheters in Nederland sterk toegenomen. “Ons land telt inmiddels tussen de 200.000 en 300.000 mensen die langdurig katheteriseren”, schat Christiaans. “Door de vergrijzing zal dit aantal alleen maar verder stijgen. Om de zorg voor deze mensen te optimaliseren en kathetergerelateerde complicaties tot een minimum te beperken, is het belangrijk dat elke patiënt de blaaskatheter krijgt die voor hem of haar het meest geschikt is.”

“In principe heeft zelfkatheterisatie de voorkeur boven een verblijfskatheter”
Arts-onderzoeker Coen Christiaans
Urineretentie
De voornaamste reden voor het inbrengen van een blaaskatheter is urineretentie. “Dit is het onvermogen om de blaas volledig of gedeeltelijk te legen, waardoor urine achterblijft in de blaas”, legt Christiaans uit. “Oorzaken hiervan zijn bijvoorbeeld een vergrote prostaat, een vernauwing van de plasbuis en neurogene aandoeningen. Het doel van katheterisatie is om tijdig en regelmatig de urine af te voeren. Een volle blaas kan immers complicaties geven, zoals een urineweginfectie, urineverlies of zelfs nierfalen. De Europese richtlijn spreekt van langdurige katheterisatie vanaf 14 dagen, omdat de urineretentie dan waarschijnlijk wordt veroorzaakt door een onderliggende ziekte.”
Soorten katheters
Er zijn twee soorten blaaskatheters geschikt voor langdurige katheterisatie: eenmalige katheters en verblijfskatheters. Christiaans: “ Eenmalige katheters zijn dunne, flexibele plastic buisjes die patiënten vijf tot zes keer per dag met vaste tussenpozen (intermitterend) zelf inbrengen via hun plasbuis. Dit geeft hen controle over het leegmaken van de blaas. Maar het vereist ook handvaardigheid, kracht en voldoende cognitieve capaciteiten. Bovendien kan het lastig zijn om zelfkatheterisatie in te passen in de dagelijkse bezigheden. In principe heeft zelfkatheterisatie de voorkeur boven een verblijfskatheter, die via de plasbuis (transurethraal) of buik (suprapubisch) wordt ingebracht. Een verblijfskatheter is geïndiceerd indien er geen andere redelijke opties beschikbaar zijn, de patiënt niet zelf kan of wil katheteriseren en in ernstige gevallen van urine-incontinentie.”
Vragenlijsten
Om patiënten en zorgverleners beter te ondersteunen in de keuze van een blaaskatheter voor langdurige katheterisatie, deed Christiaans samen met collega’s uit het Erasmus MC in Rotterdam onderzoek naar verschillen in patiënttevredenheid, kwaliteit van leven en kathetergerelateerde complicaties tussen intermitterende zelfkatheterisatie en katheterisatie via een transurethrale of suprapubische verblijfskatheter. “Hiervoor hebben we twee gevalideerde vragenlijsten gebruikt: ICIQ-LTCqol en EQ-5D-5L.
De ICIQ-LTCqol-vragenlijst meet de patiënttevredenheid en de kwaliteit van leven van patiënten met een langdurige verblijfskatheter. Deze vragenlijst hebben we vertaald naar het Nederlands en iets aangepast, zodat deze ook relevant is voor intermitterende zelfkatheterisatie. De EQ-5D-5L-vragenlijst meet de algemene gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit. Daarnaast hebben we zelf een vragenlijst opgesteld over de meest voorkomende kathetergerelateerde complicaties, waaronder urineweginfecties, hematurie en blaasstenen.” De onderzoekers verspreidden hun vragenlijsten via het klantenbestand van MediReva, een speciaalzaak die door heel Nederland medische hulpmiddelen en verzorgingsmaterialen levert.
“Hematurie en blaasstenen kwamen minder vaak voor bij patiënten die zichzelf katheteriseerden”
Belangrijkste bevindingen
In totaal vulden 3.320 patiënten van 16 jaar of ouder die langdurig katheteriseren (76% man; gemiddelde leeftijd: 72 jaar) ten minste de helft van de vragenlijsten in, van wie het merendeel (79%) zichzelf intermitterend katheteriseerde. Christiaans: “We zagen dat zowel de patiënttevredenheid als de kwaliteit van leven statistisch significant hoger was in de groep die zichzelf katheteriseerde, vergeleken met de andere twee groepen. Deze verschillen waren onafhankelijk van leeftijd, geslacht en BMI. Patiënten met een transurethrale of suprapubische verblijfskatheter ervoeren een gelijke mate van tevredenheid of levenskwaliteit. Hematurie en blaasstenen kwamen minder vaak voor bij patiënten die zichzelf katheteriseerden, maar dit gold niet voor urineweginfecties.”
“We hopen dat ons onderzoek ertoe bijdraagt dat patiënten de blaaskatheter krijgen die het beste bij hun situatie past”
Gezamenlijke besluitvorming
De resultaten van het Rotterdamse onderzoek sluiten goed aan bij de Europese richtlijn, die de voorkeur geeft aan intermitterende zelfkatheterisatie boven een verblijfskatheter. “In het algemeen werd al verondersteld dat intermitterende zelfkatheterisatie minder complicaties en meer levenskwaliteit geeft dan een verblijfskatheter. Nu kunnen we dit verder onderbouwen met informatie die tevens van toegevoegde waarde kan zijn in de gezamenlijke besluitvorming rond langdurige katheterisatie. We hopen dat ons onderzoek ertoe bijdraagt dat patiënten de blaaskatheter krijgen die het beste bij hun persoonlijke situatie past.”
Referentie: Christiaans CHH, van Veen FEE, Scheepe JR, et al. Patient satisfaction, quality of life, and catheter-related complications in long-term urinary catheter users: a nationwide survey. World J Urol. 2025;43:470.


