Meer behandelopties voor patiënten met hartfalen en een hogere ejectiefractie

mm
Michel van Dijk
Redactioneel,
14 juni 2021

Medicatie die wordt ingezet bij patiënten met hartfalen met een lage ejectiefractie, dus lager dan 40 procent, kan ook van toegevoegde waarde zijn bij patiënten met hartfalen met een hogere ejectiefractie. Hoogleraar cardiologie, prof. dr. Adriaan Voors: “Dat betekent dat we 15 procent méér patiënten met hartfalen kunnen behandelen dan we voorheen dachten.”

Dat is de uitkomst van het promotieonderzoek van dr. Jan Nauta, cardioloog in het UMC Groningen (UMCG). Het betreft patiënten met een midrange-ejectiefractie, legt prof. dr. Adriaan Voors uit, hoogleraar Cardiologie in het UMCG en promotor van Nauta’s onderzoek. “We hebben deze groep patiënten lange tijd niet als aparte categorie geïdentificeerd. We waren vooral gefocust op patiënten met een verlaagde en een behouden, verhoogde ejectiefractie. We zijn dat pas gaan doen sinds de komst van de Europese hartfalenrichtlijn uit 2016. Sinds die tijd doen we veel onderzoek naar deze specifieke groep patiënten. Dat betaalt zich uit, blijkt uit het onderzoek van Nauta.”

Hoogleraar cardiologie prof. dr. Adriaan Voors

Van ‘midrange’ naar ‘mildly reduced’

Want de uitkomsten van zijn onderzoek betekenen dat meer patiënten met hartfalen medicamenteuze behandeling kunnen krijgen. “Als het om prevalentie gaat, houden we een globale verdeling aan van 45 procent patiënten met verminderde ejectiefractie, 15 procent midrange, en 40 procent behouden ejectiefractie. Dat betekent dat we 15 procent méér patiënten met hartfalen kunnen behandelen dan we voorheen dachten. In de nieuwe richtlijn Diagnostiek en Behandeling van patiënten met hartfale

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, , , ,
Deel dit artikel