DOQ

Redenen om af te zien van behandeling bij hema­tolo­gische kanker

Ongeveer een op de zes Nederlanders met een van de drie meest voorkomende hematologische kankers krijgt geen kankergerichte behandeling. De belangrijkste reden hiervoor is een slechte fysieke conditie, gevolgd door patiënt- of familievoorkeuren en snelle ziekteprogressie. Dit blijkt uit landelijk onderzoek van internist-oncoloog Myrte Zijlstra.

Elke arts is verplicht om goede zorg te geven. Dit staat in de Nederlandse artseneed en in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). “Maar goede zorg is niet per definitie een kankergerichte behandeling. Niet alles wat kan, hoeft”, meent Zijlstra. “Er kunnen namelijk gegronde redenen zijn om geen kankergerichte behandeling te starten, bijvoorbeeld als de arts vindt dat dit medisch zinloos is of als de patiënt dit niet wil. Inzicht in deze redenen kan helpen om het proces van gezamenlijke besluitvorming beter te begrijpen en te optimaliseren.”

“De keuze tussen een curatieve of palliatieve behandeling is bij hematologische kankers niet zwart-wit”

Internist-oncoloog Myrte Zijlstra

Niet zwart-wit

Daarom onderzocht Zijlstra welke factoren en overwegingen meespelen in de beslissing om af te zien van een kankergerichte behandeling bij patiënten met diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL), symptomatisch multipel myeloom (MM) of acute myeloïde leukemie (AML). “Dit zijn de drie meest voorkomende hematologische kankers die na de diagnose meestal snel behandeling behoeven”, licht ze toe. “Anders dan bij solide tumoren, is de keuze tussen een curatieve of palliatieve behandeling bij hematologische kankers niet zwart-wit. Zelfs bij gevorderde, gerecidiveerde of refractaire ziekte is genezing soms nog mogelijk. Hierdoor zijn behandelbeslissingen bij patiënten met hematologische kanker zeer complex.”

Geen kankergerichte behandeling

Het landelijke, observationele onderzoek van Zijlstra maakt deel uit van haar promotieonderzoek1 bij het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), dat zij combineert met haar werkzaamheden als internist-oncoloog in het St. Jans Gasthuis in Weert. Samen met collega-onderzoekers analyseerde ze gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van bijna 27.000 volwassen patiënten die in de periode 2014-2021 waren gediagnosticeerd met DLBCL, MM of AML. “Hieruit blijkt dat 16% van de patiënten geen kankergerichte behandeling kreeg. Dit percentage lag aanzienlijk hoger voor AML (26%) dan voor DLBCL (15%) en MM (10%). Bij alle drie de aandoeningen was een slechte fysieke conditie – gedefinieerd als comorbiditeit, een lage performance-status of een tweede tumor – de voornaamste reden om geen behandeling te krijgen. Patiënt- en familievoorkeuren speelden een grotere rol bij DLBCL en MM, terwijl een snel progressief beloop juist vaker de doorslag gaf bij AML.”

“Patiënten uit een lagere sociaal-economische klasse kregen minder vaak een kankergerichte behandeling”

Multifactorieel

De beslissing om wel of niet met een kankergerichte behandeling te beginnen is van meerdere factoren afhankelijk, concludeert Zijlstra. “Zo kregen patiënten uit een lagere sociaal-economische klasse minder vaak een kankergerichte behandeling. Mogelijk komt dit2 doordat zij meer comorbiditeit, lagere gezondheidsvaardigheden en minder toegang tot zorg hebben. Opvallend was dat vrouwen, vaker dan mannen, een persoonlijke voorkeur hadden om niet te worden behandeld. Klaarblijkelijk staan vrouwen meer open voor gesprekken3 met hun arts over het levenseinde en palliatieve zorg. Het is belangrijk dat artsen zich hiervan bewust zijn bij de gezamenlijke besluitvorming.”

Overleving

Verder toont het onderzoek dat de mediane overleving van patiënten zeer kort is als zij geen kankergerichte behandeling krijgen. Bij patiënten met MM was dit amper twee maanden, bij DLBCL slechts anderhalve maand en bij AML net iets meer dan een maand. Patiënten bij wie de ziekte een snel progressief beloop had, hadden de kortste mediane overleving, variërend van 0,4 maanden voor DLBCL en MM tot 0,6 maanden voor AML. Volgens Zijlstra onderstrepen deze cijfers het belang van proactieve zorgplanning en de tijdige inzet van palliatieve zorg in deze groep.

“Hematologen verwarren palliatieve zorg ten onrechte nog wel eens met terminale zorg”

Palliatieve zorg

Hoewel tijdige integratie van palliatieve zorg bewezen nuttig is, krijgen maar weinig patiënten met hematologische kanker deze zorg aangeboden in vergelijking met oncologische patiënten. “Hematologen verwarren palliatieve zorg ten onrechte nog wel eens met terminale zorg”, legt Zijlstra uit. “Palliatieve zorg kan echter heel goed parallel aan een kankergerichte behandeling worden opgestart. Dit vraagt om een actievere rol van artsen. Zij moeten patiënten en hun naasten beter begeleiden bij behandelbeslissingen en palliatieve zorg al in een vroeg stadium bespreken. Gelukkig is hier veel aandacht voor. Zo is eind 2024 het ZonMw-project ‘Passende palliatieve zorg bij hematologische maligniteit’ gestart, met als doel om palliatieve zorg te integreren in de zorg voor patiënten met hematologische kanker via het tweesporenbeleid.”

Referenties:
1. Zijlstra M, Snijders RAH, de Boer F, et al. Factors and considerations in no-treatment decisions in patients with key hematological malignancies: a nationwide, population-based study in the Netherlands. Eur J Haematol. 2025;114:872-82.
2. Kanker in Nederland: sociaaleconomische verschillen. IKNL.
3. Praten over de laatste levensfase. NFK.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?