DOQ

‘Meer physician assistants en verpleegkundig specia­listen nodig’

De problemen in de gezondheidszorg groeien, en de inzet van (veel) meer physician assistants en verpleegkundig specialisten kan bijdragen aan een oplossing. Dat concludeert Geert van den Brink in het onderzoek waarop hij onlangs promoveerde. Van den Brink is coördinator van de Master Physician Assistant aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Het is allang geen nieuws meer: de Nederlandse gezondheidzorg is in de huidige vorm niet houdbaar. De zorgkosten lopen op doordat patiënten ouder worden, vaker multimorbiditeit hebben en doordat het aantal chronische ziektes toeneemt. Tel daarbij op de krapte op de arbeidsmarkt en het feit dat patiënten steeds snellere en betere zorg verwachten. “We staan voor een complex probleem”, vat Van den Brink de situatie samen. “Taakherschikking kan bijdragen aan een oplossing, al is het zeker niet het enige antwoord.”

“Physician assistants en verpleegkundig specialisten zijn vaak een vraagbaak voor collega’s”

Geert van den Brink

Positieve bijdrage

Voor zijn promotie onderzocht hij de rol van de physician assistant (PA) en verpleegkundig specialist (VS). Van den Brink begon met een groot internationaal literatuuronderzoek. Dat liet zien dat PA’s wereldwijd een positieve bijdrage leveren aan de gezondheidszorg. Zou dat ook gelden voor PA’s en VS’en in Nederland? Voor een antwoord op die vraag volgde een praktijkonderzoek op 34 afdelingen van ziekenhuizen en in vier huisartsenpraktijken. Van den Brink zag daar dat PA’s en VS’en gemiddeld meer dan twee derde van hun werktijd aan directe patiëntenzorg besteden. De overige tijd gaat naar organisatorische taken.

Kwaliteit en continuïteit

“We hebben verder gekeken naar de impact van hun werk op de kwaliteit, continuïteit en kosten van de zorg en naar werktevredenheid”, vertelt Van den Brink. “Op al die terreinen vonden we positieve resultaten. Zo doet de kwaliteit van de medische zorg van PA’s en VS’en niet onder voor die van artsen. Ze leveren daarnaast een belangrijke bijdrage aan de continuïteit van de zorg. Dat komt omdat ze doorgaans de plaats innemen van arts-assistenten, die meestal niet heel lang op een afdeling blijven. PA’s en VS’en werken vaak wél jaren op dezelfde afdeling. Ze weten hoe alles reilt en zeilt en zijn een vraagbaak voor collega’s.”

“Carrièreperspectief is belangrijk om mensen voor de zorg te laten kiezen en in de zorg te houden

Kosten en werktevredenheid

“Qua salariskosten zijn PA’s en VS’en goedkoper dan artsen. Ze dragen bovendien bij aan de werktevredenheid van hun collega’s. Dat komt door de genoemde kwaliteit en continuïteit van de zorg.”
Wat volgens Van den Brink minstens zo belangrijk is: PA’s en VS’en zijn zelf ook erg tevreden over hun baan. Met de komst van deze beroepen hebben hbo-opgeleide zorgprofessionals (zoals verpleegkundigen, fysio- of ergotherapeuten) namelijk de mogelijkheid door te groeien naar een master. “Dat carrièreperspectief is belangrijk om mensen voor de zorg te laten kiezen en in de zorg te houden.”

Een op een

Op basis van zijn bevindingen pleit Van den Brink voor méér PA’s en VS’en in de Nederlandse gezondheidszorg. “Op dit moment hebben wij één PA of VS op tien artsen. In Amerika is die verhouding een op twee. Ik denk dat wij ook die richting op moeten gaan. Of zelfs op bepaalde gebieden naar een verhouding van een op een moeten streven. Dat geldt voor de specialismen waarin je gemakkelijk kunt samenwerken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de ouderenzorg of een huisartsenpost. Het betekent wel dat artsen een meer coördinerende rol krijgen.”

“De werkzaamheden variëren sterk per werkplek. Dat is de kracht van deze beroepen”

Halfproduct

Moet er voor PA’s en VS’en een beroepsprofiel per specialisme komen? “Nee, daarvoor variëren hun werkzaamheden te sterk per werkplek”, meent Van den Brink. “Dat is precies de kracht van deze beroepen. Een medisch specialist zei tegen me: ‘Als een PA klaar is met de opleiding, heb ik een halfproduct. Dat mag ik kneden tot precies díé zorgprofessional die ik nodig heb.’”
Wat volgens Van den Brink wél nodig is, zijn extra opleidingsplaatsen. “Op dit moment zijn er in ons land negen opleidingen voor VS’en en vijf voor PA’s. Maar de vraag is groter dan het aantal opleidingsplaatsen. Tegelijkertijd worden opleidingsplaatsen voor huisartsen momenteel niet gevuld. Ik adviseer de overheid: gebruik dat geld voor de opleiding van PA’s en VS’en! Er is veel animo voor en deze professionals zijn ook nog eens relatief snel inzetbaar.”

PA en VS: wat is het verschil?
Zowel de PA als VS ondersteunen de arts. Dat doen ze in ziekenhuizen, binnen de huisartsenzorg, thuiszorg, GGZ-instellingen en verpleeghuizen. De PA werkt in het medische domein en neemt routinematige taken van de arts over. De VS heeft zowel verpleegkundige als medische taken in een eigen deskundigheidsgebied. Ook hun opleiding verschilt: de PA begint met een hbo-opleiding in de gezondheidszorg, bijvoorbeeld fysiotherapie of ergotherapie, en volgt daarna de master Physician Assistant. De VS is opgeleid tot verpleegkundige en specialiseert zich vervolgens via een master in een bepaald vakgebied.

Referentie: van den Brink GT, Kouwen AJ, Hooker RS, et al. The physician assistants and nurse practitioners in the Netherlands: a solution for healthcare. JAAPA, 2023.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Hoe AI no-shows in het ziekenhuis terugdringt

Met AI kunnen patiënten worden herkend die hun afspraak dreigen te missen, laten Annabel Seffelaar en Siem Aarts zien. Zo kunnen zij tijdig herinnerd worden aan hun afspraak. “Elke week halen we er zeker zes of zeven patiënten uit die de afspraak totaal vergeten waren.”

Meer aandacht nodig voor de basisarts

In de zorg zijn veel openstaande vacatures en de werkdruk stijgt. Een van de oorzaken: het tekort aan basisartsen. De Jonge Specialist probeert het tij te keren. Maar het is een complex vraagstuk, vertellen bestuursleden Phebe Berben en Leene Vermeulen.

Casus: vrouw die niet kan boeren

Een 23-jarige vrouw klaag over een lang aanhoudend drukkend gevoel achter het sternum, met name na de maaltijd. Het lukt haar dan niet om te boeren. Braken zorgt meestal snel voor verlichting van de klachten. Wat is uw diagnose?

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaat­kanker­behandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”