DOQ

Minder erectieproblemen door zenuw- en vaatsparende bestraling

Zenuw- en vaatsparende radiotherapie bij patiënten met gelokaliseerd prostaatcarcinoom leidt tot beter behoud van de erectiele functie en een lagere incidentie van erectiele disfunctie dan conventionele radiotherapie. Dit blijkt uit de tussentijdse resultaten van de ERECT-trial, die arts-onderzoeker Tariq Lalmahomed onlangs presenteerde tijdens de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Urologie.

In het UMC Utrecht, waar Lalmahomed werkzaam is, worden vrijwel alle patiënten met gelokaliseerde prostaatkanker die bestraald worden, behandeld met de MR-Linac: een bestralingstoestel (lineaire versneller, afgekort ‘linac’) en een MRI-scanner ineen. “Met dit hybride apparaat kunnen we de prostaat zeer nauwkeurig in beeld brengen en tegelijkertijd zeer gericht bestralen met hogere doses. Dit is een elegante manier van niet-invasief behandelen, met bovendien een uitstekende kans op genezing.” Toch heeft radiotherapie ook nadelen, weet Lalmahomed. “Drie jaar na bestraling van de prostaat heeft ongeveer 40% van de patiënten erectieproblemen, waarschijnlijk door schade aan omliggende zenuwen en bloedvaten.”

“Op een CT-scan zijn de neurovasculaire structuren rondom de prostaat niet goed te zien”

Arts-onderzoeker Tariq Lalmahomed

Zenuw- en vaatsparend

Mogelijk kunnen erectieproblemen worden voorkomen door zenuwen en bloedvaten te sparen tijdens de bestraling. In tegenstelling tot een zenuwsparende prostatectomie, wordt zenuw- en vaatsparende radiotherapie nauwelijks toegepast in de klinische praktijk. “De meeste ziekenhuizen gebruiken een bestralingstoestel gecombineerd met een CT-scanner”, legt Lalmahomed uit. “En op een CT-scan zijn de neurovasculaire structuren rondom de prostaat niet goed te zien. Op een MRI-scan is dat wel het geval. In de ERECT-trial onderzoeken we of MRI-gestuurde zenuw- en vaatsparende radiotherapie bij patiënten met gelokaliseerd prostaatcarcinoom leidt tot beter behoud van de erectiele functie, zonder in te leveren op de oncologische uitkomsten van de behandeling.”

ERECT

De ERECT-trial is een lopende, eenarmige fase II-studie waarin patiënten met gelokaliseerde prostaatkanker zijn behandeld met zenuw- en vaatsparende radiotherapie en gedurende drie jaar worden gevolgd. Bij aanvang van de studie hadden alle patiënten een indicatie voor radiotherapie zonder hormoontherapie en een goede erectiele functie. Een goede erectiele functie was gedefinieerd als een score ≥17 op de International Index of Erectile Function-5 (IIEF-5), een vragenlijst die door de patiënten zelf werd ingevuld. “Voorafgaand aan de bestraling met de MR-Linac (36,25 Gy in 5 fracties) hebben we niet alleen de prostaat, blaas en darmen ingetekend op de MRI-scan, maar ook de A. pudenda interna, neurovasculaire bundels, corpora cavernosa en bulbus penis”, vertelt Lalmahomed. “Omdat deze neurovasculaire structuren van belang zijn voor de erectiele functie, kregen ze een beperkte stralingsdosis.”

“Patiënten in de ERECT-groep hadden een betere erectiele functie”

Gematchte controlegroep

Na 6, 12 en 18 maanden follow-up bepaalden Lalmahomed en collega-onderzoekers de door de patiënt gerapporteerde erectiele functie (gemiddelde IIEF-5-score) en de incidentie van erectiele disfunctie (IIEF-5-score <12). “Daarnaast waren we geïnteresseerd in de door de arts gerapporteerde erectiele disfunctie volgens de Common Terminology Criteria of Adverse Events (CTCAE). Voor alle uitkomstmaten hebben we de scores van de patiënten uit de ERECT-groep vergeleken met die van een gematchte controlegroep van patiënten uit het Utrecht Prostaat Cohort. Deze patiënten hadden eveneens radiotherapie zonder hormoontherapie ondergaan, maar bij hen waren de zenuwen en bloedvaten rondom de prostaat niet gespaard.”

Betere erectiele functie

Tijdens de voorjaarsvergadering van de NVU presenteerde Lalmahomed de tussentijdse resultaten tot 18 maanden na de bestraling. “In totaal hebben we 70 patiënten behandeld met zenuw- en vaatsparende radiotherapie en gedurende ten minste 18 maanden gevolgd. Inmiddels is de inclusie gestopt. Bij aanvang van de studie zagen we geen verschillen in patiënt- en ziektekenmerken tussen beide groepen. Na zowel 12 maanden (20 vs. 16) als 18 maanden (19 vs. 14) hadden patiënten in de ERECT-groep een betere erectiele functie, vergeleken met patiënten in de controlegroep. Deze verschillen waren statistisch significant én klinisch relevant.”

Het is echter nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken, waarschuwt Lalmahomed. “We weten namelijk niet of het verschil in erectiele functie behouden blijft op de lange termijn en wat de oncologische uitkomsten zijn, zoals de biochemisch-recidiefvrije overleving. Deze resultaten volgen zodra de volledige follow-upperiode is afgerond.”

“Het lijkt erop dat artsen de erectieproblemen van patiënten mogelijk onderschatten”

Onderschatten

Opvallend was dat de onderzoekers wel een significant verschil vonden in de incidentie van de patiëntgerapporteerde erectiele disfunctie na 12 maanden (10 vs. 37%) en 18 maanden (19 vs. 44%), maar niet in de incidentie van door de arts gerapporteerde erectiele disfunctie. Hoe kan dat? “Het lijkt erop dat artsen de erectieproblemen van patiënten anders interpreteren en dus mogelijk onderschatten”, stelt Lalmahomed, “Seksueel functioneren is nog steeds een beladen thema in de spreekkamer. Er is veel winst te behalen door vragen meer open te stellen, dus bijvoorbeeld: ‘In hoeverre bent u naar tevredenheid seksueel actief?’ in plaats van ‘Lukt het om seks te hebben?’.”

Referentie: Lalmahomed TA, Teunissen F, de Boer JCJ, et al. Minder erectiele disfunctie na zenuw- en vaatsparende radiotherapie bij gelokaliseerd prostaatcarcinoom: tussentijdse resultaten van de ERECT-trial. Tijdschr Urol. 2025;15:S16-17.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?