DOQ

Minder gebruik antibiotica door inzet van keuzehulp en toolbox

Gebruik van een keuzehulp en een educatieve toolbox voor zorgverleners en patiënten leidt tot minder voorschrijven van antibiotica voor een vermoedelijke urineweginfectie bij kwetsbare ouderen. Minder antibioticagebruik leidt niet tot meer complicaties, ziekenhuisverwijzingen, opnames en mortaliteit. Dat blijkt uit een gerandomiseerde internationale studie vanuit het Amsterdam UMC.

Voorschrijven van antibiotica voor een urineweginfectie bij kwetsbare ouderen gebeurt vaak onterecht, vanwege bijvoorbeeld niet-specifieke symptomen of misinterpretatie van een urinetest. Dat draagt bij aan antibioticaresistentie. Richtlijnen adviseren terughoudendheid met antibiotica, maar in de praktijk kan dat lastig zijn vanwege complexe beslissingen bij het voorschrijven en verschillen in zorgsettings voor ouderen.

“In de internationale studie is de implementatie onderzocht van een zogeheten rentmeesterschapsinterventie”

Rentmeesterschap

In de internationale studie is de implementatie onderzocht van een zogeheten rentmeesterschapsinterventie: gebruik van een eerder ontwikkelde keuzehulp voor gepast antibioticagebruik, gecombineerd met ‘pocket cards’, posters en een e-learning voor zorgverleners en patiënten en hun mantelzorgers. Aan het onderzoek deden 1.041 kwetsbare 70-plussers mee. Zij waren geïncludeerd bij 43 ouderenzorgorganisaties en 43 huisartsenpraktijken in Nederland, Noorwegen, Polen en Zweden. Deze settings werden clustergerandomiseerd. Patiënten in het controlecluster kregen reguliere zorg, de andere patiënten ontvingen zorg met de interventie.

Educatieve sessies

Bij de start van de studie werden zorgprofessionals geïnformeerd over de keuzehulp en de materialen in de toolbox. Er waren educatieve sessies met huisartsen en verpleegkundigen over het herkennen van een urineweginfectie met behulp van de keuzehulp. Na een sessie volgde een gezamenlijke bespreking van de lokale zorg en plannen voor implementatie.

“Uit interviews met zorgprofessionals bleken er kennishiaten te zijn over het herkennen van symptomen van een urineweginfectie”

Kennishiaten

De onderzoekers hadden regelmatig contact over de voortgang van de implementatie met de zorgprofessionals. De materialen in de toolbox werden afgestemd op lokale richtlijnen. Uit interviews met zorgprofessionals bleken er kennishiaten te zijn over het herkennen van symptomen van een urineweginfectie en van asymptomatische bacteriurie. Deze kennishiaten werden behandeld tijdens de educatieve sessies.
De primaire uitkomst was het aantal voorschrijvingen van antibiotica voor een vermoedelijke urineweginfectie. Secundaire uitkomsten waren onder andere de incidentie van complicaties, ziekenhuisopnames of -verwijzingen voor alle oorzaken, en sterfte binnen 21 dagen na vermoedelijke urineweginfecties.

Veilig

De groepen verschilden alleen wat betreft het aantal voorschrijvingen van antibiotica: dat was in de controlegroep ruim tweemaal zo hoog als in de interventiegroep (121 versus 54). Tussen de groepen was er geen verschil in het optreden van complicaties, ziekenhuisverwijzingen en -opnames, en sterfte. De interventie leidt dus tot klinisch relevante en veilige reductie van het voorschrijven van antibiotica bij de onderzochte doelgroep. De implementatie van de interventie in verschillende settings voor ouderenzorg vraagt volgens de onderzoekers wel om actieve deelname van alle betrokken zorgprofessionals en afstemming met de lokale situatie.

Referentie: Hartman EAR, van de Pol AC, Heltveit-Olsen SR, et al. “Effect of a multifaceted antibiotic stewardship intervention to improve antibiotic prescribing for suspected urinary tract infections in frail older adults (ImpresU): pragmatic cluster randomised controlled trial in four European countries.” BMJ, 2023;380:e072319.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”