Minder overlijden of respiratoire insufficiëntie bij COVID-19-pneumonie

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
30 juni 2021

In de STOP-COVID-trial resulteerde de JAK-remmer tofacitinib bij opgenomen volwassen patiënten met COVID-19-pneumonie in een lager risico op overlijden of respiratoire insufficiëntie tot aan dag 28 in vergelijking met placebo. Deze resulteren verschenen in het NEJM.

Ondanks de snelle ontwikkeling van vaccins blijft een groot deel van de wereldbevolking risico lopen op COVID-19. Daarom zijn effectieve, veilige en gemakkelijk toe te dienen therapieën voor opgenomen patiënten met COVID-19 nodig. Ernstige manifestaties van een SARS-CoV-2-infectie gaan gepaard met een overmatige immuunrespons die wordt gedreven door interleukine-6 (IL-6), tumornecrose factor-α en andere cytokinen. Het betreffende patroon wordt ook wel een cytokine-storm genoemd.

JAK-remming bij COVID-19

Tofacitinib is een oraal toegediende selectieve remmer van Janus-kinase (JAK) 1 en JAK3 en heeft een functionele selectiviteit voor JAK2. Het blokkeert intracellulaire transductieroutes, nadat een cytokine aan zijn receptor is gebonden. Als gevolg hiervan wordt er geen cellulaire reactie getriggerd en wordt de cytokineproductie op een indirecte manier onderdrukt. Tofacitinib moduleert ook de werking van interferonen en IL-6, waardoor de afgifte van cytokinen door type 1 en type 17 helper T-lymfocyten afneemt. Deze cytokines zijn betrokken bij de pathogenese van acuut respiratoir distress syndroom. Tofacitinib heeft dus invloed op meerdere kritieke routes van de inflammatoire cascade. Deze werking kan ervoor zorgen dat de progressieve, door de ontsteking veroorzaakte longschade bij opgenomen patiënten met COVID-19 verbetert.

STOP-COVID-trial

In deze multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie uit Brazilië zijn de werkzaamheid en veiligheid van tofacitinib geëvalueerd bij opgenomen patiënten met
COVID-19-pneumonie die al dan niet een invasieve beademing kregen. De 289 deelnemende patiënten kregen tofacitinib 10 mg of placebo tweemaal daags gedurende maximaal 14 dagen of tot ontslag uit het ziekenhuis. De meesten (89,3%) kregen tijdens de opname ook glucocorticoïden.

Het primaire eindpunt was overlijden of het ontstaan van respiratoire insufficiëntie tot en met dag 28, zoals beoordeeld met behulp van een ordinale schaal met acht niveaus. De scores varieerden van 1 tot 8; hoe hoger de scores, hoe slechter de toestand. De sterfte door alle oorzaken en veiligheid werden ook beoordeeld.

Minder overlijden of respiratoire insufficiëntie

De cumulatieve incidentie van overlijden of respiratoire insufficiëntie tot en met dag 28 was 18,1% in de tofacitinib-groep en 29,0% in de placebogroep (risicoratio 0,63; p = 0,04). Tot dag 28 was 2,8% van de patiënten in de tofacitinib-groep en 5,5% van de patiënten in de placebogroep door een willekeurige oorzaak overleden (hazardratio 0,49). De proportionele kans op een slechtere score op de ordinale schaal van acht niveaus bij behandeling met tofacitinib in vergelijking met placebo was 0,60 op dag 14 en 0,54 op dag 28. Ernstige bijwerkingen traden op bij 20 patiënten (14,1%) in de tofacitinib-groep en bij 17 patiënten (12,0%) in de placebogroep.

Conclusie

Bij patiënten die vanwege COVID-19-pneumonie opgenomen waren, resulteerde tofacitinib tot dag 28 in een lager risico op overlijden of respiratoir falen dan placebo.

Referentie: Guimarães PO, Quirk D, Furtado RH, et al. Tofacitinib in Patients Hospitalized with Covid-19 Pneumonia. N Engl J Med. 2021 Jun 16.

,
Deel dit artikel