DOQ

Mobiel ECMO-team redt mensen­levens

De meeste patiënten met een indicatie voor een hart-longmachine kunnen tijdig worden ingestuurd naar het ziekenhuis dat deze zorg kan leveren. Sommige patiënten zijn er echter zo slecht aan toe, dat zij niet veilig naar het betreffende ziekenhuis vervoerd kunnen worden. Voor hen richtte intensivist Jeroen Janson met zijn team in het LUMC het eerste mobiele hart-longmachine-team (ECMO) van Nederland op. Onlangs paste het LUMC de mobiele ECMO voor het eerst toe op locatie.

Begin dit jaar behandelde het mobiele ECMO-team van het LUMC de eerste casus: een vijftigjarige man die in het Alrijne werd opgenomen met een ernstige longontsteking en verder een blanco voorgeschiedenis. Hij verslechterde zozeer dat hij slechts een zuurstofsaturatie van 80% had. Beademing hielp onvoldoende, de zuurstofconcentratie in het bloed bleef ver onder de normaalwaarde. Een hart-longmachine moest de verslechterende longfunctie van patiënt acuut overnemen. Alleen: hij was te ziek om veilig naar het LUMC vervoerd te worden. “Hadden we hem vervoerd, dan was hij onderweg vermoedelijk overleden”, vertelt Jeroen Janson. “Gelukkig konden we met ons mobiele ECMO-team naar het Alrijne komen. Daar konden we de patiënt aansluiten op onze mobiele hart-longmachine en zijn longfunctie zodanig stabiliseren dat we hem vervolgens naar het LUMC konden vervoeren voor verdere behandeling.”

“Goede samenwerking met de zorgprofessionals op locatie is cruciaal”

Intensivist Jeroen Janson

Goed ingespeeld team

Ernstig hart- of longlijden, dat zijn de indicaties voor de inzet van een hart-longmachine of ECMO (extracorporale membraanoxygenatie). Jaarlijks is ECMO geïndiceerd voor zo’n 400-500 patiënten, verdeeld over vijftien ECMO-centra in het land. “In het LUMC zetten we ECMO ieder jaar zo’n 50-60 keer in. Hetzij voor patiënten die in het LUMC zijn opgenomen, hetzij voor patiënten die vanuit verwijzende ziekenhuizen bij ons komen met een ECMO-indicatie. Bij die patiënten is transport nog wél mogelijk. We hebben dit regionaal goed geregeld. Maar sommige patiënten verslechteren zó snel dat we hen niet meer veilig kunnen vervoeren. Dat zijn de patiënten die we opzoeken met ons mobiele ECMO-team. Het team bestaat uit een intensivist, een interventiecardioloog en een perfusionist, die goed op elkaar zijn ingespeeld. Iedereen weet precies wat zijn of haar verantwoordelijkheden zijn.”

Duidelijke samenwerkingsafspraken

Het LUMC heeft daarmee de primeur, stelt Janson. “Het is weliswaar eerder voorgekomen dat een hart-longmachine van het ene naar het andere ziekenhuis werd overgebracht om ter plekke een patiënt te helpen, maar dat gebeurde incidenteel. Ons team is het eerste dat werkt volgens een gestructureerd protocol met duidelijke samenwerkingsafspraken tussen de meeste regionale ziekenhuizen.”
Het mobiele ECMO-team van het LUMC heeft als verzorgingsgebied de zeven ziekenhuizen in de regio Leiden. “Goede samenwerking met de zorgprofessionals aldaar is cruciaal. Dat betekent bijvoorbeeld dat het voor iedereen duidelijk is wat onderlinge verantwoordelijkheden zijn. Zo is ons mobiele team verantwoordelijk voor de ECMO, maar blijven lokale behandelaars verantwoordelijk voor de verdere zorgverlening. Tot het moment dat de hart- en/of longfunctie van de patiënt zodanig is gestabiliseerd dat we hem naar het LUMC kunnen vervoeren voor verdere behandeling.”

“Het doel van een hart-longmachine is: tijd kopen”

Tijd kopen

Want de inzet van de mobiele ECMO is altijd tijdelijk, benadrukt Janson. “Het doel van een hart-longmachine is: tijd kopen. Bijvoorbeeld tijd kopen tot herstel van de longfunctie, zoals in de casus. De eerste stap tot herstel zetten we met de mobiele ECMO, in het LUMC werken we aan verder herstel. Tot het moment dat hart of longen weer op eigen kracht verder kunnen en de patiënt niet langer ECMO nodig heeft.”

De verdere ECMO-zorg vindt in het LUMC plaats omdat de artsen en verpleegkundigen aldaar daarin goed zijn opgeleid, vervolgt Janson. “Het LUMC is wereldwijd koploper op het gebied van deze specialistische zorg. Ongeveer 80% van onze IC-verpleegkundigen en alle IC-artsen zijn geschoold in het verlenen van ECMO-zorg. Zij namen allemaal deel aan de driedaagse ECMO-cursus die wij als specialisten in de ECMO-zorg verzorgen.”

“Een paar honderd euro mag niet opwegen tegen een mensenleven” 

Landelijke dekking

Janson heeft zich als initiatiefnemer hard gemaakt voor de komst van het Leidse ECMO-team. Waarom? “Het mag voor de prognose van een patiënt niet uitmaken in welk ziekenhuis hij is opgenomen. Of dat nu het LUMC, het Alrijne, of welk ziekenhuis dan ook is. In een rijk land als Nederland moet iedere patiënt kunnen rekenen op de best denkbare zorg.”
Hij hoopt dan ook dat er meer mobiele ECMO-teams gaan komen en dat er door regionale samenwerking zelfs een landelijke dekking bereikt kan worden. “Andere regio’s hebben al laten weten interesse te hebben in een eigen mobiel ECMO-team. Zij volgen met belangstelling de ervaringen die wij nu opdoen.”

De kosten hoeven in ieder geval geen breekpunt te zijn, stelt hij. “Ik heb dat uitgerekend. De inzet van een mobiel ECMO-team komt neer op enkele honderden euro’s per patiënt. Dat lijkt me een no-brainer. Een paar honderd euro mag niet opwegen tegen een mensenleven.” 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?