DOQ

Nasale toediening om RS-virus ‘bij de voordeur’ tegen te houden

Arts-onderzoeker Natalie Mazur ontwikkelt een nieuwe profylaxe tegen het RS-virus. Deze wordt, in tegenstelling tot het bestaande intramusculaire middel, nasaal toegediend. “Een logischere toedieningswijze”, meent Mazur. “Het virus komt via de neus het lichaam binnen, dus waarom niet ook ter plaatse tegenhouden?”

Onlangs ontving arts-onderzoeker Natalie Mazur de Junior Investigatorsubsidie van het Longfonds. Hiermee kan zij verder werken aan haar onderzoek naar de ontwikkeling van een nieuwe profylaxe tegen het RS-virus, dat in tegenstelling tot het bestaande intramusculaire middel nasaal wordt toegediend. Dankzij de subsidie van het Longfonds kan zij met behulp van een gecontroleerd humaan infectiemodel snel ontdekken of de profylaxe werkt en op een kosten-efficiënte wijze de dosisoptimalisatie-studies uitvoeren.

Arts-onderzoeker Natalie Mazur

Druk op de gezondheidszorg

“Elk kind komt in aanraking met het RS-virus”, schetst Natalie Mazur, postdoc-onderzoeker bij het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht, de grootte van het probleem. “Gelukkig wordt niet ieder kind ernstig ziek van een infectie met RSV, maar we schatten dat 10% een lagere luchtweginfectie ontwikkelt, en daarvan nog eens 10% in het ziekenhuis moet worden opgenomen voor ondersteuning. Wat veel mensen niet beseffen is dat we jaarlijks vele kinderen moeten overplaatsen naar het buitenland omdat in het piekseizoen van RSV de druk op de gezondheidszorg te groot wordt. RSV is verantwoordelijk voor 2000 ziekenhuisopnames per jaar in Nederland, en 200 ic-opnames. En zorgelijker nog, omdat er veel landen ter wereld zijn waar de gezondheidszorg lang niet zo goed is als in Nederland, is RSV de tweede belangrijkste doodsoorzaak bij zuigelingen, na malaria.”

“Het is mijns inziens volstrekt logisch dat je een profylacticum tegen een respiratoir virus nasaal aanbiedt in plaats van systemisch”

Hoge kosten

Dat er een noodzaak is om kinderen te beschermen tegen RSV is dan ook vrij duidelijk. “Toch bestaat er al meer dan twintig jaar een middel dat beschermt tegen RSV”, legt Mazur uit, “maar het is ontzettend duur. Vanwege de zeer hoge kosten is het middel voor armere landen vrijwel niet verkrijgbaar, en zelfs in Nederland geven we het alleen aan kinderen met een zeer hoog risico op ernstige complicaties. Dit bestaande profylacticum, een monoclonaal antilichaam, kost zo veel dat een ziekenhuisopname voor sommige kinderen uiteindelijk goedkoper is.”

Nasale toediening

Mazur vond het merkwaardig dat de toedieningsvorm van het enige bestaande profylacticum tegen RSV een intramusculaire injectie is. “Je biedt het middel dus aan in het hele lichaam, terwijl het virus het lichaam alleen via de neus binnenkomt.” Mazur vergelijkt deze schijnbare onlogica met een uitgaansgelegenheid: “Als je je nachtclub wilt beveiligen dan zet je de uitsmijter bij de voordeur en niet achter in de club toch? Waarom zou je dan niet, als je het lichaam wilt laten beveiligen tegen RSV, de uitsmijter bij de voordeur, namelijk de neus zetten? Het is mijns inziens volstrekt logisch dat je een profylacticum tegen een respiratoir virus nasaal aanbiedt in plaats van systemisch.”

Ontwikkeling versnellen

Een nasale toedieningsvorm van hetzelfde monoclonale antilichaam, in een andere formulering, zou behoorlijk kostenbesparend kunnen zijn, aldus Mazur. “Ik vermoed minstens 90% goedkoper”, vervolgt zij, “en dat komt enerzijds omdat je bij een nasale toediening maar een heel klein beetje van het antilichaam nodig hebt in vergelijking met de systemische toediening. En omdat we de klinische ontwikkeling van dit middel behoorlijk kunnen versnellen door gebruik van nieuwe technieken.”

“Dankzij CHIM hoeven we niet onnodig kinderen bloot te stellen aan experimenten, omdat het infectiemodel gebaseerd is op volwassen vrijwilligers”

Virus toedienen aan volwassenen

Mazur doelt hiermee op het ‘controlled human infection model’, afgekort CHIM, dat zij dankzij de subsidie van het Longfonds nu kan inzetten om snel te leren of de nasale bescherming tegen RSV daadwerkelijk effectief is, en eventueel als vervolg hierop om op de lange termijn dosisoptimalisatie-studies te verrichten. In onderzoek waarin men gebruik maakt van CHIM, wordt een goed-gekarakteriseerde virusstam toegediend aan zorgvuldig geselecteerde volwassen vrijwilligers. Dit draagt bij aan het leren van hoe virussen verspreiden, repliceren, en helpt onderzoekers begrijpen hoe ze het beste virussen kunnen voorkómen en behandelen.

Op zoek naar biomarkers

“Het is enorm waardevol om door middel van CHIM toegang te hebben tot informatie over RSV, juist in de presymptomatische fase”, legt Mazur uit. “Bijvoorbeeld als je op zoek bent naar biomarkers voor vroege diagnostiek of biomarkers die voorspellen welke patiënten een verhoogd risico lopen op infectie, dan heb je niet zoveel aan onderzoeksdeelnemers die al symptomatisch zijn, omdat bij RSV de incubatietijd (totdat er klachten optreden) vier dagen na de initiële infectie is. Ook voor het ontwikkelen van vaccins of profylactische middelen is CHIM hierom ontzettend praktisch. En laten we niet vergeten dat we dankzij dit model niet onnodig kinderen hoeven te onderzoeken en bloot te stellen aan experimenten, omdat het infectiemodel gebaseerd is op volwassen vrijwilligers.”

“Doorgaans is de klinische fase van geneesmiddelonderzoek lastig uitvoerbaar in een academische setting”

CHIM slaat een brug

“We zien CHIM dan ook als een hulpmiddel om sneller dit vaccin te onderzoeken, en dit maakt het gelijk mogelijk voor een academische instelling als het WKZ om in eigen beheer een stukje klinische geneesmiddelontwikkeling op zich te nemen”, zegt Mazur. “Doorgaans is de klinische fase van geneesmiddelonderzoek lastig uitvoerbaar in een academische setting, dus CHIM slaat echt een brug tussen de werelden van farmaceutische ontwikkeling en de academie, waardoor dit wel mogelijk is.”

Betaalbaar profylacticum

Mazur hoopt einde 2023 de resultaten van haar onderzoek in het publieke domein te kunnen brengen. “Dan kunnen we zien of we inderdaad de infectie van RS bij de voordeur kunnen stoppen, en daarna onderzoeken welke impact dit heeft op patiënten en de gezondheidszorg. En hopelijk hebben we dan over een poosje een effectief profylacticum voor RSV, dat betaalbaar is, en daarmee toegankelijk wordt gemaakt voor kinderen over de gehele wereld.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”