DOQ

‘Betrek eerder klinisch genetici bij zeldzame neuro­logi­sche ontwik­kelings­stoor­nissen’

Kortere lijnen tussen neurologen en klinische genetici kan ervoor zorgen dat patiënten met zeldzame neurologische aandoeningen sneller een diagnose krijgen, zegt klinisch geneticus in opleiding Stefan Barakat. Voor zijn vernieuwende onderzoek ontving hij recent de Early Career Award van de KNAW. “Een diagnose heeft behandelconsequenties, of biedt counseling-opties voor familieleden.”

Stefan Barakat, arts, universitair docent en klinisch geneticus in opleiding bij het Erasmus MC, doet onderzoek naar de genetische oorzaak van neurologische ontwikkelingsstoornissen en de rol van het niet-coderend DNA. Samen met zijn collega’s werkt hij aan de modellering van nieuwe genetische aandoeningen, en ontwikkelt hij nieuwe technologie om de invloed van genetische varianten, die buiten de eiwit-coderende genen liggen, beter te begrijpen. Barakat is medeontdekker van het Barakat-Perenthaler-syndroom, een ernstige onbehandelbare vorm van epilepsie. Hij ontving onlangs de Early Career Award van de KNAW voor zijn vernieuwende, originele onderzoeksideeën.

“Mensen komen naar de afdeling Klinische Genetica als ze willen weten of ze lijden aan een erfelijke aandoening”, zegt Barakat. “Bijvoorbeeld met het oog op een kinderwens. Maar omdat we steeds meer weten over genetische aandoeningen, beïnvloedt die kennis van een onderliggende aandoening ook steeds vaker het behandelbeleid.”

“Als je regulatoire elementen zoekt, is dat zoeken naar een speld in een hooiberg.”

Arts en klinisch geneticus i.o. Stefan Barakat (Foto: Esther Morren Erasmus MC)

Regulerende rol DNA

Het menselijke DNA is opgedeeld in twee delen: een deel dat codeert voor eiwitten en een deel dat dat niet doet. Lang werd dit deel, goed voor 98 procent van ons genetisch materiaal, junk-DNA genoemd; aangenomen werd dat het geen functie had. Tegenwoordig is bekend dat dit DNA een regulerende rol speelt bij de regulatie van genen, en daardoor de eiwitaanmaak beïnvloedt. Veel meer is niet duidelijk, zegt Barakat. “We kennen wel wat enhancer-sequenties en epigenetische kenmerken, maar die zijn weinig sensitief of specifiek. Als je regulatoire elementen zoekt, is dat zoeken naar een speld in een hooiberg.”

Computerdata voor eiwitten

Om gerichter te kunnen zoeken naar die regulatoire elementen in het DNA maken Barakat en zijn collega’s gebruik van bioinformatica en laboratoriummethodes. Met behulp van computerdata vinden ze waar eiwitten aan het DNA binden, waar ze in het lab gebruikmaken van massive parallel reporter assays, waarmee ze grootschalig de functie kunnen testen van miljoenen elementen in het DNA.

Barakat-Perenthaler-syndroom

Dankzij die twee methodes konden de onderzoekers een atlas samenstellen voor alle regulatoire elementen voor hersenontwikkeling. Die kunnen ze als een soort filter gebruiken voor whole genome sequencing-data, waarmee ze klinisch relevante uitspraken kunnen doen. En dat is hard nodig, zegt Barakat. “Met de huidige technieken kunnen we in 30 tot 50 procent van de gevallen een diagnose stellen na analyse van het genetische materiaal van een patiënt. Dit ondanks dat we klinisch denken aan een genetische aandoening. We missen dus een groot deel, en de kans is groot dat een deel daarvan wordt veroorzaakt door afwijking van die regulatoire elementen. Zo proberen we niet alleen betere diagnostiek te bieden, maar ook betere kennis op te doen over het ontstaan van een ziekte en nieuwe targets voor een eventuele therapie te identificeren.”

“Met behulp van organoids van hersencellen en een zebravis-model konden we herleiden dat het bij Barakat-Perenthaler ging om een op zichzelf staand syndroom”

Embryoselectie

Waar 30 tot 50 procent van de genetische analyses leidt tot een diagnose, gebeurt dat in meer dan de helft van de gevallen dus niet. “Van de naar schatting 20 duizend genen weten we dat zeker 4 tot 6 duizend betrokken zijn bij een aandoening”, zegt Barakat. “Van de rest van de genen weten we nog niet of ze functioneel zijn, of bij een ziekte betrokken zijn. Toch komen we ook in deze onbekende genen mutaties geregeld tegen in de kliniek.” Een voorbeeld is de mutatie die zorgt voor het Barakat-Perenthaler-syndroom, een ernstige vorm van epilepsie. “Toen we deze afwijking in de kliniek tegenkwamen, hebben we die kennis overgeheveld naar onze onderzoeksgroep”, vertelt hij. “Met behulp van organoids van hersencellen en een zebravis-model konden we vervolgens herleiden dat het ging om een op zichzelf staand syndroom, en konden we aantonen dat de afwijking in het eerder onbekende gen de oorzaak hiervan was.” Nu de oorzaak van deze aandoening bekend is, zijn er opties voor aangedane families, bijvoorbeeld in de vorm van embryoselectie of prenatale diagnostiek.

Draagvlak

“Juist daarom is het zo belangrijk dat artsen en onderzoekers samenwerken”, vervolgt hij. “Ze zitten vaak allebei op hun eigen eiland. De beste dokter kan misschien het best klinisch zorgen voor een kind met een genetische aandoening, maar zonder de kennis van de onderzoeker is het ontdekken van nieuwe ziektebeelden en het stellen van een diagnose niet mogelijk.” Barakat ziet in zijn onderzoek veel aanknopingspunten voor de toekomst. “Ik denk dat nog wordt onderschat hoe vaak we door onderzoek naar zeldzame aandoeningen nieuwe pathways op het spoor komen. Die kunnen niet alleen van invloed zijn op de identificatie of behandeling van een zeldzaam syndroom, maar ook meer kennis opleveren over werkingsmechanismen.”

“De klinisch geneticus komt te vaak op het eind van het diagnostisch traject; als extraatje als al veel andere diagnostiek is verricht”

Mainstreamen

Beter zou het volgens Barakat zijn om vaker, zoals bij hemzelf, arts-onderzoekers de ruimte te geven om beide takken te ontwikkelen. Dat kan bijdragen aan het ‘mainstreamen’ en creëren van draagvlak voor de genetica. “De klinisch geneticus komt te vaak op het eind van het diagnostisch traject; als extraatje als al veel andere diagnostiek is verricht. Kortere lijntjes kunnen ervoor zorgen dat artsen de afdeling genetica sneller betrekken.” Dat kan er uiteindelijk voor zorgen dat patiënten sneller een diagnose krijgen, zegt Barakat. “Een diagnose heeft behandelconsequenties, of biedt counseling-opties voor familieleden. Maar bovenal is een diagnose voor de patiënt heel belangrijk, ook psychisch. Ze weten waar ze aan toe zijn en waarom ze hun klachten hebben. Alleen dat heeft vaak al een grote impact op patiënten en hun families.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man met hematurie, mictieklachten en afwijkingen in de blaas

Een 66-jarige man bezoekt de polikliniek Urologie vanwege macroscopische hematurie en mictieklachten. Hij heeft al jaren een slappe straal en moeite met helemaal leegplassen. Ook moet hij één tot twee keer per nacht plassen. Wat is uw diagnose?

‘Elk specialisme moet op zoek naar zijn eigen fietshelm-project’

Marcel Aries combineert zijn werk als intensivist met een nieuwe rol als preventie-intensivist. Hij pleit ervoor dat iedere medisch specialist zich inzet voor preventie van vermijdbare aandoeningen en letsels. “Ik zie zoveel ellende die te voorkomen is.”

‘De Nutritheker’: medicatie­gebruik terug­dringen door verbete­ring van leefstijl

Rinske Pauw verruilde de ziekenhuisapotheek voor een praktijk waarin medicatie, voeding en leefstijl samenkomen. “Het heeft me altijd geboeid hoe je door preventie mensen gezond kunt houden, met zo min mogelijk medicatie.”

‘Dokter, hoe is het met mijn frame?’

Meer dan veertig jaar stond wielerarts Jos Benders midden in het peloton om acute medische zorg te verlenen. Nu hij het stokje overdraagt, blikt hij terug op een tijd vol mooie herinneringen én uitdagingen. “Ik was als eerste arts bij geletruidrager Fabian Cancellara.”

‘Claimende en eisende patiënten maken de werk­druk onhoudbaar’

Dermatoloog Annemie Galimont stopte met haar specialisatie ‘eczeem’. Het grensoverschrijdende gedrag waar ze mee te maken kreeg, werd haar te veel. “Jij hebt een weekendje getiktokt en komt míj vertellen hoe ik mijn werk moet doen?”

Patiënten positief over doorgebruik van thuis­medicatie in het ziekenhuis

In Rijnstate mogen patiënten hun thuismedicatie doorgebruiken tijdens een opname. Claudia Heijens vertelt wat dit oplevert. “We moeten niet voor 100% het proces willen controleren, maar ook dingen los durven laten.”

Casus: vrouw met jeukende getatoeëerde wenkbrauwen

Een 69-jarige vrouw met allergisch contacteczeem en hooikoorts bezoekt uw spreekuur vanwege jeuk en zwelling van haar getatoeëerde wenkbrauwen sinds een jaar. Behalve de zwelling ziet u ook een scherp begrensde, erythemateuze plaque en schilfering. Wat is uw diagnose?

Nederlandse gezondheidszorg schiet tekort voor kwetsbare ouderen

Emiel Hoogendijk onderzocht hoe sociale isolatie en kwetsbaarheid elkaar versterken bij ouderen en geeft aanbevelingen voor aanpassingen in de gezondheidszorg die bijdragen aan ‘healthy ageing’. “De medische zorg en sociale zorg zouden beter geïntegreerd moeten worden.”

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.