DOQ

Neuroloog prof. dr. Killestein: ‘Switch bij multiple sclerose niet te snel tussen geneesmiddelen’

Hoe meer keuzemogelijkheden voorhanden zijn, hoe moeilijker het is de juiste optie te lichten. Neurologen die multiple sclerose-patiënten behandelen, weten er alles van. In de afgelopen jaren hebben zij het aantal beschikbare medicijnen fors zien groeien. “De paradox wil dat een positieve ontwikkeling ons vak ingewikkelder heeft gemaakt”, zegt Joep Killestein. “Voor de beroepsgroep is nu winst te behalen door nóg beter te weten welke middel op welk moment het best is voor welke patiënt.”

Aanvallen van MS hoeven niet acceptabel te zijn. Dit is de houding die hoogleraar multiple sclerose (MS) prof. dr. Joep Killestein in de laatste jaren heeft zien ontstaan bij artsen en patiënten. Hij is tevens neuroloog in het MS Centrum Amsterdam in Amsterdam UMC.

Neuroloog prof. dr. Joep Killestein (Fotograaf: Mark van den Brink)

Beter perspectief

“Er zijn meer medicijnen op de markt gekomen”, legt hij uit. “Krijgen we de ziekte niet rustig met het ene middel, dan kunnen we het proberen met het andere. Voor een deel van de patiënten pakt dit goed uit. Wie bijvoorbeeld op jonge leeftijd de diagnose MS krijgt, heeft een beter toekomstperspectief dan vroeger het geval zou zijn geweest.Een grote groep patiënten kunnen we lange tijd stabiel houden.”

Te mild medicatieregime

Het verbrede scala aan geneesmiddelen vergt van de behandelaar wel extra kennis, stelt Killestein. “Dit is onder meer noodzakelijk omdat we weten: des te doeltreffender de medicatie, des te groter de risico’s op bijwerkingen en complicaties. Bij iedere patiënt is het streven een evenwicht te vinden. Aan de ene kant wil je bijwerkingen vermijden, anderzijds moet je zien te voorkomen dat de ziekte vanwege een te mild medicatieregime onherstelbaar functieverlies veroorzaakt bij de patiënt.”

Naar voren schuiven

De neuroloog schetst de traditionele zorgpraktijk. “Na de diagnose beslissen arts en patiënt normaal gesproken samen welk medicijn gaat worden gebruikt. Een jaar later volgt de evaluatie. Dat gebeurt op basis van het aantal uitvalsverschijnselen dat de patiënt heeft ervaren én naar aanleiding van eventuele ontstekingen die we zien op MRI-scans van de hersenen: de voorbodes van een aanval. Is de ziekte nog steeds actief na een jaar? Dan kan worden besloten tot een ander middel. Nu het aantal beschikbare medicijnen is toegenomen, zijn we sneller geneigd het moment van de switch naar voren te schuiven.”

Minimaal drie maanden

Hij waarschuwt: “Zet niet al binnen drie maanden een punt achter de behandeling met een geneesmiddel. Met het verhoogde aanbod wordt soms wel heel laagdrempelig geswitcht. Pas na een aantal maanden kan een medicijn effectiviteit laten zien. Onze stelregel is dat je het drie tot twaalf maanden moet aankijken. Neurologen uit ons MS Centrum en andere medische centra in de regio bespreken bijvoorbeeld regelmatig het ziektebeloop tijdens een videoconferentie. Wat zien we op de actuele MRI? Is dit aanleiding van medicijn te wisselen?”

Nieuwe richtlijn

Het aanbod van MS-medicatie zal aan complexiteit blijven winnen. Daarom ontwikkelt de Nederlandse Vereniging voor Neurologie een nieuwe MS-richtlijn. Die moet neurologen helpen beter hun weg te vinden. “Naar verwachting is het document dit jaar gereed”, zegt Killestein, die deel uitmaakt van de richtlijnencommissie. “We baseren ons op Europese en Amerikaanse richtlijnen.”

Biomarkers

Wat zou over vijf jaar moeten zijn bereikt? Killestein: “Dat we voor iedere MS-patiënt kunnen voorspellen welk middel het meeste effect sorteert en tegelijkertijd veilig is. Qua personalized medicinelopen we achter bij de oncologie, waar men DNA- en RNA-profielen gebruikt om de beste behandelstrategie bij kanker te kiezen. Het MS-veld is op zoek naar biomarkers die ons de weg kunnen wijzen bij de behandeling van MS-patiënten. Neurofilament light chainstaat nu het meest in de belangstelling. Binnen het MS Centrum Amsterdam verrichten we ook veelbelovend onderzoek naar RNA-profielen in bloedplaatjes van patiënten.”

Scherper zicht

Verder hoopt Killestein dat straks nóg beter de werking van medicijnen kan worden vastgesteld. “We zouden ons dan niet alleen meer baseren op het aantal aanvallen en op afwijkingen op MRI-scans, maar ook kijken hoe de geleidelijke achteruitgang van de patiënt beter kan worden gemonitord. We willen hierop scherper zicht krijgen, zodat de ziekte beter kan worden geremd.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?

Zorgen voor en over AI bij zorgverleners

De beloftes van AI in de gezondheidszorg zijn groot. Maar AI kent ook nadelen en potentiële gevaren. Met haar theaterstuk ‘Zorgen voor AI’ wil Roanne van Voorst de discussie hierover stimuleren op de werkvloer. “In de praktijk valt de bespaarde tijd meestal tegen.”

Gelijke behandeling betekent niet altijd hetzelfde behandelen

Kinderarts Charlie Obihara schreef samen met zijn vrouw, psycholoog Dorian Maarse, het boek ‘Naar een inclusieve opleiding in de zorg’. “Als de opleiding niet meebeweegt met een steeds diverser wordende samenleving, loop je het risico dat je zorg tekortschiet.”

Aanvrager echo doet vaak geen lichamelijk onderzoek

In meer dan de helft van de gevallen hebben aanvragers van echografie vooraf geen lichamelijk onderzoek verricht. Andreea Pavel: “Wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, vraag je je af of het wel écht heeft plaatsgevonden.”