Niet-invasieve ademhalingsondersteuning bij acute COVID-19-pneumonie uitgezocht

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
19 november 2021

Voor de behandeling van COVID-19-gerelateerd acuut respiratoir falen wordt steeds vaker gebruik gemaakt van niet-invasieve ademhalingsondersteuning (NIRS). Er blijven echter vragen bestaan ​​over het nut en de veiligheid van NIRS-strategieën. In een literatuurstudie in The Lancet Respiratory Medicine staan overwegingen voor de klinische praktijk en prioriteiten voor onderzoek.

Van de 246 miljoen mensen die wereldwijd op 29 oktober 2021 met het SARS-CoV-2-virus geïnfecteerd zijn (geweest), zijn bijna 5 miljoen mensen overleden. Bij de COVID-19-patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen, was hypoxemische respiratoire insufficiëntie het overheersende kenmerk. Dat vereist vaak een aanvullende ademhalingsondersteuning bovenop de standaard zuurstoftherapie. Het is echter onbekend wat de beste behandeling is voor deze patiëntenpopulatie. Dit beleid is mede afhankelijk van de lokale beschikbaarheid van middelen en van daarvoor opgeleid personeel.

Niet-invasieve ademhalingsondersteuning

NIRS wordt routinematig gebruikt bij andere aandoeningen die gerelateerd zijn aan acute hypoxemische respiratoire insufficiëntie. Een recente meta-analyse toonde aan dat de behandeling met NIRS-strategieën gepaard ging met een lager overlijdensrisico bij volwassenen met acute hypoxemische respiratoire insufficiëntie in vergelijking met standaard zuurstoftherapie.
De eerste richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwden voor het gebruik van NIRS. De WHO verwees daarbij naar mogelijke risico’s van infectie door zorgverleners door aërosolisatie van virusdeeltjes en door de patiënt zelf toegebracht

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

,
Deel dit artikel