Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Niet opereren is ook goede zorg
Traumachirurg Detlef van der Velde wil er nog meer zijn voor zijn belangrijkste patiëntengroep: ouderen die iets breken. Hij vindt ook dat zijn vakgebied, de traumageriatrie, duidelijker in de schijnwerpers mag staan. Want alleen al het groeiend aantal heupfracturen dwingt de zorg om anders te werken.
In het Centrum voor Traumageriatrie van het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein is een botbreuk dagelijkse kost voor de zorgverleners. Tegelijkertijd is zo’n breuk vaak levensveranderend voor de patiënt, ziet Detlef van der Velde. Daar moeten zorgverleners wat hem betreft over nadenken en naar handelen. “Een gebroken heup op hoge leeftijd is vaak het begin van het einde”, stelt hij.

“Hoe gaan we in de toekomst met deze patiëntengroep om?”
Traumachirurg Detlef van der Velde
Traumageriatrie
Van der Velde benadrukt ongevraagd dat zijn werk als traumachirurg in niets lijkt op wat je ziet in spannende tv-series. “Zo’n 70 tot 80% van de patiënten die ik zie zijn ouderen”, vertelt hij. “Als ik de vraag krijg wat ik doe, dan zeg altijd dat ik me bezig hou met ouderen die iets breken. Traumageriatrie is geen sexy onderwerp, maar wel een onderwerp waarover we nu móeten nadenken.”
Volgens de arts weten hij en zijn collega’s eigenlijk nog veel te weinig van hun patiëntenpopulatie. “Waarom doen we dingen in de zorg zoals we ze doen? En hoe gaan we in de toekomst met deze patiëntengroep om? De piek van de vergrijzing moet nog komen, in 2035 zullen we 22.000 heupfracturen zien. Welke werkwijze creëren we dan samen? Ik vind dat ik me als arts over die vraag moet buigen en moet nadenken over vernieuwing.”
“Soms is de conclusie dat niet opereren het beste is”
Niet opereren
Het Centrum voor Traumageriatrie zet in op passende zorg voor kwetsbare patiënten op leeftijd. Een multidisciplinaire aanpak helpt om complicaties te voorkomen en de beste keuze te maken, samen met de patiënt. Bij heupfracturen komt de optie om niet te opereren vaak op tafel. “Wij praten uitgebreid met een oudere patiënt en soms is de conclusie dat niet opereren het beste is”, vertelt de traumachirurg. “Die conclusie trekken we omdat we de kwaliteit van zorg willen verbeteren. Ik vind dat we alles moeten afwegen en dan tegen de familie moeten kunnen zeggen ‘We helpen oma niet door te opereren’.”
Toch vindt Van der Velde dat het nog beter kan. “In een ziekenhuis maken we aannames over de behoeften van ouderen na een breuk die helemaal niet hoeven te kloppen. Omdat het om moeilijke afwegingen gaat, zouden collega-artsen graag een scoringslijst willen over wel of niet opereren. Maar zo eenvoudig is het niet. We moeten de patiënt beter leren kennen, de tijd nemen om over iemands wensen te praten.”
“De zorgketen intrigeert mij enorm”
Verpleeghuis
Zelf probeert Van der Velde een beter beeld te krijgen van het dagelijks leven van hulpbehoevende ouderen. Zo gaat hij soms langs bij zijn oudere patiënten in het verpleeghuis in plaats van dat zij naar het ziekenhuis komen voor een consult. “Dat doe ik gewoon na mijn werk en op de fiets”, vertelt hij laconiek. “Het scheelt een patiënt en een familielid een halve dag en het kost mij twintig minuten. De zorgketen intrigeert mij enorm. Mijn patiënten hebben een leven voor de breuk, dan zijn ze twee, drie of vier dagen bij ons en dan is er andere zorg nodig. Vaak volgt een opname in het verpleeghuis.” Kennis over de zorgketen vindt de traumachirurg ook van belang voor het werk in de traumageriatrie. “We kunnen dan als ziekenhuis het ontslag van onze patiënten op de juiste manier aanpakken.”
Inzamelingsactie
Hoewel de aandacht voor het niet opereren van een heupfractuur groeit, komt de aandacht voor traumageriatrie er niet vanzelf, merkt Van der Velde. “Er zijn geen patiëntenverenigingen en grootschalige inzamelingsacties voor ouderen die iets breken. Nou ja, het begint een beetje te komen. We hebben sinds kort de stichting Traumageriatrisch Onderzoek Nederland, TON. Jonge dokters en promovendi hebben met fietsen en lopen al wat geld ingezameld voor onderzoek.”


