Het nieuwe brein van de dokter: ‘Anders omgaan met kennis verbetert het klinische handelen’

mm
Lennard Bonapart
Redactioneel,
8 januari 2018

Tijden veranderen, en daarmee ook de manier waarop artsen hun kennis het beste op peil kunnen houden. Erik-Jan Vlieger beschrijft in zijn boek ‘Het nieuwe brein van de dokter’ hoe zorgprofs betere zorg kunnen leveren door effectief en eigentijds gebruik te maken van de enorme hoeveelheid aan (nieuwe) wetenschappelijke kennis. Daarvoor ziet hij een belangrijke rol voor big data. “De uitkomst van alle behandelingen meten en vergelijken, is een fantastische manier om de zorg te verbeteren.”

Het is mogelijk om als arts betere zorg te leveren door gebruik te maken van big data, door protocollair werken en door klinische netwerken, zo stelt Erik-Jan Vlieger in zijn boek ‘Het nieuwe brein van de dokter’. Hierin beschrijft hij manieren waarop de ‘moderne’ arts slim gebruik kan maken van nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Naast geneeskunde studeerde Erik-Jan Vlieger Natuurkunde en deed hij promotieonderzoek in Leiden. Vlieger wilde echter geen radioloog worden; hij zag meer in de corporate wereld. Na zijn studies werkte hij als adviseur bij Plexus waar hij uiteindelijk managing partner werd, totdat Plexus samenging met KPMG. Daar bekleedde hij de functie van Head of Health. Na zijn corporate carrière richtte Vlieger ‘Alii’ op. Een klein bedrijf in Amsterdam, waarmee hij samen met Richard Osinga ervoor zorgt dat de laatste wetenschappelijke kennis de weg vindt naar de klinische praktijk.

Gezondheidswinst
Vlieger: “Uit een onderzoek van 15 jaar geleden blijkt dat het handelen van de arts tot wel 17 jaar achterloopt op de medisch-wetenschappelijke literatuur. Er ontstaat veel gezondheidswinst in 17 jaar. Kijk bijvoorbeeld naar borstkanker. In de afgelopen 25 jaar is het sterftecijfer gehalveerd. Dat soort kwaliteitsverbetering zit dus verstopt in de wetenschap.” In zijn boek Het nieuwe brein van de dokter laat hij zien hoe artsen die kennis beter kunnen toepassen. “Je moet daarvoor zo veel mogelijk protocollair werken”, stelt hij. “Tevens speelt de digitalisering een belangrijke rol. De manier waarop we nu de kennis uit het hoofd leren, richtlijnen schrijven en die dan landelijk verspreiden is gebaseerd op het kennisniveau van de jaren ‘90. Door een andere omgang met kennis, kunnen wij het klinische handelen van de artsen verbeteren.”

Slimmer extern geheugen
Kennis is volgens Vlieger tijdelijk. “Waar wij vroeger dachten dat een maagzweer geopereerd moest worden, weten we nu dat je het met antibiotica kunt oplossen. Je kennis op peil houden, betekent steeds meer leunen op het geheugen van een computer. Dit betekent wat mij betreft niet dat een computer de arts zal vervangen. Maar dat je een arts in zijn werk kunt helpen met een slimmer extern geheugen. Daarnaast helpt een collectieve manier omgaan met kennis, de dokters zullen dat zelf moeten neerzetten. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor beter gebruik van big data. De zorg verbetert wanneer je de uitkomsten van operaties registreert. Je zou zo ook de uitkomst van alle behandelingen moeten meten en vergelijken. Het blijkt een fantastische manier om de zorg te verbeteren.” In zijn boek geeft Vlieger een aantal voorbeelden. “Door het gebruik van antibiotica bij blaasontsteking te registreren in de huisartsenpraktijk, kwam bijvoorbeeld het bedrijf Pacmed tot de ontdekking dat oudere patiënten beter andere antibiotica kunnen krijgen dan het standaard antibioticum. Meten is weten, en veel nieuwe kennis zit verstopt in de gegevens van patiënten.”

Minder variëren
“Een arts heeft veel aan mijn boek”, zegt Vlieger. “Hij leert hoe vluchtig hetgeen is dat hij tijdens de studie leerde. En dat ons model niet meer past in het huidig kennisniveau. Dat vraagt om een mindset-verandering. Artsen houden niet van standaardisatie, maar uit onderzoek blijkt dat het superstrak volgen van protocollen de beste zorg oplevert. Bovendien, variatie in het handelen maakt het ondersteunend laten zijn van ICT een stuk moeilijker. Minder variëren betekent lagere administratieve lasten, veel makkelijker genereren van big data en op termijn dus een verbetering van de zorg.”

Klinische netwerken
Vlieger tot slot: “Ik werk nu zelf aan de oprichting van een aantal klinische netwerken waarin dokters kunnen samenwerken. Ik hoop dat die ontwikkeling uiteindelijk de zorg verbetert. Dat zou mijn gaafste uitkomst zijn!”

Bekijk het filmpje over anders omgaan met kennis>>

Auteur: Lennard Bonapart, Medisch Journalist

 

, , , , , ,
Deel dit artikel