DOQ

Nieuwe operatie­techniek herstelt cholesteatoom in één keer

Een cholesteatoom komt na chirurgische verwijdering vaak terug. Uit onderzoek van KNO-arts Hylke van der Toom bleek dat bij het gebruik van een nieuwe operatietechniek het aantal patiënten dat een heroperatie nodig heeft van 35% naar 8% daalt.

Hylke van der Toom onderzocht in het Erasmus MC het effect van de nieuwe, in België ontwikkelde operatietechniek, die bekend staat onder de naam mastoïdobliteratie. Het belangrijkste verschil met de traditionele operatie is dat de chirurg de ruimte in het oor, achter het trommelvlies, opvult met verpulverd (kunst)bot. Hierdoor wordt zowel het bij de operatie geboorde gat gedicht als ook een deel van de luchthoudende compartimenten in het bot rond het middenoor.

“Door de luchtkamers vol te stoppen met botmateriaal is de kans op onderdruk kleiner”

KNO-arts Hylke van der Toom

Onderdruk

Van der Toom legt uit wat er bij een cholesteatoom misgaat: “Het trommelvlies bestaat uit huidcellen die, net als de rest van de huid, continu vervangen worden. Normaal verlaten de loskomende huidschilfers met het oorsmeer het oor. Maar soms groeit het trommelvlies naar binnen en hopen de huidcellen zich achter het trommelvlies op waardoor ze geen kant op kunnen. De zich ophopende cellen zetten de structuren in het oor onder druk, waardoor op den duur schade aan de gehoorbeentjes ontstaat; in een later stadium soms zelfs tot de aangezichtszenuw aan toe. Een operatie is de enige remedie.”
Waarom het trommelvlies naar binnen groeit is niet bekend, hoewel er enkele theorieën zijn die te maken hebben met onderdruk achter het trommelvlies. Van der Toom: “Een slecht functionerende buis van Eustachius kan onderdruk veroorzaken. Dat is bijvoorbeeld het geval bij mensen met een hazenlip of het syndroom van Down. Een andere theorie gaat uit van een verstoorde gasuitwisseling in het bot van het middenoor. Rond de luchtkamers in het bot lopen bloedvaatjes. Bij mensen die heel veel bloedvaatjes hebben, raakt de uitwisseling van O2 en CO2 verstoord, waardoor eerder een onderdruk ontstaat.”
De laatste theorie, over de gasuitwisseling, verklaart mogelijk waarom de mastoïdobliteratie tot minder recidieven leidt. “Door de luchtkamers vol te stoppen met botmateriaal, kan er minder gasuitwisseling plaatsvinden en is de kans op onderdruk kleiner”, aldus Van der Toom.

“Na een follow-up van gemiddeld 5 jaar, bleek het aantal recidieven in de mastoïdobliteratie-groep 7,6% tegenover 34,9% in de andere groep”

Onderzoek

Tijdens zijn onderzoek had de KNO-arts de beschikking over een cohort van 337 patiënten met een cholesteatoom. Een deel kreeg een mastoïdobliteratie en een deel een klassieke operatie. Na een follow-up van gemiddeld 5 jaar, bleek het aantal recidieven in de mastoïdobliteratie-groep 7,6% tegenover 34,9% in de andere groep.
In zeldzame gevallen krijgt de patiënt na de operatie een wondinfectie. Dit gebeurde in beide studiegroepen even vaak. “Deze oorontsteking is een mogelijke oorzaak voor een deel van de recidieven bij de mastoïdobliteratie-groep aangezien het nieuwe bot als gevolg van de ontsteking op kan lossen. Daarnaast is het laten zitten van een klein deel van het cholesteatoom ook een reden voor een residu.” De onderzoekers vonden geen significante verschillen met betrekking tot het postoperatieve antibioticagebruik of de audiologische uitkomsten.

“Ik ga ervan uit dat de nieuwe techniek de klassieke operatie volledig zal verdringen”

Minder operaties

Een mastoïdobliteratie is geen gemakkelijke ingreep, zegt van der Toom. “Het klinkt heel eenvoudig maar de operatie duurt 5-6 uur tegenover 3-4 uur voor de traditionele operatie. Een lastig aspect is het afsluiten van het middenoor zodat hier geen botstof in valt.” Hoewel de techniek langduriger is, leidt ze uiteindelijk toch tot een verminderde druk op de OK-capaciteit. Jaarlijks opereren de KNO-artsen 1600 Nederlanders aan een cholesteatoom. Omdat zo’n 70% van de recidieven binnen een jaar optreedt, worden de patiënten samen 2500 keer geopereerd. Dankzij de mastoïdobliteratie zal het aantal heroperaties veel minder zijn. “De mastoïdobliteratie is in Nederland flink in opkomst. Ik ga ervan uit dat de nieuwe techniek de klassieke operatie volledig zal verdringen”, besluit Van der Toom.

Referentie: Van der Toom HFE. Outcome of cholesteatoma surgery: Obliteration versus non-obliteration techniques. Proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam. 2023.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”