Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Nieuwe regionale aanpak voor slokdarm- en maagkankerzorg
Vier slokdarm- en maagchirurgen uit het Delftse ziekenhuis Reinier de Graaf en het Leidse LUMC zijn het Regionaal Expertise Centrum Upper-GI gestart. Het centrum richt zich op hoogcomplexe zorg voor patiënten met slokdarm- en maagkanker. De chirurgen werken al enkele jaren informeel samen en willen nu de kwaliteit van zorg verder verbeteren door kennis, ervaring en capaciteit te bundelen. Upper-GI chirurgen Wobbe de Steur (LUMC) en Stijn van Esser (Reinier de Graaf) geven uitleg.
Aanleiding voor de intensievere samenwerking is dat de incidentie van maagkanker in Nederland afneemt, waardoor minder operaties nodig zijn. Dat heeft gevolgen voor ziekenhuizen in verband met de volumenormen in het Integraal Zorg Akkoord (IZA): de minimale aantallen ingrepen per ziekenhuis voor specialistische operaties. Dat was ruim acht jaar geleden aanleiding voor slokdarmchirurgen uit de twee ziekenhuizen om met elkaar in gesprek te gaan. “In Delft vond maag- en slokdarmchirurgie plaats. Onze volumenorm stond op twintig resecties, maar dat aantal haalden we niet meer”, vertelt Van Esser. “Onze oncologisch chirurg Jan Willem Dekker is in Leiden opgeleid en had daar nog contacten. Dus de samenwerking kwam snel tot stand. In Delft wilden we maagchirurgie blijven doen. De chirurgen in het LUMC wilden in die tijd minimaal invasieve operaties gaan doen, die wij in Delft al enige tijd deden. We hebben met elkaar afspraken gemaakt hoe we dat alles konden organiseren.”

“Niet meer elke chirurg kan elk maag- of slokdarmprobleem oplossen”
Upper-GI chirurg Stijn van Esser
Dichtbij als het kan
De Steur, die samen met zijn Leidse collega Henk Hartgrink binnen het nieuwe expertisecentrum werkt, laat weten dat de twee ziekenhuizen al enkele jaren alle relevante patiënten in een regionaal MDO (multidisciplinair overleg) bespreken. Een deel van de patiënten uit Den Haag ging naar Delft en een deel naar Leiden. Ook patiënten uit Gouda werden verwezen naar het LUMC. Met de komst van het expertisecentrum zullen alle slokdarmkankeroperaties voortaan in het LUMC worden uitgevoerd, ook de operaties die nu nog in Reinier de Graaf plaatsvinden. “De voor- en natrajecten van de patiënten van Reinier de Graaf blijven wel in Delft. In het expertisecentrum vindt de zorg plaats voor al deze patiënten, dichtbij als het kan en verder weg als het moet.”
Van Esser noemt het een win-winsituatie. De upper-GI teams in de ziekenhuizen bestaan nu uit vier chirurgen in plaats van twee. “Het vak van chirurg is zo ver gespecialiseerd dat niet meer iedereen elk maag- of slokdarmprobleem kan oplossen, of alle patiënten kan helpen die met een acuut probleem in het ziekenhuis komen. Nu kunnen we de diensten meer verdelen onder elkaar. Met name in vakantieperiodes is dat erg prettig. En omdat wij elkaar al kennen is er wederzijds vertrouwen over de zorgverlening.”

“Wij kunnen snel duidelijkheid geven over het behandelplan en starten met de behandeling”
Upper-GI chirurg Wobbe de Steur
Verder verbeteren
Zowel het LUMC als het Reinier de Graaf staan al hoog aangeschreven wat betreft maag- en slokdarmzorg. “En met ons vieren kunnen we de kwaliteit verder verbeteren”, vult De Steur aan. “Zo kunnen we nu waarborgen dat een slokdarmoperatie altijd plaatsvindt met twee chirurgen. In het LUMC vond voorheen vooral open chirurgie plaats, in het Reinier de Graaf meer laparoscopisch oftewel minder invasief. We hebben zo’n drie jaar de tijd genomen om dit langzaamaan met elkaar te integreren. De kwaliteit van zorg is daarbij gelijk gebleven.”
Vanaf nu zijn Van Esser en zijn Delftse collega Dekker twee dagen per week in het LUMC. Zij werken dan op een speciale poli voor bovenbuik- en slokdarmklachten. In de ochtend worden patiënten besproken in het MDO en ’s middags komen zij op de poli om het behandelplan te bespreken. Daarnaast opereren zij beiden in het LUMC patiënten met slokdarm- of maagkanker.
Meerwaarde
Ook landelijk is er overleg tussen slokdarmchirurgen. Zij komen twee keer per jaar bij elkaar om ontwikkelingen te bespreken, waaronder ook de gevolgen van de opgelegde IZA-normen. “Elders in het land moeten ziekenhuizen capaciteit inleveren, dus dat heeft soms grote gevolgen voor specialisten”, weet De Steur. “Gelukkig kennen wij elkaar binnen ons expertisecentrum al langere tijd. Ik ging bijvoorbeeld al mee-opereren in Delft. We kunnen het goed vinden met elkaar en kunnen alles bespreken. Dat is belangrijk voor goede samenwerking. En voor de patiënt heeft dat meerwaarde. Die wil zo snel mogelijk weten waar hij of zij aan toe is. Hoewel de capaciteit binnen de zorg overal onder druk staat, kunnen wij binnen ons expertisecentrum toch snel duidelijkheid geven over het behandelplan en starten met de behandeling.”
Van Esser noemt nog een punt van meerwaarde: “Bij voldoende operatiecapaciteit en goede planning zien patiënten dezelfde chirurg op de poli en in de operatiekamer. Ik denk dat zij dat heel prettig vinden.”
Kees Vermeer
