DOQ

Omzetten naar een biosimilar? De informatievoorziening staat voorop!

 

Poliklinisch apotheker en wetenschappelijk onderzoeker Renske Hebing, MSc, van Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie in Amsterdam, bespreekt in dit interview met DOQ.nl het omzetten van een ‘bio-originator’ naar een biosimilar. De juiste keuze kan een verlaging in de zorgkosten opleveren. “Het is daarbij wel belangrijk om de patiënt goed in te lichten en ook om het gehele team goed op één lijn te krijgen.”

Hebing: “Biologicals kosten gemiddeld per patiënt zo’n 15.000 euro per jaar. Het gaat om veel geld dus voor de verzekeraar en de afdeling reumatologie is dit een belangrijk dossier. Wanneer een product uit patent gaat, wordt het echt interessant, financieel gezien. Bij dure producten kun je dan kijken naar alternatieven zoals biosimilars. Deze zijn compleet gelijkwaardig aan een biological dat geen patent meer heeft. Nu zijn op de Nederlandse markt in de reumatologie de biosimilar van etanercept, infliximab en rituximab beschikbaar. De biosimilar van adalimumab is onderweg.” Dit heeft daarmee marktwerking en dus lagere kosten tot gevolg, doordat biologicals en biosimilars gelijkwaardig en dus uitwisselbaar zijn.

Monopoliepositie
Met de zorgverzekeraar en producenten van biologicals en biosimilars worden afspraken gemaakt over het leveren van de medicatie en de bijbehorende zorg. Elk centrum kiest op basis van deze onderhandelingen welke biosimilars en biologicals zij zullen leveren. Bij beschikbaarheid van meerdere producten werkt de onderhandeling sterker door. En bij producten waarvan maar 1 soort is, een monopoliepositie, zie je andere financiële effecten.

Omzetten
Hebing: “Bij een van de biologicals was het snel duidelijk dat we voor de biosimilar moesten gaan. De veiligheid en effectiviteit zijn gelijk, dus volgde de doorslag op prijs. Je moet dan iedereen ‘omzetten’, mensen krijgen geen ‘nieuw’ geneesmiddel, maar een andere verpakking. Wat voor ons heeft geholpen om het ‘omzetten’ te bewerkstelligen, is dat we optreden als een team waarin reumatologen, apothekers, apothekersassistentes en verpleegkundigen hetzelfde verhaal vertellen naar de patiënt toe, dat is belangrijk. Het gaat uiteindelijk om die patiënt, die je zo goed mogelijke zorg wil bieden. Dat betekent ook dat je meer patiënten kan behandelen met dure medicatie als de prijs van die medicatie daalt. Macro-economisch verandert het budget echter niet of nauwelijks. Het is belangrijk dat een reumatoloog open en eerlijk omgaat met de patiënten. Maar zorg dan wel dat de patiënt genoeg tijd heeft om even rustig na te denken. ”

Ervaring
De informatievoorziening naar de patiënt staat volgens Hebing voorop, de reumatoloog kan daarvoor terecht bij een apotheker van het ziekenhuis. Hebing: “Laat je als reumatoloog goed informeren. Wanneer producten op de markt komen, kijken o.a. het CBG en de EMA of er verschillen zijn, of het veilig en effectief is en of vervolgens een product geregistreerd mag worden. De beroepsgroep zelf formuleert daarnaast ook een standpunt, evenals initiatiefgroepen zoals de Biosimilars Nederland en soms ook patiëntenverenigingen. Weeg het af en maak met het ziekenhuis uniforme afspraken.”

“De biosimilars als zodanig zijn nog wel korter op de markt. Ervaring met het stofje heb je vanuit de ‘originator’, maar bij de biosimilar zit in sommige gevallen bijvoorbeeld een andere prikpen. Hebing: “Bij de pen van etanercept druk je achterop het knopje. Bij de pen van de etanercept van de andere fabrikant hoeft dat niet, het gebruik is dus iets anders.”

Er is inmiddels een Register opgezet om meer te weten te komen over de verschillende batches. Hebing: “Stel dat er een probleem is met een batch van een biological, dan wil je dat snel weten. Daarom hebben we zelf de Reade Reumatologie Register opgezet. We verzamelen informatie over werkingen en bijwerkingen en effecten, om veiligheid en effectiviteit te kunnen borgen. Ik vind het bijzonder dat er geluiden zijn dat we dit alleen voor biosimilars zouden moeten doen. Ze zijn immers gelijkwaardig aan de bio-originator. Volg je het ene product, dan moet je dat ook bij de andere doen. Hoeveel ervaring er ook is in de fabricage en klinisch. Het is wellicht psychisch en marketingtechnisch ingegeven, maar niet altijd even terecht. Het komt niet op de markt, als niet alles in orde is.”

Zorgkosten
Het is volgens Hebing een positieve ontwikkeling dat er biosimilars zijn: “Je kunt de zorgkosten en daarmee wellicht op de lange termijn de totale maatschappelijke kosten reduceren. Je kunt dan meer patiënten voor datzelfde bedrag behandelen. Vraag als reumatoloog dus een keer een demo-pen aan, en probeer het product. Ga ermee aan de slag. Als we dit niet doen, wordt de zorg zo duur dat we patiënten nee moeten verkopen!”

AUTEUR: LENNARD BONAPART, MEDISCH JOURNALIST
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oudere dame met opvallende moedervlek

Een 75-jarige dame komt op uw spreekuur om een nieuw ontstane, opvallende moedervlek op het bovenbeen te laten onderzoeken. Ze heeft er geen last van, maar vraagt zich af of het kwaad kan. Wat is uw diagnose?

Morele stress te lijf gaan door in actie te komen

In haar boek De dappere dokter behandelt huisarts, coach en auteur Marga Gooren morele en emotionele stress in het dokterschap. Ze biedt ook handvatten en oefeningen om daar iets aan te doen. “Mijn boodschap is dat je wél in actie kunt komen.”

Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie

Voor passende zorg is het overbruggen van taalbarrières essentieel. Hoe je dat doet, is te vinden in de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. Jako Burgers: “Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden.”

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.