Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Onderwijs voor co-assistenten: ‘De dokters van morgen’
Valeria Bernal López werkt sinds anderhalf jaar als anios in Meander Medisch Centrum met het doel om chirurg te worden. Toen ze ontdekte dat er geen vast onderwijssysteem in haar regio was voor co-assistenten – en dat dat landelijk ook niet bestaat – besloot ze zelf een onderwijsprogramma op te zetten. Dit introduceert ze nu ook in andere regio’s. “Zo krijgen co-assistenten binnen verschillende ziekenhuizen hetzelfde onderwijs.”
Valeria Bernal López kwam vanuit Spanje naar Groningen-stad om geneeskunde te studeren. Daarna begon ze als anios chirurgie in Enschede. “In Enschede was het onderwijs voor co-assistenten best goed geregeld”, zegt ze. “Toen ik in het Meander in Amersfoort ging werken, bleek dat er daar helemaal geen onderwijs was voor co-assistenten. Ziekenhuizen bepalen de vorm en inhoud namelijk helemaal zelf: universiteiten stellen geen centrale eisen aan onderwijs voor co-assistenten. Een ander aspect dat de kwaliteit per ziekenhuis beïnvloedt is dat het onderwijs op vrijwillige basis wordt gegeven. Het gebeurt vaak door specialisten die er een deel van hun vrije tijd of werktijd voor opofferen. De animo kan daardoor per ziekenhuis verschillen.”

“Er zijn genoeg mensen die het onderwijs willen geven, je moet ze alleen vinden”
Anios chirurgie Valeria Bernal López
Open deur
Bernal López nam daarom de handschoen op en zette zelf een onderwijsprogramma op poten. Want het belang van onderwijs voor co-assistenten is niet te onderschatten, stelt ze. “Het is eigenlijk een open deur, maar de co-assistenten van nu zijn de dokters van morgen. En onderwijs is het fundament onder hun werk. Als dat niet goed staat, functioneren zij straks ook minder goed. Ik heb daarom geprobeerd met mijn onderwijsprogramma de co-assistenten zo goed mogelijk te ondersteunen. Per specialisme, maar ook in het algemene deel van het onderwijs.” Bernal López zocht toestemming via de opleider van de co-assistenten van het Meander en de mastercoördinator van de studie geneeskunde van het UMC om haar missie uit te voeren en ging aan de slag. Binnen enkele weken wist ze zowel een compagnon te vinden, Wendy van Gameren (aios interne geneeskunde), als een lesprogramma voor het eerste halve jaar op te zetten in samenwerking met twaalf welwillende specialismen. “Ik denk dat er binnen ieder ziekenhuis mensen zijn die onderwijs willen geven. Je moet ze alleen aanspreken en de mogelijkheid geven om in actie te komen. Binnen het Meander bleek dat niet zo moeilijk; mensen waren super enthousiast om mee te doen.”
Reflectie
Bernal López stelde tijdens het opzetten van haar onderwijsprogramma de ervaring van co-assistenten centraal. “Ze mogen vaak meelopen maar niet echt moeilijke dingen doen. Co’s kunnen niet op echte patiënten oefenen met de lastigere gesprekken over levensingrijpende situaties of bijvoorbeeld moeilijke hechtingen. Daarom zorg ik er met mijn programma voor dat ze ook deze situaties buiten de kliniek om vaak genoeg hebben kunnen oefenen. Zo zijn ze hier later klaar voor als basisarts, wanneer ze in dit soort situaties niet meer kunnen leunen op andere collega’s. Het is dus een kwestie van oefenen, maar ook reflecteren. Als je niet de mogelijkheid hebt tot reflectie, wordt je leerproces een proces van alleen maar passief meedoen zonder zelf na te denken en te reflecteren. Je loopt dan wel mee, maar leert veel minder.”
Praktijkvoorbeelden
Om die lastige zaken onder de knie te krijgen is in het lesprogramma dan ook veel plaats voor casuïstiek, aldus Bernal López. “In interactieve middagen trainen we klinisch redeneren en handelen bij acute situaties. Daarnaast geven docenten hechtlessen, ABCDE- en ATLS-trainingen, en zet Wendy van Gameren vanuit de interne geneeskunde senior co-assistenten in als ‘bedside teachers’. Onze docenten komen tijdens de les met voorbeelden uit hun eigen praktijk. Door die samen met anderen te bespreken, onder leiding van een arts-assistent in plaats van een specialist, ontstaat er laagdrempeliger en meer interactief onderwijs waarin ook veel geoefend wordt. Want de theorie is er wel, maar je leert iets pas als je het doet.”
“Co-assistenten voelen zich meer op hun gemak bij een arts-assistent dan bij een specialist”
Aanhaken
De co-assistenten in het Meander geven aan dat ze blij zijn met Bernal López’ programma en dat het leren hierin beter gaat. Ze leren nadenken, leren hoe ze hun kennis moeten toepassen in de kliniek en leren dat ze per patiënt en per klinische presentatie moeten nadenken wat zinvol is. “Ze voelen zich bovendien bij een arts-assistent meer op hun gemak dan bij een specialist, waaraan ze toch minder gemakkelijk vragen durven te stellen. En het helpt ook dat ze elkaar onderling leren kennen. Op die manier ontstaat een community met meer overleg en onderlinge vraagstelling. Zo leer je dus van elkaar.”
Het programma binnen het Meander staat op poten en inmiddels is Bernal López ook bezig om het in andere regionale ziekenhuizen op de rails te zetten. “Zo krijgen co-assistenten binnen verschillende ziekenhuizen hetzelfde onderwijs. Dat is handig omdat co-assistenten rouleren tussen de ziekenhuizen. Ze kunnen dan in een ander ziekenhuis gelijk weer aanhaken op het programma.”


