Onderzoek met krachtige MRI-scanner biedt nieuwe inzichten bij tinnitus

mm
redactie
Redactioneel,
9 maart 2020

Onderzoekers van het Maastricht UMC+ hebben recent ontdekt dat specifieke hersenstructuren bij mensen met tinnitus anders lijken samen te werken dan bij mensen zonder oorsuizen. Goede voorlichting blijft essentieel voor preventie en behandeling.

Tinnitus is een aandoening waar zo’n 1,5 miljoen Nederlanders last van hebben. Bij een kleine groep mensen (3 tot 5 procent) zijn de klachten ernstig en leiden ze tot frustratie, onrust, slaapproblemen, en soms ook tot angstige gevoelens, depressieve klachten of het vermijden van sociale contacten. Wat een eenvoudige klacht lijkt (‘een piep in mijn oor’), is dus eigenlijk een complex probleem.

(Bron: Pixabay)

Oplossing op maat

Klinisch fysicus-audioloog Erwin George”De ene piep is ook de andere niet”, zegt Erwin George, klinisch fysicus-audioloog bij het Maastricht UMC+. “Van een en hetzelfde geluid heeft de een helemaal geen last, terwijl iemand anders er helemaal stapelgek van wordt. In ons brede tinnitusteam proberen we uit te zoeken hoe dat komt.” Daarom is de vereiste behandeling ook voor iedereen verschillend. In sommige gevallen is een uur specifieke uitleg genoeg om beter te leren omgaan met de klachten, in andere is juist uitgebreide individuele zorg nodig is, bijvoorbeeld bij slaapproblemen. George: “We zoeken altijd naar een oplossing op maat.”

Krachtige MRI-scanner

Nieuwe technieken kunnen helpen om tinnitus beter te doorgronden. Onderzoekers van het Maastricht UMC+ gebruiken daarvoor een MRI-scanner die behoort tot de allerkrachtigste ter wereld en staat bij Scannexus op de Brightlands Maastricht Health Campus. George: “Deze hebben we ingezet om de hersenen van mensen met tinnitus te onderzoeken en te vergelijken met de hersenen van mensen zonder tinnitus. Doordat de scanners zo’n sterk magneetveld gebruiken, kunnen we het brein zeer nauwkeurig bekijken.” De resultaten bij een kleine groep van zes mensen laten zien dat specifieke hersenstructuren bij tinnitus anders lijken samen te werken dan bij mensen zonder de aandoening. “Dat biedt weer nieuwe inzichten en draagt bij aan een toekomstige behandeling op maat”, zegt George. In het wetenschappelijk tijdschrift NeuroImage: Clinical zijn de onderzoeksresultaten recent gepubliceerd.


Meer info, zie de website van de afdeling KNO van het Maastricht UMC+.

Bron: Maastricht UMC+
, ,
Deel dit artikel