DOQ

Onderzoek naar gevolgen coronapandemie voor kinderen

Kinderen ervaren lichamelijk gezien weinig tot geen negatieve gevolgen van de coronapandemie, maar de mentale en psychische gezondheid van hen is wel in het geding. Want hoe gaan ze om met bijvoorbeeld de sociale beperkingen van een lockdown? Onderzoek moet dit uitwijzen.

Experts maken zich zorgen over de psychische gevolgen van de coronapandemie voor kinderen en jongeren. Met een subsidie van ZonMw gaat een multidisciplinair team van deskundigen dit onderzoeken. “We weten nog veel te weinig van de gevolgen van de coronapandemie voor kinderen. Maar het is heel belangrijk om eventuele risico’s en problemen te signaleren, zodat we jongeren die in de knel komen door een lockdown en andere maatregelen kunnen helpen”, aldus Arne Popma, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie van Amsterdam UMC.

(Foto: Pixabay)

Samenwerking

Met een ZonMw-subsidie van € 500.000,- kan de huidige situatie in kaart gebracht worden. Vier grote academische kinder- en jeugdpsychiatrie centra (Amsterdam, Leiden, Nijmegen en Groningen), twintig jeugdzorgcentra zullen samen de effecten op korte en lange termijn van de coronapandemie onderzoeken. Ook twee grote langlopende populatiestudies (Nederlands Tweelingenregister, NTR, en KLIK: Kwaliteit van Leven in Kaart, over psychosociaal functioneren en symptomen van kinderen die zijn behandeld in een ziekenhuis) én jongeren zelf dragen bij aan dit onderzoek.

Tinca Polderman (projectleider DREAMS), leidt het project vanuit het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC: ”De recente lancering van het DREAMS cohort, waarin data van vier psychiatrische centra worden samengebracht, én de samenwerking met de jeugdzorgcentra, zorgt ervoor dat we ons kunnen richten op kinderen uit heel Nederland.” Deze coronapandemie is een nieuwe situatie voor kinderen en jongeren. Deze subsidie van ZonMw biedt een mooie kans om de huidige situatie, na de eerste coronagolf en intelligente lockdown, te inventariseren.

Jongeren denken mee

“Vooral voor kinderen en adolescenten met bestaande sociale, psychologische en/ of psychiatrische problemen is dit belangrijk onderzoek. We maken ons zorgen over de negatieve effecten, maar we krijgen ook signalen dat bij deze groep kinderen de mentale problemen, als angst en woede soms lijken te verminderen. Met deze studie kunnen we cijfers dwars door de verschillende jeugdsectoren heen verzamelen. En we gaan zowel de vragen als resultaten met jongeren samen uitwerken. Als er één groep is die kan meedenken over oplossingen, dan zijn het de jongeren zélf. Zij worden nog veel te weinig gehoord.”

De kracht van dit project zit hem in de samenwerkingen tussen de kinder- en jeugdpsychiatrie, jeugdzorg en grote langlopende populatiestudies. Meike Bartels, hoogleraar Genetica en Welbevinden aan de VU , benadrukt dat Het Nederlands Tweelingen Register de ontwikkeling van kinderen in Nederland al meer dan 35 jaar volgt. “Zodoende kunnen deze data een goed beeld geven van mogelijke veranderingen in mentale gezondheid en welbevinden van Nederlandse kinderen voor, tijdens, en na de coronacrisis.”


Het onderzoek gaat half oktober van start. In de loop van volgend jaar worden de eerste resultaten verwacht.

Bron: Amsterdam UMC
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oudere dame met opvallende moedervlek

Een 75-jarige dame komt op uw spreekuur om een nieuw ontstane, opvallende moedervlek op het bovenbeen te laten onderzoeken. Ze heeft er geen last van, maar vraagt zich af of het kwaad kan. Wat is uw diagnose?

Morele stress te lijf gaan door in actie te komen

In haar boek De dappere dokter behandelt huisarts, coach en auteur Marga Gooren morele en emotionele stress in het dokterschap. Ze biedt ook handvatten en oefeningen om daar iets aan te doen. “Mijn boodschap is dat je wél in actie kunt komen.”

Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie

Voor passende zorg is het overbruggen van taalbarrières essentieel. Hoe je dat doet, is te vinden in de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. Jako Burgers: “Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden.”

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.