Onderzoeker Jos Dobber: ‘Artsen kunnen motiverende gespreksvoering toepassen als gedragsverandering bij een patiënt niet vanzelf gaat’

mm
Astrid van den Hoek
Redactioneel,
2 juli 2020

Jos Dobber is onderzoeker binnen het lectoraat Integratie psychiatrische en somatische zorg van de Hogeschool van Amsterdam (HVA). Als ‘buitenpromovendus’ bij het Amsterdam UMC(locatie AMC) onderzocht hij hoe motiverende gespreksvoering patiënten kan helpen een gezonde leefstijl aan te nemen. 

Niet waarschuwen dat iets slecht is en met argumenten komen waarom, maar luisteren naar wat een patiënt ondanks die valide argumenten tegenhoudt en de patiënt helpen zichzelf te overtuigen van nut en noodzaak van de nieuwe leefstijl. Dat is kortweg de essentie van motiverende gespreksvoering (afgekort MI, van Motivational Interviewing). “Het komt uit de verslavingszorg”, vertelt onderzoeker Jos Dobber. “Het is echter ook daarbuiten bruikbaar; steeds meer gebieden onderzoeken we op toepasbaarheid.” Een therapie of methode wil Dobber het niet exact noemen. “Ik zie het als een gespreksinterventie, een doelgerichte manier om iets te bereiken. Het is vooral een middel dus, iets wat artsen kunnen toepassen als gedragsverandering niet vanzelf gaat.”

“Mensen denken soms dat ze die gedragsverandering niet kunnen. Dan helpen argumenten niet, maar draait het om het waarderen van de kleine stapjes die ze zetten”

Geen feiten en cijfers

Als voorbeeld vertelt Dobber over zijn onderzoek rond stoppen met roken. Een deel van de groep rokers die met een hartinfarct in het ziekenhuis belandt, besluit uit zichzelf op dat moment om te stoppen met roken. “Bij de groep die op dat moment niet stopt, moet je misschien op een later moment MI toepassen om dat doel te bereiken.” 
Want ja, beaamt Dobber, als arts kun je na zo’n infarct komen met allerlei feiten over de slechte gevolgen van roken, resultaten van onderzoeken bij rokers en prognoses van wat zou kunnen gebeuren met de patiënt als die zijn gedrag en leefstijl niet verandert. Maar die opstelling heeft lang niet bij alle mensen het gewenste effect. “Tegenwoordig zit gesprekstechnieken in het algemeen en meer het motiverende in het bijzonder wel in de huisartsenopleiding en de opleiding tot basisarts, maar vroeger niet.” 

“Gedrag heeft invloed op het ziekteverloop en ook invloed op de medische situatie”

Levensdoelen

Volgens Dobber is het positief dat er de laatste jaren meer aandacht is gekomen voor het feit dat patiënten niet altijd netjes de doktersadviezen opvolgen. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn. “Mensen denken soms dat ze het niet kunnen, die gedragsverandering. Dan helpen argumenten niet, maar draait het om het waarderen van de kleine stapjes die ze zetten. Het ondersteunen van hun gevoel van competentie. Ook kan het zijn dat mensen allergisch zijn voor ‘moeten’. Dan is het belangrijk te benadrukken dat de patiënt autonomie heeft. Als arts dien je je dan ondersteunend op te stellen en niet dingen op te leggen. Wat ook kan spelen is dat de koppeling tussen gedrag (zoals roken) en levensdoelen (bijvoorbeeld je kleinkinderen zien opgroeien) voor een persoon soms helemaal niet voor de hand ligt. Luisteren is dan belangrijk, want in elk gesprek zegt een patiënt impliciet of expliciet wel iets over zijn levensdoelen, maar koppelt dat bijna nooit aan de gedragsverandering. Het is de bedoeling dat de arts de patiënt die koppeling zelf laat leggen, dat zorgt voor motivatie.”

“Bij een controle kan het kiezen van motiverende gespreksvoering soms al in 5 minuten effect hebben”

Het medische belang van gedrag

Motivatie speelt niet alleen een belangrijke rol bij levensstijlzaken zoals gezond eten en stoppen met roken, maar ook bijvoorbeeld bij medicatietrouw. “Gedrag heeft invloed op het ziekteverloop en ook invloed op de medische situatie. Daarom is het medisch gezien ook van belang. Een huisarts of praktijkondersteuner kan MI bijvoorbeeld goed toepassen”, zegt Dobber. “Een specialist focust vaak maar op één aspect, niet op iemands totale leven. Ze kunnen wel verwijzen en signaleren, bijvoorbeeld als ze constateren dat iemand de voorgeschreven medicijnen niet inneemt.”
Is MI wel makkelijk toepasbaar in de artsenpraktijk, waar vaak maar een paar minuten is voor een consult? “Zeker”, meent Dobber. “Bij een controle kan het kiezen van deze benadering soms al in 5 minuten effect hebben. Maar ja, ik snap ook wel dat niet alle artsen eerst helemaal de training hiervoor gaan volgen. Ze kunnen echter ook verwijzen naar gespecialiseerden die MI toepassen.”

Ingrediënten

Dobber richtte zich in zijn promotieonderzoek op het helder krijgen wat nou precies de ingrediënten zijn van MI die werken. In totaal zijn dat er negen bij de patiënt en negen die bij de arts (of counsellor) liggen. Hij noemt als drie belangrijke ingrediënten:
1 Inbreng. Een deel wordt door de patiënt zelf ingebracht, een deel komt vanuit de arts. “Dus het is heel situationeel bepaald hoe het gesprek loopt, daarom is training ook belangrijk.”
2 Verandertaal. “De patiënt gaat zichzelf overtuigen en steeds minder negatief over de voorgestelde gedragsverandering praten. Signaleer die taal. Luisteren en vragen stellen is heel belangrijk, proberen te achterhalen wat de gedragsverandering (nog) belemmert.”
3 Vertrouwensband. “Die kan ook vrij snel opgebouwd worden overigens. Een patiënt voelt snel of iemand écht belangstelling heeft, empathie toont en de tijd neemt. Patiënten vertellen door MI vaak meer dan ze eerst wilden en verrassen soms zichzelf.”


Do’s motiverende gespreksvoering:

  • Een vertrouwensband kweken is al stap 1. Luister en geef aan dat je de tijd neemt.
  • Bij niet-acute situaties: laat de patiënt vooral zelf vertellen wat hem of haar beweegt dit gedrag te vertonen en wat volgens de patiënt daar de voor- en nadelen van zijn. 
  • Realiseer je dat er een verschil is tussen willen en kunnen, help de patiënt het vertrouwen te krijgen dat-ie het kan. 

Don’ts motiverende gespreksvoering:

  • Vertel niet ‘doe dit’ en ‘doe dat’, dat helpt echt niet altijd om iemand te overtuigen dat verandering nodig is. 
  • Als iemand ambivalent is in zijn argumentatie (bijvoorbeeld: stoppen met roken is gezond, maar het geeft me ook stress) ga dan niet alleen op het gezonde zitten. Hoor niet slechts één kant, maar beide kanten. 
  • Het is belangrijk om geen confrontatie te zoeken. Geef niet met zoveel woorden aan dat je het oneens bent, want dat beschadigt de vertrouwensband.

Jos Dobber gaat vanuit de HvA en het Amsterdam UMC, locatie AMC de komende tijd verder met onderzoek naar het veranderen van leefstijl met MI en de HvA is bezig met een expertisecentrum om bijvoorbeeld vragen rond dit onderwerp te beantwoorden. 

, , , ,
Deel dit artikel